Zon op
07:28
Zon onder
18:13
Nachtmodus
Foto: Robert-Jan Asselbergs

Wildbeheer is een serieuze zaak, zeuren over halflege fles levert niks op

Boeren en jagers krijgen een veeg uit de pan in het opiniestuk van Kor Groenewoud (LC 7 januari). Boeren hebben te weinig oog voor het vergroten van de biodiversiteit en jagers laten het ook afweten om het haas betere leefomstandigheden te bieden. En dat laatste is nodig, omdat volgens Groenewoud de hazenstand achteruit holt. Hij baseert zich daarbij op omstreden cijfers van de Zoogdiervereniging. Het daarbij gebruikte referentiejaar 1950 klopt namelijk niet.

Dat er nu in ons land minder hazen voorkomen dan pakweg vijftig jaar geleden klopt wel. Maar regionaal zijn er grote verschillen, en ook binnen Friesland. Op de zandgronden in het zuiden van onze provincie is de hazenstand al jarenlang zeer matig, zowel op boerengrond als in natuurgebieden.

Nadat It Fryske Gea , Staatsbosbeheer en ook Natuurmonumenten daar in hun terreinen met grootschalige bescherming van vossen zijn begonnen, is het er voor hazen en vele bodembroeders niet beter op geworden. Ook de intensivering in de landbouw heeft een negatieve rol gespeeld. Op de veengronden is de hazenstand beter en in het noordelijk kleigebied gewoon goed.

Jagers weten maar al te goed hoe het er in hun jachtveld voor staat. Waar niet is, wordt niet op hazen gejaagd, waar de stand matig is wordt mondjesmaat gejaagd en waar volop hazen zijn, wordt in de regel niet meer dan een kwart van de hazen geschoten. Verantwoord beheer noemen we dat. Jagers zijn zuinig op hun wild. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit het beheer van reewild. Jaarlijks worden er in Friesland minder reeën geschoten dan het aantal hiervoor door de provincie verstrekte vergunningen. Het toegewezen afschot wordt nu verhoogd, om de stand niet verder te laten toenemen. Dit met het oogmerk de toename in het aantal aanrijdingen met deze dieren een halt toe te roepen.

De hotspot-locaties zijn bekend. Afstemming en coördinatie over waar dit afschot gerealiseerd gaat worden, vindt plaats in de Wildbeheereenheden (regionale samenwerkingsverbanden van jagers). Deze Wildbeheereenheden zouden volgens Groenewoud nutteloos zijn, ja zelfs schadelijk. Een merkwaardige conclusie als je bovenstaande in ogenschouw neemt en bedenkt dat de Friese jagers jaarlijks meer dan negenhonderd vossen schieten om overmatige predatie op onze weidevogels te voorkomen.

Jagers steken daar in georganiseerd verband, in de Wildbeheereenheden dus, heel veel tijd en energie in, zowel overdag als ook ’s nachts. Voor de nachtelijke uren heeft de provincie daar een speciale vergunning voor gegeven om vossen met behulp van kunstlicht te schieten. En ook bij de vangst van steenmarters in een aantal belangrijke weidevogelkerngebieden, zijn jagers betrokken. Ook dan wordt niet gekeken op een uurtje meer of minder. Dat geldt ook voor de bejaging van kraaien.

Het aantal agrariërs dat nog ruige niet bewerkte hoekjes op zijn land toestaat, is volgens Groenewoud gering. Gelukkig zien we in Friesland dat steeds meer boeren oog hebben voor het vergroten van biodiversiteit op de gronden waar zij hun boterham moeten verdienen. Jagers praten daar aan de keukentafel ook over met boeren en kijken naar wat mogelijk is. En wijzen hen op de mogelijkheden voor subsidie voor randenbeheer. Zeuren over in dit opzicht de halflege fles levert niks op, de halfvolle als positief voorbeeld stellen des te meer. Laat dat dan de ambitie zijn van de Friese jagers. Vergroten van de biodiversiteit en predatiebeheer gaan wat ons betreft hand in hand.

Auteur: Siebren Siebenga, voorzitter Jagersvereniging afdeling Friesland

  • Delen:

Gerelateerd nieuws