Zon op
05:50
Zon onder
21:40
Nachtmodus

Wat is rijstkorrelziekte?

Bij de KNJV komen regelmatig meldingen binnen van jagers die tijdens het eendenseizoen een opmerkelijke waarneming doen: bij het slachten van een eend lijken de borsten gevuld te zijn met rijstkorrels. De eend op de foto heeft de aandoening Sarcosporidiose. In het Engels staat deze ziekte ook wel bekend als de ‘ricebreast disease’. Deze ziekte kan ook voorkomen bij houtduiven.

foto: Menko timmerman

Sarcosporidiose is een algemeen voorkomende infectie die wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet van het geslacht Sarcocystis. Een groot aantal zoogdieren, vogels en reptielen kan besmet raken met verschillende Sarcocystissoorten. Een besmetting komt regelmatig voor onder rood- en reewild, maar ook bij o.a. zwartwild, eenden, ganzen, duiven en hazen is de parasiet gevonden. Meestal is een infectie niet goed aan de levende eend te zien. Pas bij het verwijderen van het vel wordt de parasiet goed zichtbaar: verspreid over de borstspieren bevinden zich in parallelle banen de crèmekleurige, langwerpige cysten. Ook kunnen de cysten gevonden worden in de dijspieren en hartspieren van de eend of in het gladde spierweefsel in de wand van het maag-darmkanaal. De infectie is over het algemeen niet dodelijk. Wel kan een ernstige infectie verlies van spierweefsel veroorzaken. Dit kan resulteren in kreupele of zwakke dieren. In tegenstelling tot bij sommige eendensoorten is de parasiet bij grofwild niet met het blote oog te zien. Sommige Sarcocystis-soorten kennen namelijk alleen een microscopische vorm. De levenscyclus van de Sarcocystis-parasiet kent twee gastheren: een tussengastheer (vogels en planteters) en een eindgastheer (carnivoor). De tussengastheer krijgt via besmet voedsel of water de microscopische eieren van de parasiet binnen. Wanneer de eieren uitkomen verspreiden deze zich via het bloed naar het spierweefsel, waar zich de karakteristieke cysten (de ‘rijstkorrels’) vormen. De levenscyclus is compleet wanneer een predator zich te goed doet aan het besmette dier. De cysten vermeerderen zich vervolgens in de darmen van de eindgastheer, die dan weer eieren uitscheidt. Welke carnivoren bij welke eendensoorten precies een rol spelen in de cyclus is nog onduidelijk. Voor zover bekend vormt de Sarcocystis-soort die gevonden wordt bij eenden geen risico voor de mens. In Noord-Amerika is Sarcosporidiose een algemeen voorkomende parasitaire infectie bij wilde eenden. Over het voorkomen van Sarcocysten bij vogels in Nederland is nog zeer weinig bekend.‘


Wat moet ik doen als ik een dood dier vind?

Alle levende dieren gaan een keer dood en dus is het op zich niet vreemd om in de natuur een dood dier tegen te komen. Maar wanneer er een vermoeden is dat een dier door een bepaalde ziekte is gestorven en er sprake is van buitengewone sterfte is het zaak dit te melden bij het DWHC of de NVWA . Bij algemeen voorkomende wilde dieren is sprake van buitengewone sterfte als de sterfte ‘anders is dan normaal”. Dit houdt in dat er:

  • Meerdere dode dieren op dezelfde plek liggen
  • in het gebied meer sterfte dan normaal is voor dat gebied in dat jaargetijde
  • het dier afwijkend gedrag vertoonde voor het doodgaan
  • het dode dier een “vreemde” houding heeft (het zit/ligt  anders dan normaal gesproken).
  • Het dier zichtbaar vreemde vormen heeft zoals bulten, verkleuringen en of een onregelmatige vacht/verenkleed.

Bij verdenking van een aangifteplichtige ziekte, zoals Klassieke en Afrikaanse varkenspest, vogelgriep (vogelpest) en Mond-en-klauwzeer, moet contact worden opgenomen met de NVWA via het landelijk meldpunt voor dierziekten, telefoon: 045 – 546 31 88. Overigens geldt deze plicht alleen voor dierenartsen en veehouders maar hebben jagers en anderen zeker ook een morele plicht om dit te melden. Voor een volledige lijst van alle aangifteplichtige ziekten zie: lijst-aangifteplichtige-dierziekten De kadavers mogen niet worden versleept om verdere verspreiding te voorkomen. Denk in dat kader ook aan uw laarzen of ander schoeisel die ziekten kunnen verspreiden door deze op locatie schoon te maken en te ontsmetten voordat u in de auto stapt.

Indien er geen verdenking is van aangifteplichtige ziekten maar wel van buitengewone sterfte dan kunt u dit melden bij het DWHC: www.dwhc.nl/meldingsformulier/

Ook bij het ontweiden of schoonmaken van wild kunnen afwijkingen worden gevonden (met name afwijkingen aan de organen) die vragen kunnen oproepen of een dier ziek is. Neem ook in zo’n geval contact op met het DWHC of de NVWA.


Wat dient een automobilist te doen wanneer deze een wild dier aanrijdt?

Jaarlijks worden er duizenden in het wild levende grote zoogdieren doodgereden. Dit zijn voornamelijk reeën, edelherten, damherten en wilde zwijnen. Na een aanrijding roept de meldkamer van de politie in veel gevallen een jager op. Deze jager is vaak aangesteld in het kader van een valwildregeling, waarin afspraken zijn gemaakt over het opsporen van gewonde dieren. Deze regelingen zijn er echter niet landsdekkend.

Wat moet u doen bij het aanrijden van wild?

  • bel direct de politie 0900 8844
  • bel ook de politie als het dier niet blijft liggen
  • probeer zo goed mogelijk de locatie door te geven
  • wacht de komst van de politie en/of de jager (rustig) af.

Wat moet u beslist niet doen?

  • rij niet door, dat is strafbaar
  • ga nooit achter het dier aan

Hoe kunt u aanrijding voorkomen?

  • houd u aan de adviessnelheid, voornamelijk in de schemerperiode en ’s nachts wanneer het wild het actiefst is. Maar ook overdag kunt u wild tegenkomen
  • let op de wildsignaleringsborden!
  • houd uw hond aan de lijn! Ook loslopende honden kunnen de oorzaak zijn van aanrijdingen, doordat zij het wild opjagen. 

Onder voorwaarden is het toegestaan om dode aangereden dieren mee te nemen. In artikel 3.22 van de Regeling natuurbescherming staat dat aan iedereen vrijstelling wordt verleend voor het onder zich hebben van dieren*, maar uitsluitend als het betreffende dier kennelijk in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend. Dus als u een doodgereden ree langs de openbare weg vindt, mag u dat op grond van deze bepaling meenemen. Mag dat ook als u zelf het ree heeft doodgereden? Uit de toelichting bij de Regeling volgt dat dit is toegestaan zolang u het dier niet opzettelijk heeft gedood. Als u zich aan de geldende snelheidsbepaling op een bepaalde weg houdt en er steekt onverhoopt een ree over, dan kan u niet verweten worden dat u dat ree opzettelijk heeft aangereden. In dat geval is de vrijstelling voor u toepasbaar en mag u het dode dier meenemen. In het kader van een adequate valwildregistratie is het vanzelfsprekend wenselijk dat u bij de politie melding maakt van het valwild.

Let op als het een aanrijding betreft met een ree, edelhert, damhert of wild zwijn en het dier is niet dood. Een gewond of ziek dier mag men uitsluitend onder zich hebben als voor vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie en voor zover dat vervoer gebeurt door een door de politie aangewezen vervoerder. Verder geldt deze vrijstelling niet voor dode vogels. In de wet Natuurbescherming staat dat het verboden is om een vogel onder zich te hebben dat wordt genoemd onder de Vogelrichtlijn. Hierop bestaan twee uitzonderingen. Men mag de dode vogel in zijn bezit hebben als deze legaal verkregen is (via jacht, beheer of schadebestrijding) of als men de dood gevonden vogel – zolang men geen verwijtbare schuld heeft aan de dood van het dier – binnen drie dagen aflevert bij een preparateur.

* genoemd in bijlage 1, behorende bij artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming: boommarter, bunzing, damhert, edelhert, haas, hermelijn, konijn, ree, steenmarter, vos, wezel en wild zwijn.


Klopt het dat ganzen monogaam zijn?

Ja, zolang ze een partner hebben. Af en toe wordt het beeld naar voren geschoven dat ganzen na het afschot van één van de partners de rest van hun leven alleen blijven. Dit berust op een misverstand. Ganzen vinden doorgaans weer een nieuwe partner en planten zich weer voort met hun nieuwe partner. Ook bij natuurlijke dood of bij wegvangen van ganzen wordt er weer een nieuwe monogame relatie aangegaan maar verschilt weer per soort. Soms verlaten ganzen vrijwillig hun partner.

Er zijn wel een aantal effecten van het wegvallen van een partner van de gans, zoals een verminderd broedsucces en een verminderde conditie van het dier. Deze effecten zijn beperkt.

Verder lezen over dit onderwerp?
C.A. Nicolai, US Fish and Wildlife Service, Region 8 Migratory Birds, 1340 Financial Blvd, Suite 234, Reno, NV 89502, USA, January 14, 2012


Is een kastval en vangkooi een toegestaan middel en voor welke diersoorten mogen deze dan gebruikt worden?

In artikel 3.9 lid 1 van het Besluit natuurbescherming worden de middelen genoemd die men mag gebruiken. Hierin worden de kastval en de vangkooi genoemd.

Voor een kastval of een vangkooi worden verder geen eisen gesteld t.a.v. maten en materialen of gradaties in een grote of kleine val/kooi. Voor zoogdieren dienen deze enkel eenmalig te kunnen vangen. Dit gebeurt dan middels een klepje welke de val/kooi sluit zodra het dier erin zit. Voor vogels mag dit repeterend zijn. Er mag geen sprake zijn van verstrikking in een kastval of vangkooi. Voor het gebruik van een kastval of vangkooi is de schriftelijke toestemming vereist voor beheer en schadebestrijding van de grondgebruiker. Er is geen minimale oppervlakte eis zoals deze er wel is voor het gebruik van het geweer (minimaal 40 ha). Met toestemming van bijvoorbeeld 1 ha is het dus mogelijk om een kastval of vangkooi te gebruiken. Ook mogen de val/kooi gebruikt worden binnen de bebouwde kom. Een jachtakte is niet vereist. Een ieder die de toestemming van de grondgebruiker heeft kan een val/kooi gebruiken.

In heel Nederland mogen hiermee het gehele jaar door vossen, verwilderde katten en verwilderde nertsen mee gevangen worden.  Gebruik bij voorkeur aas welke afkomstig kan zijn uit het eigen veld zoals een konijn of een duif. Gebruik geen vis, eieren of slachtafval welke van elders is aangevoerd. Dit kan gezien worden als afval waarmee u in overtreding kunt zijn.

Konijnen mogen niet gevangen worden met een kastval of vangkooi. Het konijn is namelijk wild en deze mogen niet met dit soort middelen worden gevangen.

Voor het gebruik van een kraaien- en of kauwenvangkooi is een provinciale ontheffing vereist. Dit komt voort uit het feit dat een vogelvangkooi die repeterend vangt niet selectief zou zijn. Je zou er namelijk ook een ekster of een buizerd mee kunnen vangen. Een ontheffing voor een kraaien- en of kauwenvangkooi is aan te vragen bij de FBE van de bewuste provincie. Zie www.faunabeheereenheid.nl  Voor het verkrijgen van zo’n ontheffing is het handig als men over een schadehistorie beschikt en of dat er kan worden aangetoond dat er schade is of dreigt. Doe de aanvraag bij voorkeur in collectief (WBE)verband zodat er een grotere kans is om een dergelijke ontheffing te verkrijgen. In zo’n ontheffing staat vaak dat er voldoende voer en water voor de vogels aanwezig moet zijn, deze dagelijks geleegd moet worden en dat voor het gebruik van een levende lokkraai uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van een lokkraai die voorzien is van een naadloos gesloten pootring, waaruit blijkt dat het om een gefokt exemplaar gaat. Een dergelijke gefokte kraai is voor zover wij weten niet beschikbaar in Nederland.


Het is toegestaan om te jagen met levende lokeenden/duiven, mits ze niet zijn verminkt. Is een lokvogel kortwieken ook verminken?

Een lokvogel kortwieken (het wegknippen van de grote en kleine slagpennen aan één van de vleugels) is geen verminken, dus is een gekortwiekte lokvogel toegestaan. Leewieken (het laatste vleugellid waaraan de grote slagpennen groeien van één vleugel wegnemen) daarentegen is wel verminken en dus niet toegestaan.

Artikel 3.21, lid 1, onderdeel e Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 7.03 Kortwieken  (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)

 


Mag een jager in een uitloper van zijn jachtveld buiten de cirkel met een straal van 350 meter (nog steeds in zijn eigen jachtveld) lopen met het geweer, drijven, met zijn jachthonden lopen?

Indien het een uitloper van het jachtveld van de jager betreft, dan mag hij hier met een niet geladen geweer lopen, hij mag het veld zelf of door drijvers uit laten drijven, zijn hond mag er naar wild zoeken, hij mag daar met fret en buidels jagen, ook mag dit gedeelte met een jachtvogel worden bejaagd.

Artikel 3.12 Besluit natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 8.09 Uitlopers (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Mogen hazen in een raster worden geschoten?

Voorbeeld: In een jachtveld bevinden zich, in een goed omrasterde boomgaard van circa 5 ha, op onverklaarbare wijze, toch enkele hazen. Is dit stukje boomgaard aan te merken als een “gewoon” jachtveld en mogen de hazen in het jachtseizoen worden geschoten of is er vanwege het raster geen sprake van een gewoon veld en moet er een speciale ontheffing worden aangevraagd?

U kunt de hazen bejagen in het stukje boomgaard, bij kleinwild is geen sprake van doorkruising van de oppervlakteregels door een afrastering.

Artikel 3.12 Besluit natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 10.22 Hazen bejagen binnen raster (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)

 


Moeten gehouden fazanten voorzien zijn van een gesloten pootring?

Ja. Een fazant is een inheemse beschermde diersoort. Volgens artikel 3.28 Besluit natuurbescherming mogen gefokte fazanten worden gehouden mits deze zijn voorzien van een vaste pootring.

De pootringen voor in Nederland gefokte en geboren vogels kunnen worden aangevraagd bij een erkende organisatie.  Dit zijn de volgende organisaties:

Kleindier Liefhebbers Nederland, www.kleindierliefhebbers.nl

Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, www.bec-info.com

Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers, www.nbvv.nl

Aviornis International Nederland, www.aviornis.nl

Parkieten Sociëteit, www.parkietensocieteit.nl

 

Voor uitgebreide informatie over pootringen voor vogels, zie de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl

Artikel 3.28 Besluit natuurbescherming en bijlage 6 Regeling natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 15.01 Fazanten en pootring (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Is het toegestaan om fazanteneieren te rapen afkomstig van uitgemaaide nesten?

Het rapen van eieren van beschermde inheemse diersoorten, waar onder fazanten, is verboden evenals het terugzetten van fazanten is ook niet toegestaan.

Artikel 3.1 en 3.34 Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 15.02 Terugzetten fazanten (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Is uw vraag voldoende beantwoord? U kunt het bureau van de Jagersvereniging altijd bellen of mailen voor meer informatie.

De Jagersvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook, ontstaan door het gebruik van de gepresenteerde informatie.