Naamgeving
Pallas’ eekhoorn (Callosciurus erythraeus). De soort komt oorspronkelijk uit Oost-Azië.
Uiterlijk
Een eekhoorn van ongeveer het formaat van de inheemse rode eekhoorn, vaak bruingroen met een oranje buik en een lange staart. De kleur kan variëren.
Biotoop
De soort kan in naald-, loof- en gemengd bos leven en ook in boomrijke tuinen of parken.
Leefwijze
Pallas’ eekhoorns zijn overdag actief en bewegen zich vooral door bomen. Ze gebruiken boomnesten en natuurlijke holtes.
Voortplanting
De jongen groeien op in een beschut boomnest. In een geschikt klimaat kunnen meerdere voortplantingsperioden voorkomen.
Voedsel
Het dieet bestaat vooral uit zaden, vruchten, knoppen en ander plantaardig materiaal.
Voorkomen
In de omgeving van Weert leefde eerder een vrijlevende populatie. Volgens de NVWA-factsheet uit 2019 was die weggevangen en was de soort vermoedelijk verdwenen.
Beheer
De soort kan boomschors strippen en bij vestiging concurreren met de inheemse rode eekhoorn. Nieuwe meldingen zijn relevant om herintroductie snel vast te stellen.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. Plaatsing op de Unielijst geeft op zichzelf geen toestemming voor bestrijding met het geweer. Pallas’ eekhoorn valt niet onder de landelijke aanwijzing voor geweergebruik die op 1 januari 2027 in werking treedt. Voor bestrijding met het geweer blijft daarom een afzonderlijke opdracht van de minister of gedeputeerde staten nodig. Ook de overige wettelijke voorwaarden voor geweergebruik blijven gelden.