Naamgeving
Nijlgans (Alopochen aegyptiacus). De soort komt oorspronkelijk uit Afrika.
Uiterlijk
Een grote, lichtbruine eendachtige met donkere oogvlekken, een donkere borstplek en opvallende witte vleugelvelden in vlucht. Ondanks de naam is de soort nauw verwant aan de bergeenden.
Biotoop
Nijlganzen gebruiken open water met grasland, parken en landbouwgrond in de omgeving. Ze nestelen onder meer op de grond en in bomen.
Leefwijze
Ze leven vaak in paren en verdedigen een broedplek fel tegen soortgenoten en andere vogels. Buiten de broedtijd worden grotere groepen gevormd.
Voortplanting
De broedperiode is lang en varieert met de omstandigheden. Een paar legt doorgaans meerdere eieren en begeleidt de kuikens samen.
Voedsel
Het voedsel bestaat vooral uit gras en andere plantendelen; ook gewassen worden gegeten.
Voorkomen
De nijlgans is als broedvogel wijdverspreid in Nederland. Losse jaarlijkse aantallen verouderen snel en zijn voor een algemene soortenpagina niet nodig.
Beheer
Begrazing kan landbouwschade veroorzaken. Concurrentie met andere broedvogels kan lokaal een rol spelen; beheer en uitvoering zijn afhankelijk van de geldende regels en gebiedsaanpak.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. Het doden met een geweer is niet automatisch toegestaan doordat een soort op de lijst staat. Een voorstel voor 2027 zou geweergebruik voor de aangewezen soorten in een jachtveld onder voorwaarden mogelijk maken zonder afzonderlijke provinciale opdracht. Zolang dat voorstel niet definitief in werking is getreden, gelden de huidige regels en eventuele provinciale toestemmingen of opdrachten.