Naamgeving
Nijlgans (Alopochen aegyptiacus). De soort komt oorspronkelijk uit Afrika.
Uiterlijk
Een grote, lichtbruine eendachtige met donkere oogvlekken, een donkere borstplek en opvallende witte vleugelvelden in vlucht. Ondanks de naam is de soort nauw verwant aan de bergeenden.
Biotoop
Nijlganzen gebruiken open water met grasland, parken en landbouwgrond in de omgeving. Ze nestelen onder meer op de grond en in bomen.
Leefwijze
Ze leven vaak in paren en verdedigen een broedplek fel tegen soortgenoten en andere vogels. Buiten de broedtijd worden grotere groepen gevormd.
Voortplanting
De broedperiode is lang en varieert met de omstandigheden. Een paar legt doorgaans meerdere eieren en begeleidt de kuikens samen.
Voedsel
Het voedsel bestaat vooral uit gras en andere plantendelen; ook gewassen worden gegeten.
Voorkomen
De nijlgans is als broedvogel wijdverspreid in Nederland.
Beheer
Begrazing kan landbouwschade veroorzaken. Concurrentie met andere broedvogels kan lokaal een rol spelen; beheer en uitvoering zijn afhankelijk van de geldende regels en gebiedsaanpak.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. De nijlgans valt onder de landelijke aanwijzing waarmee vanaf 1 januari 2027 bestrijding met het geweer binnen een jachtveld mogelijk is zonder afzonderlijke provinciale opdracht. De overige wettelijke voorwaarden blijven gelden, waaronder een geldige omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, de bevoegdheid om in het betreffende jachtveld op te treden en de voorschriften voor geweergebruik. Tot 1 januari 2027 blijven de bestaande regels en eventuele provinciale opdrachten van toepassing.