Naamgeving
Muntjak (Muntiacus reevesi). De soort komt oorspronkelijk uit Oost-Azië.
Uiterlijk
Een kleine, gedrongen hertachtige met een schouderhoogte van ongeveer 43 tot 52 cm. Mannetjes hebben korte geweien en zichtbare verlengde hoektanden.
Biotoop
Loof- en gemengde bossen met een dichte ondergroei zijn geschikt. Ook struweelrijke parkachtige gebieden kunnen dekking bieden.
Leefwijze
Muntjaks leven veelal alleen of in kleine verbanden en blijven vaak verborgen in dichte begroeiing. Hun blaffende roep kan opvallen.
Voortplanting
De soort kent geen strikt afgebakend bronstseizoen. Een hinde krijgt gewoonlijk één kalf en kan na een geboorte opnieuw drachtig worden.
Voedsel
Hij eet vooral bladeren, jonge scheuten, knoppen, kruiden en ander voedselrijk plantenmateriaal.
Voorkomen
De NVWA meldde in haar factsheet uit 2019 waarnemingen in het wild, maar geen bewijs voor een gevestigde Nederlandse populatie.
Beheer
Plaatselijk sterke vraat kan bosverjonging en ondergroei schaden. Herkenning en snelle melding helpen om vestiging vroeg te signaleren.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. De muntjak valt onder de landelijke aanwijzing waarmee vanaf 1 januari 2027 bestrijding met het geweer binnen een jachtveld mogelijk is zonder afzonderlijke provinciale opdracht. De overige wettelijke voorwaarden blijven gelden, waaronder een geldige omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, de bevoegdheid om in het betreffende jachtveld op te treden en de voorschriften voor geweergebruik. Tot 1 januari 2027 blijven de bestaande regels en eventuele provinciale opdrachten van toepassing.