Zon op
05:42
Zon onder
21:47
Nachtmodus

Steenmarter

Naamgeving

Steenmarter (Martes Foina).

Uiterlijk

Jarenlang is gedacht dat steen- en boommarter makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. De steenmarter, voorzien van een witte bef of keelvlek die gevorkt doorloopt tot op de poten, terwijl de boommarter is getooid met een dooier-gele bef die niet doorloopt. In werkelijkheid blijkt er een overlap tussen deze en andere kenmerken te zijn, zoals de kleur van de neus en de ondervacht. De aan de boommarter toegeschreven roze kleur van de neus kan ook donker zijn zoals die van een steenmarter. En diens donkere ondervacht komt ook wel eens voor bij boommarters, die normaal gesproken een lichtgrijze ondervacht hebben. Dit maakt het lastig om op wildcamera-beelden de soorten te onderscheiden. Ook het gedrag geeft niet altijd uitsluitsel. Net als steenmarters duiken ook boommarters wel eens onder de motorkap van een auto.

Biotoop en leefgebied

Het leefgebied van de steenmarter is afhankelijk van de voedselsituatie en varieert van 50 tot 500 hectare. Steenmarters hebben intussen ook hun weg gevonden naar de weidevogelgebieden. Daar blijken ze, naast alle andere predatoren, een geduchte nestpredator te zijn.

Leefwijze en gedrag

Lange tijd werd gedacht dat de aanwezigheid van kleinschalige landschappen en oude schuurtjes bepalend waren voor de aanwezigheid van steenmarters Niet is minder waar. Het zijn echte cultuurvolgers die zich ook in het huidige agrarische landschap weet te handhaven, zelfs in open (weidevogel)gebieden. Ze huizen net zo makkelijk in boerderijen, schuren als in scholen of bedrijfsgebouwen waar ze boven de systeemplafonds huizen. Ze kunnen die enorm bevuilen en voorzien van een penetrante geur. De ruimte onder de motorkap is ook een favoriete plek. Hier veroorzaken ze knaagschade aan leidingen en bewaren ze ook prooien als dode mollen en muizen.

Voortplanting

De ranstijd loopt van juni tot augustus. De mannetjes zijn dan zeer luidruchtig en voeren krijsende gevechten om de vrouwtjes te veroveren. De draagtijd bedraagt circa negen maanden en kent net als bij de hermelijn een rustfase. Rond januari nestelt de eicel zich pas in de baarmoeder en ontwikkelt zich een embryo. In maart of april worden twee tot vier jongen geboren. Jonge steenmarters worden twee maanden gezoogd en na drie maanden kunnen ze op pad. In september worden ze verstoten en zoeken ze een eigen territorium. Ze kunnen acht tot tien jaar oud worden.

Voedsel

Steenmarters hebben een zeer gevarieerd menu. Het zijn natuurlijk in de eerste plaats carnivoren die muizen, ratten, vogels, eieren en ook insecten eten. In de zomer en herfst staan ook vruchten, bessen of bramen op het menu. Ook door de mens achtergelaten afval wordt doorzocht. Kippen en hun eieren staan hoog op het verlanglijstje. Om de steenmarter buiten te houden, moeten hokken hermetisch afgesloten zijn. Voedsel wordt soms ook naar een schuilplaats gebracht.

Voorkomen

Steenmarters zijn lange tijd vrij zeldzaam geweest. Rond 1970 werden ze spaarzaam waargenomen, vooral in delen van Oost-Nederland en Zuid-Limburg. Op grond daarvan is de huidige zwaar beschermde status toegekend. Ondertussen is de steenmarter een vrij algemene soort die in vrijwel geheel Nederland voorkomt. Alleen Noord- en Zuid-Holland en de eilanden zijn niet of nauwelijks bereikt.

 

  • Delen: