Zon op
05:35
Zon onder
21:36
Nachtmodus

Duivenjacht in het graan

Duivenjacht

Het jachtseizoen voor de houtduif loopt van 15 oktober t/m 31 januari. De meeste duiven worden echter in de nazomer geschoten., Dit hangt samen  met de schade die houtduivenkunnen veroorzaken aan landbouwgewassen. Houtduiven kunnen lokaal in grote groepen voorkomen: als ze ergens voedsel vinden, weten hun soortgenoten snel dat er iets te halen valt. In de winterperiode bezoeken grote groepen houtduiven uit noordelijke streken ons land. De houtduif is de meest algemeen in Nederland voorkomende wildsoort.

Waarom?

De grote aantallen duiven kunnen lokaal flinke schade veroorzaken aan bijvoorbeeld opkomend of afrijpend graan, erwten en koolgewassen. Vanwege deze risico’s op gewasschade staat de houtduif op de landelijke vrijstellingslijst. Dit betekent dat de wetgever heeft bepaald dat deze dieren het hele jaar mogen worden geschoten, indien er in het werkgebied van de Wildbeheereenheid (WBE) op tenminste één perceel schade aan landbouw en/of flora is of dreigt in het huidige of het komende jaar (Artikel 3.15 Wet natuurbescherming). Door deze regelgeving kan gewasschade door houtduiven voorkomen en geminimaliseerd worden.

Hoe te werk?

Bij de bejaging van houtduiven moet de jager alles uit de kast halen.  Hij moet  van tevoren veel in zijn veld zijn om vast te stellen hoe de duiven vliegen en waar ze willen zijn. Vaak zijn dit  open plekken of door de wind platgeslagen stukken gewas: hier vormen de vruchten van het gewas een tafeltje-dekje voor de wilde duiven. Hier moet de jager zijn om te proberen  schade te voorkomen.  Het beste kan dit vanuit een camouflagehut die de jager opstelt in de nabijheid van het gewas. Uiteraard vraagt hij daarvoor eerst toestemming aan de grondgebruiker. Met behulp van plastic lokvogels probeert hij de houtduif te verleiden om dichterbij te komen. Dit werkt het best in de vroege ochtend en aan het begin van de middag.

Handigheid

Bij de duivenjacht is het naar je toe lokken  van de duiven de belangrijkste succesfactor. Daarom moeten er lokkers boven het gewas uit zichtbaar zijn en er moet beweging in de lokduiven zijn. Dit bereiken we met zo genoemde bouncers of zwiepers. Dit zijn flexibele stalen pinnen met een lokvogel erop die op de wind heen en weer wiegen. Op de plek waar de duiven gewoonlijk landen, zetten we plastic lokvogels neer met  1,5 – 2 meter tussenruimte. Op deze manier is er ruimte voor de neerstrijkende duiven. Als alles in gereedheid is gebracht en de jager in zijn camouflagehut zit, begint het lange wachten. Als hij geluk heeft, wordt hij beloond met wat voor veel Nederlandse jagers de mooiste jachtvorm is. Jagers noemen het jagen op de houtduif: ‘Op de blauwen.’ Agrariërs zijn er maar wat blij mee! Het vlees van de houtduif laat zich goed smaken.

  • Delen: