Zon op
05:42
Zon onder
21:47
Nachtmodus
Foto: Micheal Migos

Voor de wolven – Leo Linnartz

In een serie van acht geven experts of belanghebbenden hun visie op de wolf naar aanleiding van een stelling. Deze keer is de stelling: ‘Met de komst van de wolf is populatiebeheer op de Veluwe op termijn overbodig’.  Leo Linnartz reageert.

Leo Linnartz, ecoloog bij ARK Natuurontwikkeling
Tekst: Oswin Schneeweisz, De Jager mei 2019*

  ‘Als er geen beheer op populaties meer nodig is, moet er dus een zichzelf onderhoudend ecosysteem zijn. Ten eerste geloof ik niet dat de Veluwe voor een dergelijk systeem groot genoeg is en ten tweede denk ik dat de wolf niet in staat is om een dergelijk systeem te bewerkstelligen. Misschien dat het op lange termijn zou kunnen, maar dan moet er nog voldaan worden aan vele randvoorwaarden. Er moet dan een einde komen aan de versnippering van het gebied. Die is nu nog veel te groot. Voor een zichzelf onderhoudend ecosysteem heb je een groot aaneengesloten gebied nodig dat zomer en winter alles te bieden heeft dat wilde dieren nodig hebben. Dan praat je al gauw over een gebied groter dan de (droge) Veluwe zelf. Het is een gegeven dat we de laatste jaren de goede kant op gaan. Er wordt veel meer onthekt en rasters verdwijnen, maar we zijn er nog lang niet. Het probleem is dat mensen altijd de natuur invullen naar een vooraf geconstrueerd ideaalplaatje en dat is meestal gebaseerd op aannames, verwachtingen en modellen. De natuur gaat echter zijn eigen gang en geeft zelf invulling aan het landschap.

De wolf zal de Veluwe vermoedelijk gaan gebruiken als rustplaats voor de voortplanting. Jagen zal hij vooral aan de randen van het gebied. Die zandgronden van de Veluwe hebben qua voedsel weinig te bieden qua prooidieren, waardoor deze minder talrijk zijn en ook de wolf daar minder te eten heeft. Aan de randen, dus in de kwelgebieden, is meer voedsel voor prooidieren en dus ook voor de wolf. Ook de boeren zorgen daar voor extra voedsel. Aan de randen van de Veluwe houden zich dan ook de meeste reeën op: het belangrijkste prooidier voor de wolf. Maar de wolf pakt wat hij pakken kan. Het is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel. In Duitsland vonden ze geen resten van damherten in keutels, omdat die lokaal niet aanwezig waren. In de gebieden waar damherten zich wel ophielden predeerden wolven ook damherten. Ree, damhert, zwijn en edelhert: dat is de top vier van het voorkeursmenu van de wolf.

(Tekst loopt door onder de foto)

Leo Linnartz: ‘De jagers hoeven niet bang te zijn. Uit Duitse onderzoekgegevens blijkt dat wolven weinig tot geen concurrentie opleveren voor de jager, wel hebben ze een sturende invloed op populaties.’

Hoeveel roedels wolven er op de Veluwe kunnen leven? Mijn inschatting is een stuk of vijf roedels – zo’n twintig tot veertig dieren, afhankelijk of er net jongen geboren zijn -, maar dan reken ik de omliggende gebieden rond de Veluwe wel mee. De jagers hoeven niet bang te zijn. Uit Duitse onderzoekgegevens blijkt dat wolven weinig tot geen concurrentie opleveren voor de jager, wel hebben ze een sturende invloed op populaties. Herten, reeën of zwijnen willen niet opgegeten worden, dus ontwikkelen ze gedrag om de kans op predatie te verkleinen. De roedels, sprongen en rottes zullen groter worden. Dat maakt namelijk de kans op succes bij een aanval een stuk kleiner en je hebt ook meer ogen om het gevaar tijdig te zien aankomen. Daarnaast zullen de dieren mijdend gedrag gaan vertonen. Dus ze zullen minder zichtbaar zijn en voorzichtiger in hun gedrag worden. Wolven weten de favoriete plekken van hun prooidieren snel te vinden. Ze zullen die plekken ook regelmatig bezoeken. Gevolg: de herten worden alerter, komen minder aan eten toe en zullen de favoriete plekken gaan mijden.

Voor de jager betekent dit alles dat hij meer moeite en tijd zal moet investeren om zijn afschot te halen. Dat wordt bevestigd door de verhalen van Duitse jagers. Natuurlijk zal er weleens een ree sneuvelen, maar de wolf is een vrij inefficiënte jager. Hij predeert zieke en/of oude dieren. Hij gaat niet voor een mooi gewei. Uiteindelijk gaat het bij de wolf om vrij kleine aantallen. Een wolf jaagt 2 tot 3 keer per week. Vermenigvuldig dat met 52 weken, dan heb je dus 150 prooien per roedel in een gebied van 30.000 hectare. Dat is 0,5 prooi per 100 hectare per jaar. Als ik jager was zou ik blij zijn met een wolf in mijn jachtveld. Het is een verrijking. Als ik jager was zou ik apetrots zijn dat ik zo’n mooi dier in mijn jachtveld heb.’

*Deze tekst verscheen in De Jager van mei 2019. Deze tekst maakt onderdeel uit van de serie ‘Voor de wolven’.
Na 130 jaar afwezigheid heeft de wolf weer zijn intrek genomen in ons land. De reacties op zijn komst variëren: waar sommigen de wolf als kroon op de vaderlandse biodiversiteit beschouwen, zien anderen hem liever weer vertrekken. In een serie geven telkens experts of belanghebbenden hun visie op de wolf naar aanleiding van een stelling. Dit is de eerste in de reeks van acht.

 

  • Delen:


Gerelateerd nieuws