Zon op
07:19
Zon onder
19:47
Nachtmodus
Foto: Robert-Jan Asselbergs

Vragen Annie Schreijer-Pierik over Nederlandse ganzenjacht beantwoord

Op donderdag 31 mei werd bekend dat Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik vragen over het ganzenbeheer in Nederland had gesteld aan de Europese Commissie. In een reactie gaf zij aan dat “De gans in de pan hoort”. Dat sluit aan bij het pleidooi van de Jagersvereniging om vooral in de nazomer, herfst en winter op ganzen te jagen. In die periode kan vlees beter verwerkt worden en is meer vraag bij de consument naar wild vlees. “Het kan niet zo zijn dat de boeren schade ondervinden en tegelijkertijd Europese regelgeving met voeten getreden wordt”. Om opheldering te krijgen over deze situatie stelde zij onderstaande vraag. Onlangs werd deze vraag beantwoord door Eurocommissaris Vella.

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie

Door Annie Schreijer-Pierik

Betreft: Effectief ganzenbeheer door lidstaat Nederland en zijn provincies

De grauwe gans (Anser anser) en de kolgans (Anser albifrons) zijn voor Nederland beide bejaagbare soorten volgens de vogelrichtlijn . Deze diersoorten zijn in Nederlandse wetgeving  niet aangemerkt als bejaagbaar wild. Tegelijkertijd worden er wel derogaties toegepast voor deze soorten, volgens het derogatierapport vogelrichtlijn 2016 .

Is de Commissie het met mij eens dat lidstaten maximale ruimte zouden moeten bieden voor het effectief beheren van de populaties grauwe ganzen en kolganzen, ter voorkoming van vermijdbare schade aan landbouw en natuur, vóórdat gebruik wordt gemaakt van andere beheermethoden zoals vergassen en afschot van broedende ganzen en ganzen met kuikens?

En is de Commissie het met mij eens dat in dit kader aanvullende inperkende maatregelen (bijvoorbeeld in periodes voor beheer) voor de uitvoering van het beheer van deze ganzensoorten onwenselijk zijn?

Antwoord van de heer Vella namens de Europese Commissie (18.7.2018) 

Op grond van artikel 7 van de vogelrichtlijn  mag onder bepaalde voorwaarden op de in bijlage II bij die richtlijn vermelde soorten worden gejaagd volgens de bepalingen van de nationale jachtwetgeving. De lidstaten kunnen de aard en reikwijdte bepalen van mogelijke methoden voor het beheer van deze soorten, binnen de grenzen van de bepalingen van de artikelen 5 tot en met 8 van die richtlijn. De lidstaten zijn eveneens verantwoordelijk voor het toestaan van afwijkingen krachtens artikel 9 van diezelfde richtlijn en voor het waarborgen van de naleving van de daarbij gestelde voorwaarden.

Zolang de bovengenoemde bepalingen volledig worden nageleefd, heeft de Commissie geen voorkeuren of aanmerkingen inzake specifieke methoden of maatregelen, met inbegrip van door een lidstaat genomen beperkende maatregelen met betrekking tot de jacht.

Reactie verenigingsjurist

Jagersverenigingsjurist Jeroen Hoefnagels geeft na analyse van deze vraag en dit antwoord aan dat het vooral belangrijk is om te weten dat de Vogelrichtlijn volledig de legitimiteit van de jacht erkent. ‘In bijlage II van de Vogelrichtlijn worden diverse vogelsoorten aangewezen waarop in Nederland gejaagd zou mogen worden. Ook diverse ganzensoorten staan op deze bijlage. Eurocommissaris Vella geeft aan dat de Commissie geen voorkeuren heeft voor de manier waarop lidstaten de Vogelrichtlijn naleven. De primaire vraag is natuurlijk of de genoemde bepalingen van artikel 7 en 9 van de Vogelrichtlijn worden nageleefd en of Nederland zich dus plat gezegd aan de Europese richtlijnen houdt.’

Hoefnagels vervolgt zijn reactie door te stellen dat Nederland dat zeker met betrekking tot de ganzen niet doet. ‘Onze analyse is dat artikel 7 van de Vogelrichtlijn zegt dat het verboden is te jagen tijdens de voorjaarstrek en broedperiode. Hoewel het feitelijk geen jacht betreft worden er in Nederland gedurende deze periodes honderdduizenden ganzen en hun pullen gedood  (d.m.v. afschot, vergassing, schudden van eieren etc.). Nederland doet dit op grond van de uitzonderingsbepalingen van artikel 9 van de Vogelrichtlijn. Dit artikel stelt dat er afgeweken mag worden van bijvoorbeeld het doden van ganzen tijdens de voorjaarstrek en broedperiode in het kader van o.a. schadebestrijding of vliegveiligheid, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat.’

‘Die andere bevredigende oplossing is er wel, namelijk bejaging buiten de voor de ganzen kwetsbare periodes. Vastgelegd door de Europese Commissie in haar Key Concepts Document (blz. 55). Als we dit verder uitwerken kunnen we concluderen dat we ganzen zouden moeten gaan bejagen in de nazomer , herfst en winter. Als dit onvoldoende blijkt te zijn om schade en overlast te minimaliseren, dan kunnen we aanvullend gaan beheren in de trek, broed en kuikenperiode. Waarmee we ons aan de volgordelijkheid van de Vogelrichtlijn houden. En onze eigen weidelijkheidsregels’, aldus Hoefnagels.

  • Delen:


Gerelateerd nieuws