Zon op
07:37
Zon onder
19:22
Nachtmodus

Fazant

Fazantenhaan met hen (foto: Erik van Til)

Naamgeving

Fazant (Phasianus colchicus) E: Common pheasant D: Fasan F: Faisan de chasse.

Uiterlijk

Fazanten zijn hoenderachtigen, geïntroduceerd in west Europa door de romeinen aan het begin van onze jaartelling. De mannetjes zijn kleurrijk en de vrouwtjes hebben een lichtbruine schutkleur en vallen daardoor tijdens het broeden nauwelijks op. De in Nederland voorkomende fazanten zijn voornamelijk mengvormen tussen verschillende ondersoorten, afkomstig uit gebieden die zich uitstrekken van de Kaukasus via China tot in Japan. Er zijn hanen met een zwarte hals met een witte halsring. Aan de achterzijde van de kop heeft de haan twee pluimen en aan zijn poten sporen. Bij jonge hanen zijn deze klein, bij oudere hanen groot.

De hanen hebben een lengte van 80 cm, inclusief een tot 45 cm lange, uit achttien pennen bestaande staart. De hen is met 60 cm een stuk kleineren waarvan een staart van ca 25 cm. De fazant heeft korte ronde vleugels van ongeveer 25 cm. Het gewicht van een haan bedraagt gemiddeld 1400 en van een hen 1200 gram.
In de baltstijd kunnen de hanen enorm met elkaar vechten. De naakte huid van kop en hals zwelt dan op en vormt felrode hanenkammen, lellen en “rozen” genaamd.

Biotoop

Fazanten komen in de meest uiteenlopende gebieden voor, maar hebben een voorkeur voor een vochtige biotoop van ruigte met open land en de nodige structuurvariatie. Slootkanten en greppels, rietkragen, gronddepots, houtwallen en singels met voldoende dekking zijn favoriet.
De fazant komt ook voor in bosgebieden echter aan een parklandschap met veel struweel geeft de fazant zijn voorkeur. Op begroeide akkers in het agrarische gebied doet de fazant het goed.

Leefwijze en gedrag

Fazanten zijn overdag actief. Roesten (slapen) doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen op zoek naar voedsel. Rent liever naar de dekking dan dat hij opvliegt. Besluit een fazant om toch te gaan vliegen dan kan hij dit verbazend goed. Fazanten leven meestal in groepen. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met meerdere hennen. Iedere haan heeft tijdens de paartijd een eigen baltsplaats, waarop zich meestal enige hennen bevinden. Rivalen worden dan niet geduld. In het veld is de aanwezigheid van fazanten al snel duidelijk door de schorre kreet van de hanen waarmee het territorium wordt aangegeven.

Voortplanting

De fazanthaan bakent in het voorjaar zijn territorium af. Weersafhankelijk begint de balts al in februari of maart. Dit paringsgedrag (baltsen) vindt meestal s ’morgens vroeg of in de late namiddag plaats. Afhankelijk van de populatiegrootte heeft de fazantenhaan 2 à 3 hennen om zich heen. De hen maakt, als grondbroeder, haar nest in hoog gras of ruige begroeiing, waarin ze 8 tot 12 olijfgroene eieren legt. Fazanten kuikens zijn nestvlieders en eten de eerste twee weken voornamelijk insecten. Tijdens de kuikenperiode is langdurig regenachtig weer, slecht voor de overlevingskans. Na 2 à 3 maanden zijn de kuikens zelfstandig en na een jaar geslachtsrijp.

  • Paartijd: februari – maart
  • Broedtijd: april – juli
  • Aantal legsels: 1, vervang legsel is mogelijk.
  • Aantal eieren: 8 – 12 olijfbruin tot blauwgrijze eieren.
  • Broedduur: 23 – 24 dagen; broedt vanaf het laatste gelegde ei.

Voedsel

Het voedsel van fazanten bestaat uit allerlei planten, zaden, bessen, wormen, slakken, kikkers, hagedissen en insecten. Ook oogstresten als granen zijn favoriet. De winter en het vroege voorjaar zijn een bottleneck in de voedselvoorziening. De fazantenkuikens foerageren de eerste weken op insecten. Voor de landbouw kan hij enigszins schadelijk zijn door het opnemen van zaaizaden en het aanpikken van gewassen bv in de bollenteelt. In tijden van droogte kan aan sappige kiemplanten veel schade worden aangericht.

Jacht

De fazant vormt een aantrekkelijke jachtvogel en vraagt een zorgvuldig beheer om de instandhouding van de soort te waarborgen. Jacht op fazanten wordt vaak kleinschalig gehouden waarbij geen hennen worden geschoten. Jacht op fazanten is gericht op duurzame benutting. Hierbij geven jagers aandacht aan het voorkomen van maaiverliezen, leggen ze wildakkers aan, beheren ze kraaiachtigen en vossen. Deze inspanningen hebben een positieve uitwerking op de fazantenpopulatie en andere akkervogels. De patrijs, kwartel en veldleeuwerik liften op deze inspanningen mee.

Sinds 1995 is het uitzetten van fazanten verboden. Sinds die tijd worden ook aanzienlijk minder fazanten geschoten.

De jacht op de fazantenhaan is geopend van 15 oktober tot en met 31 januari, de fazantenhen van 15 oktober tot en met 31 december.

Voorkomen

Fazanten komen in heel Nederland voor als standvogel. De hoogste dichtheden in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Naar schatting waren er volgens Sovon gemiddeld in 2013 – 2015 tussen de 21.000-26.000 broedparen. Sinds 1980 is het aantal fazanten in Nederland afgenomen als gevolg van verslechtering van het leefmilieu, de schaalvergroting in de landbouw, verkeer en de toegenomen predatiedruk. Ook speelt mee dat na 1993 geen vergunningen meer verstrekt werden om fazanten uit te zetten. De ontwikkeling van de fazantenpopulatie zal in de toekomst vooral afhangen van de biotoopkwaliteit en vermindering van predatiedruk. Naar schatting worden er jaarlijks 210.000 tot 260.000 fazantenkuikens geboren.

Literatuur

  • SJN (2020). Cursusboek Jacht en Faunabeheer.
  • SOVON, 2019 Atlas van de Nederlandse broedvogels.