Naamgeving
Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus). De soort komt oorspronkelijk uit Noord- en Oost-Azië.
Uiterlijk
Een kleine, bruinige eekhoorn met vijf donkere lengtestrepen over de rug. Hij weegt ongeveer 50 tot 120 gram en is aanzienlijk kleiner dan de inheemse rode eekhoorn.
Biotoop
De soort gebruikt bossen, vooral waar de bodem geschikt is om holen te graven. Ook parken met veel bomen en beschutte bodemvegetatie bieden leefruimte.
Leefwijze
Hij is overdag actief, brengt veel tijd op de grond door en slaat voedsel op in zijn hol. In de koude periode verblijft hij langer ondergronds.
Voortplanting
In het voorjaar en de zomer worden de jongen in een ondergronds nest geboren.
Voedsel
Hij eet zaden, noten, vruchten, knoppen en soms insecten of ander klein dierlijk voedsel.
Voorkomen
De NVWA-factsheet uit 2019 beschreef vrijlevende populaties bij Tilburg en Weert.
Beheer
De mogelijke effecten op grondbroedende vogels en op de inheemse rode eekhoorn zijn volgens de NVWA niet goed aangetoond.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. Plaatsing op de Unielijst geeft op zichzelf geen toestemming voor bestrijding met het geweer. De Siberische grondeekhoorn valt niet onder de landelijke aanwijzing voor geweergebruik die op 1 januari 2027 in werking treedt. Voor bestrijding met het geweer blijft daarom een afzonderlijke opdracht van de minister of gedeputeerde staten nodig. Ook de overige wettelijke voorwaarden voor geweergebruik blijven gelden.