Zon op
08:03
Zon onder
16:42
Nachtmodus

Administratief beroepschrift Jagersvereniging

Intrekking van de jachtakte en in bewaring nemen van de wapens en munitie als gevolg van de e-screener

Hieronder treft u de inleiding van de beroepsgronden gevolgd door de conclusie. Dit is slechts een deel van het volledige beroepschrift. Het volledige beroepschrift kunt u als PDF downloaden.

Inleiding beroepsgronden

De Jagersvereniging en haar gedupeerde leden hebben tal van principiële bezwaren geformuleerd die zien op de bestreden intrekkingsbesluiten op grond van de uitslag van de e-screener.
Waar in de wij-vorm wordt gecommuniceerd is dat om de consensus over de geuite bezwaren te benadrukken.

Ruwweg zien de bezwaren van belanghebbende(n) op:

  • de keuze voor, gebreken aan en inherente beperkingen van de e-screener als aangewezen onderzoeksinstrument
  • een gebrekkige toegankelijkheid van de test, wat een meer praktisch bezwaar betreft, en vooral:
  • de gevolgde procedure na ontvangst van de testuitslag door de korpschef. In dit verband roepen zowel de interpretatie van de test in casu als de navolgende besluiten ernstige twijfel op over de rechtmatigheid van het handelen van de korpschef.

Er wordt een korte toelichting gegeven op de collectieve belangenbehartiging door de Jagersvereniging. Daarna plaatsen wij enkele procedurele opmerkingen, gevolgd door een tweetal verzoeken (waaronder het verzoek tot completering van het dossier en een overdenking van de mate van strijdigheid met artikel 6 EVRM)

Vervolgens wordt overgegaan tot de behandeling van de inhoudelijke beroepsgronden.

A) Het bestreden besluit is in strijd met onder meer artikel 4:8 lid 1 Awb en derhalve nietig dan wel vernietigbaar.
Er kleeft een onherstelbaar gebrek aan de gevolgde procedure door de korpschef bij wat volgens ons twee opeenvolgende besluiten zijn:
1. de beschikking tot het in bewaring nemen van de wapens, munitie en de jachtakte, en
2. het uitvaardigen van de bestreden (spoed)beschikking inhoudende de intrekking van de jachtakte.

Wij bepleiten dat de bestreden spoedbeschikking nietig is dan wel vernietigbaar wegens strijdigheid met artikel 4:8 lid 1 Awb: de verplichting om een belanghebbende te horen alvorens een besluit met negatief rechtsgevolg te nemen.

Indien uw Minister dit beaamt zou dit enkele gegeven reeds moeten leiden tot het gegrond verklaren van dit administratief beroep. Het terug verwijzen van de zaak naar de korpschef van politie, ten behoeve van een spoedige herbeoordeling, zou redelijkerwijs moeten leiden tot het opnieuw verlenen van de jachtakte en teruggave van de wapens en munitie die in bewaring zijn genomen.

Dat er gebreken kleven aan de procedure en/of het instrument, blijkt uit het feit dat uw Minister onlangs het gebruik van de e-screener voor bestaande gevallen heeft opgeschort. Er wordt ter inleiding op de volgende beroepsgronden verwezen naar relevante recente ontwikkelingen.

Ter bevordering van de rechtszekerheid en de behoefte aan meer transparantie en duidelijkheid over de aangewezen procedure die de korpschef in de toekomst wél zou moeten hanteren vragen wij uw Minister om zich ongeacht de beoordeling van beroepsgrond A) eveneens een oordeel te vormen over de volgende gronden:

B) De e-screener levert geen valide resultaten op gelet op het onderliggende doel van de screening. Toepassing ervan is derhalve onrechtmatig.
Er is gelet op de wetsgeschiedenis sprake van een gebrek aan voorspellende waarde van het instrument in de huidige vorm. Dit zou redelijkerwijs moeten leiden tot tenminste een brede heroverweging van de validiteit en betrouwbaarheid van de e-screener; bijvoorbeeld na raadpleging van ter zake deskundige(n) die namens belanghebbende(n) bereid zijn om hun inzichten te delen.

C) De beslissing is strijdig met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De korpschef heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder artikel 3:2 juncto. (jo.) 3:4 jo. 3:46 Awb. Het bestreden besluit is genomen in strijd met onder meer de verplichting om een besluit zorgvuldig voor te bereiden en te motiveren, is niet evenredig gelet op het te dienen doel en er heeft geen nadere belangenafweging plaatsgevonden. Daarnaast is er sprake van een schending van het (materiële) rechtszekerheidsbeginsel van belanghebbende(n).

D) De wettelijk voorgeschreven procedure is niet gevolgd. Vrees voor misbruik is niet aangetoond.
Ook voor zover men van oordeel is dat de e-screener wel in stand kan blijven, dient het bestuursorgaan de uitslag slechts als hulpmiddel te beschouwen bij de verdere beoordeling van de geschiktheid van een individu tot het voorhanden hebben van vuurwapens en een jachtakte.
Vrees voor misbruik bovendien kan niet worden aangenomen, enkel op basis van de uitslag van de e-screener. Het wettelijk kader verzet zich hiertegen. De korpschef (en uw Minister) hebben dit onvoldoende onderkend.

Conclusie

Jagers, waaronder belanghebbende(n), verkeren in een bijzondere positie in de maatschappij, omdat zij zijn uitgezonderd van het verbod op het voorhanden hebben van vuurwapens dat geldt voor alle burgers. Jagers zijn zich bij uitstek bewust van hun bijzondere verantwoordelijkheid. Het behoud van de jachtakte is voor de gemiddelde jager een groot goed want jagen is voor velen een manier van leven.

Het maken van een voorlopige inschatting van de mogelijke risicofactoren en bepaalde persoonlijkheidskenmerken op basis van een gestandaardiseerd onderzoek kan deel uitmaken van het algemene toetsingskader. Dat is op dit moment verplicht, want door de wetgever zo bepaald in artikel 6a lid 1 onder b Wet wapens en munitie (Wwm) in combinatie met artikel 48a van de Regeling wapens en munitie (Rwm). In de wet staat echter niet dat dat onderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een e-screener. Wanneer de overheid kiest voor een (gewijzigde) test moet die tenminste voldoende valide resultaten opleveren, en bovendien betrouwbaar zijn. Je moet met andere woorden er vanuit mogen gaan dat de test telkens opnieuw meet wat je wilt weten, en je moet het ook eens zijn over de beperkingen in de voorspellende waarde ervan. Hierover gaan we graag in gesprek met de korpschef en de Minister.

Daarbij dient de testuitslag op grond van de wet hooguit als vertrekpunt voor nader onderzoek dat de korpschef dient te verrichten om een adequate inschatting te maken van de geschiktheid van de aanvrager. De onrechtmatigheid van de bestreden beslissing zit hem nu met name in de uitvoeringspraktijk. De korpschef van politie gaat er namelijk ten onrechte vanuit dat het resultaat op de e-screener allesbepalend is. Daarmee wordt volledig voorbijgegaan aan de bedoeling van de wetgever, die herhaaldelijk heeft aangegeven dat bij de beoordeling alle beschikbare informatie moet worden gewogen. Behalve de eventuele uitslag van een test gaat het dan om het raadplegen van referenten, een antecedentenonderzoek, een persoonlijk gesprek en informatie afkomstig uit thuiscontroles.

Bovendien dient een eventueel weigerings- of intrekkingsbesluit vooraf te worden gegaan door een nader onderzoek, inclusief een goed gesprek met de persoon van de aanvrager. Pas wanneer de korpschef gronden heeft om te blijven twijfelen aan de geschiktheid van de aanvrager en dit objectief kan motiveren mag hij tot weigering of intrekking van een jachtakte overgaan. Overigens niet nadat hij eerst een voornemen van die strekking heeft doen uitgaan waarop de betrokkene een zienswijze kan geven.

Gelet op de fundamentele methodische gebreken die onder meer worden geschetst door onafhankelijke deskundigen lijkt ons de e-screener in de huidige vorm onhoudbaar. Ook moet in een interne procedure wat ons betreft worden vastgelegd dat de politie de wettelijk voorgeschreven procedure weer volledig gaat volgen en geen shortcut neemt. De Minister heeft andermaal herhaald (in zijn brief van 29 oktober) dat de e-screener slechts een onderdeel is in het proces. We verzoeken hem in het kader van transparantie en rechtszekerheid een eventuele werkinstructie met betrekking tot dit onderwerp openbaar te maken.

Belanghebbende verzet zich niet tegen de idee van screenen van en controle op jachtaktehouders. De Jagersvereniging is net als iedere andere weldenkende organisatie voorstander van het nemen van maatregelen die de veiligheid in de samenleving redelijkerwijs kunnen bevorderen. De huidige e-screener test is hiervoor echter niet geschikt. Je kunt met zo’n test niet bepalen of iemand wel of geen jachtakte kan worden toevertrouwd. Net zo min als je aan de hand hiervan betrouwbare uitspraken kunt doen over pakweg iemand zijn geschiktheid om een auto te besturen.

Men moet eerlijk zijn over de reikwijdte en beperkingen van de test die nu gehanteerd wordt. Wanneer de overheid zelf erkent dat er (te) veel foutpositieve testresultaten zullen leiden tot intrekking van de jachtakte, dan erkent ze daarmee impliciet onrechtmatig te handelen. Dit en meer werd bepleit onder beroepsgrond B).

De korpschef heeft bij het nemen van zijn beslissing ten onrechte verzuimd om hoor en wederhoor toe te passen om evident onrechtmatige beslissingen via een zienswijzeprocedure te voorkomen. Die stelling is onder beroepsgrond A) uitgewerkt.

De korpschef heeft met zijn aanpak gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat valt af te leiden uit beroepsgrond C).

Tenslotte heeft de korpschef niet de wettelijk voorgeschreven procedure gevolgd door de testuitslag van de e-screener (slechts) als hulpmiddel in de besluitvorming te betrekken. Daardoor arriveert hij ten onrechte bij de conclusie dat er sprake zou zijn voor vrees voor misbruik indien belanghebbende(n) nog langer over een jachtakte en vuurwapens zou mogen beschikken.

De korpschef verwijst naar een recente uitspraak van de Hoge Raad. Hierin werd de aansprakelijkheid van de politie bevestigd voor de schade die is ontstaan tijdens het vreselijke schietincident in Alphen aan den Rijn in 2011. Door dit als concrete aanleiding voor de huidige opstelling te benoemen, geeft de korpschef onzes inziens blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dit is toegelicht onder beroepsgrond D) hierboven.

Het resultaat is dat de jachtaktehouder als het ware wordt opgeofferd om een schijnveiligheid te creëren. Gedupeerde leden waaronder belanghebbende(n) worden het slachtoffer van symboolpolitiek.

Dat er rechtsmiddelen tegen deze beslissing kunnen worden aangewend, om te beginnen in de vorm van dit administratieve beroepschrift, maakt slechts een correctie achteraf mogelijk. De bescherming van de burger tegen oneigenlijke inmenging van de overheid dient echter met meer waarborgen omkleed te worden. De Awb stelt dit als uitgangspunt voor het overheidshandelen. De basiswaarden van de rechtsstaat mogen niet uit het oog verloren worden.

Op basis van onderhavig beroep komen wij op grond van bovenstaande tot het volgende verzoek in conclusie.

Verzoek in conclusie

Namens belanghebbende(n) verzoek ik uw Minister om:

  • het beroep onder behandeling van ieder van de aangevoerde gronden gegrond te verklaren
  • het bestreden besluit van de korpschef onrechtmatig te verklaren en te vernietigen
  • een eigen besluit (tot verlening van de jachtakte aan <<NAAM LID>> zonder beperkingen) hiervoor in de plaats te stellen
  • dan wel de korpschef op te dragen het nodige te doen om effectief een oordeel te kunnen vormen over de geschiktheid van <<NAAM LID>> als jachtaktehouder, hetgeen met inachtneming van uw beslissing op dit administratief beroep redelijkerwijs zou moeten leiden tot het onverwijld opnieuw verlenen van de jachtakte aan <<NAAM LID>> voor het lopende seizoen 2019-2020, zonder beperkingen.
  • de proceskosten te vergoeden, waaronder begrepen de gemaakte kosten voor juridische bijstand.

De korpschef die meeleest met dit beroepschrift zou een eventueel aanvullend beroep op schadevergoeding gedeeltelijk overbodig kunnen maken door tussentijds op zijn besluit terug te komen en deze in te trekken, of een nieuw besluit te nemen ter vervanging van het bestreden besluit. Een dergelijk gebaar van de korpschef, die daarmee partijen niet dwingt om maximaal (16 +10) weken te wachten op een beslissing van uw Minister alvorens verdere actie te kunnen ondernemen, zou worden gewaardeerd.

Tevens herhaal ik mijn verzoek namens belanghebbende(n) om gebruik te mogen te maken van het recht om gehoord te worden op grond van artikel 7:16 en 7:17 Awb, indien en voor zover uw Minister niet reeds op basis van dit beroepschrift en het dossier tot de conclusie komt dat het beroep gegrond moet worden verklaard.

Tot slot verzoek ik u de ontvangst van dit beroepschrift schriftelijk te bevestigen.

Uiteraard ben ik telkens graag bereid tot het geven van een nadere (telefonische) toelichting.

Belanghebbende(n) en ondergetekende zien het vervolg en uw reactie met belangstelling tegemoet.

  • Delen: