Zon op
08:02
Zon onder
16:44
Nachtmodus

Indische gans

Een bijzondere exoot is de Indische gans. Deze soort komt van nature voor in Centraal-Azië en trekt in de herfstperiode over de Himalaya naar het overwinteringsgebied in India. Indische ganzen zijn wit-grijs van kleur en hebben zeer karakteristieke zwarte strepen op de kop.

Naamgeving

Indische gans (Anser indicus). E: Bar-headed Goose, D: Streifengans, F: Oie a tête barrée

Uiterlijk

Deze exoot is onmiskenbaar door zijn onderscheidend wit/grijze verenkleed en de dubbele zwarte streep op de kop. Het herkomstgebied is Midden-Azie waar deze gans in staat is om op extreem grote hoogte de Himalaya te passeren op zijn trektocht.

Lengte: ± 68 tot 78 cm

Spanwijdte: ± 142 tot 186

Biotoop en leefwijze

Indische ganzen trekken vaak op met andere ganzensoorten als de grauwe gans en soepgans. De soort is ontsnapt uit watervogelcollecties en broedt inmiddels in Nederland. Ze komen het meest voor in het rivierengebied (Utrecht). Daar worden broedparen waargenomen in half open landschappen, zoals uiterwaarden met bosjes, struweel en moerassige vegetatie. Nesten zijn lastig te vinden: deze worden gemaakt op de grond en zijn verborgen in het rietmoeras of onder struikgewas . Langs de Lek broedt deze soort in kolonies op kribben en stuweilanden. Paren zijn honkvast.

Ruiperiode

Half juni ‐ eind juli

Broedwijze

Semikoloniaal ‐ koloniaal

De Indische gans broedt zowel solitair als in kolonieverband en soms samen met andere soorten

In het natuurlijke verspreidingsgebied van de Indische gans (China, Tibet en Mongolië) beginnen de vogels eind mei met de eileg. Het relatief milde klimaat in Nederland is waarschijnlijk de reden van de relatief vroege eileg die hier wordt waargenomen. Indische ganzen kunnen zich aansluiten bij andere soorten zoals grauwe ganzen en soepganzen. Ook kunnen kruisingen worden aangetroffen tussen Indische ganzen en grauwe ganzen, soepganzen of brandganzen .

Voortplanting

Broedperiode: Begin april ‐ eind juni.

In Nederland begint de Indische gans met de eileg vanaf begin april tot eind mei. De meeste jongen komen uit het ei in 4e week van mei. In Zuid‐Holland valt de broedperiode in de maanden mei t/m juni.

Voedsel

Het voedsel van de Indische gans bestaat voornamelijk uit grassen.

Voorkomen

Indische ganzen komen in alle provincies voor. In Nederland komen 300-400 Indische ganzen voor. Het aantal broedparen bedroeg in 2005 ca. 100 paar en wordt nu geschat op ca. 150 paar.

Bejaging

Bejaging vindt plaats op provinciaal niveau.

Literatuur

  • Delen: