Naamgeving
Grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis). De soort komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika.
Uiterlijk
Een boomeekhoorn met een overwegend grijze rug, witte buik en een volle staart met vaak lichte haarpunten. De soort is gemiddeld groter en zwaarder dan de inheemse rode eekhoorn, maar kleur alleen volstaat niet voor herkenning.
Biotoop
Loof- en gemengde bossen en boomrijke parken bieden geschikt leefgebied. Hij kan ook in stedelijke gebieden voorkomen.
Leefwijze
De grijze eekhoorn is overdag actief en brengt veel tijd in bomen door. Hij bouwt nesten en slaat voedsel op.
Voortplanting
De jongen worden in een boomnest grootgebracht. In gunstige omstandigheden kan een vrouwtje meer dan één worp per jaar krijgen.
Voedsel
Hij eet vooral zaden, noten, knoppen, vruchten en ander plantaardig voedsel.
Voorkomen
Volgens de NVWA-factsheet uit 2019 was er geen gevestigde populatie in Nederland; wel werden af en toe losse dieren gezien.
Beheer
In andere Europese landen verdringt de grijze eekhoorn plaatselijk de rode eekhoorn. Overdracht van het eekhoornpokkenvirus speelt daarbij een rol; het Nederlandse risico is vooral preventief.
Deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve uitheemse soorten. De overheid moet introductie en verspreiding tegengaan. Plaatsing op de Unielijst geeft op zichzelf geen toestemming voor bestrijding met het geweer. De grijze eekhoorn valt niet onder de landelijke aanwijzing voor geweergebruik die op 1 januari 2027 in werking treedt. Voor bestrijding met het geweer blijft daarom een afzonderlijke opdracht van de minister of gedeputeerde staten nodig. Ook de overige wettelijke voorwaarden voor geweergebruik blijven gelden.