Zon op
08:44
Zon onder
16:21
Nachtmodus
Foto: Bas Worm

Reeënbronst in beeld – Beeldverslag van Bas Worm in de Jager #7 2019

Voor reewildliefhebbers het hoogtepunt in het reeënjaar: de bronsttijd. Een periode die in het teken staat van gierende hormonen, concurrentiestrijd en een hoog energieverbruik. Fotograaf Bas Worm maakte dit beeldverslag.

Na de activiteitspiek in het voorjaar neemt de zichtbaarheid van de dieren weer af. In juni zie je vrijwel alleen geiten en kalveren. De bokken zijn aan het opvetten voor de bronst en weinig actief, op het controleren van hun territoriumgrenzen na. Territoriale bokken doorkruisen regelmatig hun hele territorium, oude bokken markeren vaak alleen nog het centrum. Lange tijd werd gedacht dat de bronstperiode in juli/augustus slechts een soort schijnbronst was. De daadwerkelijke bronst zou in het najaar plaatsvinden, net als bij edel- en damherten. Inmiddels weten we dat dit niet zo is, het overgrote deel van de geiten en smalreeen wordt in de tweede helft van juli bronstig, sommige al eerder. Het voordeel van deze relatief vroege bronst is dat het ree – dat als kleine herkauwer veel afhankelijker is van eiwitrijk voedsel dan edelherten – in de periode na de bronst de verloren gegane energie kan aanvullen met eiwitrijk voedsel dat dan nog voorhanden is.

Om te voorkomen dat kalveren vervolgens in de (na) winter geboren worden als de voedsel- en klimaatomstandigheden op hun slechts, kent het ree als enige hoefdier een ‘diapauze’: de ontwikkeling van de bevruchte eicel in de baarmoeder stopt na een beperkt aantal delingen (Blastula-stadium). Pas in december wordt de embryonale ontwikkeling voortgezet zodat in mei, als de voedselomstandigheden optimaal zijn, de kalveren ter wereld komen. Geiten en smalreeën die tijdens de zomerbronst niet bevrucht zijn, kunnen in het najaar opnieuw een eisprong krijgen. Na bevruchting volgt dan nog geen diapauze. Uit het veld is bekend dat geiten tot op hoge leeftijd (circa 11 jaar) kalveren kunnen blijven zetten

Als een bok een bronstige geit (of smalree) drijft, dan gebeurt dat volgens de literatuur vaak in een cirkel of achtvorm, maar ik heb dat zelden waargenomen. Zoals de meeste zoogdieren zijn reeen niet monogaam, wat ook blijkt uit de volgende observatie: nadat een geit was beslagen door een bok, stak ze een greppel met pitrus over, om daarna in hetzelfde graslandperceel door de aangrenzende territoriumbok ook meermalen beslagen te worden. Beide bokken hadden visueel contact, maar blijkbaar vormde de greppel de grens tussen hun territoria zodat de actie van de geit niet tot schermutselingen leidde. Kortom: het observeren van reeën tijdens de bronst i en blijft een boeiend en soms verrassend schouwspel. Niet in de laatste plaats omdat het gedrag van het ree zelden ‘volgens de boekjes’ verloopt.

Het bekendste geluid van reeën (zowel geiten als bokken), het ‘blaffen’, is niet typisch voor de bronsttijd. Deze territoriumbok koos niet het hazenpad na te zijn gestuit op de aanzitplek van de fotograaf, maar begon langdurig te blaffen. Misschien in de verwachting dat er een mogelijke rivaal vanachter het camouflagenet zou verschijnen. Hoe dan ook, de hoge testosteronspiegel tijdens de bronsperiode zal een belangrijk rol hebben gespeeld bij zijn gedrag.

Na een typische zomerse onweersbui kan het zomaar gebeuren dat een bok met natte vacht zijn inspectierondje doet langs de randen van zijn territorium. Mede dankzij de bloeiende heide in deze periode levert dat een fraai plaatje op.

De bronst is de tweede activiteitspiek in het kalenderjaar van het ree. De bok verbruikt in deze periode veel energie. Hij is de hele dag in touw, alert op indringers. Soms stuit hij daarbij op tweebenige indringers in zijn territorium zodat hij zich ook nog eens genoodzaakt ziet af te springen. Als met al kunnen bokken wel tot 25% van hun lichaamsgewicht verliezen in deze periode.

Reebokken vallen in de bronst dus flink af, maar dat wil niet zeggen dat ze tussendoor niets eten. Het blijven dieren die kritisch met hun energie moeten omgaan, waardoor ze, zoals deze jonge bok, op rustige momenten toch hier en daar wat voedsel tot zich nemen.

De zon komt in deze periode vroeg op, dus de dieren zijn ook vroeg actief. Dat betekent dat je vroeg uit de veren moet voor het maken van beelden. Dat valt niet altijd mee. In het eerste zonlicht op weg naar je stek kan het dan ook gebeuren dat de contouren van een bok al oprijzen uit de ochtendnevel.

Ook aan het begin van de middag zijn de reeën tijdens de bronst vaak actief en dus zichtbaar. Deze jaarling komt nietsvermoedend het territorium van een andere bok binnengelopen. In deze periode is dat vragen om moeilijkheden.

Weliswaar is in het voorjaar – soms na de nodige schermutselingen – een territorium ingenomen, toch moet de plaatsbok tijdens de bronst waakzaam blijven en eventuele indringers het veld uit jagen. En ja, ook die brutale jaarlingen.

Het begin van de bronst wordt niet bepaald door de weersomstandigheden, maar door het moment waarop de kalveren eerder dat jaar zijn gezet. Tussen de 65 en 69 dagen na het zetten van de kalveren wordt de geit bronstig. Smalreeën in goede conditie zijn daarom vaak wat eerder bronstig dan de geiten. Tijdens de bronst laat de geit haar typische ‘fiepgeluiden’ horen, in verschillende gebroken toonhoogtes (fi-ah). De bok maakt tijdens het drijven vaak hijgende, of rochelende geluiden in de richting van een concurrent. Het weer beïnvloedt vooral het moment van de dag waarop de bronstactiviteiten zich afspelen: bij zeer warm weer speelt de bronst zich vooral in de koelere nachtelijke en vroege ochtenduren af.

Na het soms dagenlange ritueel van drijven, hof maken, afwijzing en aantrekking, voltrekt de daadwerkelijke paring zich vaak binnen enkele seconden. Dit kan zich gedurende de periode dat bok en geit bij elkaar zijn enkele malen herhalen. Uit onderzoek met gezenderde reeën is gebleken dat de geit in de periode van de eisprong vaak het territorium van de plaatsbok verlaat om op zoek te gaan naar een bok elders.

Bij het begin van de bronst willen we soms te graag direct aan het fiepen slaan. Als dat vroeg doet, zo rond half juli, reageren hoogstens de jonge bokken. Sommigen komen werkelijk als ‘raketten’, zoals op deze foto. Als de kalveren in het voorjaar op het gebruikelijke tijdstip zijn gezet, worden de eerste geiten tussen 20 en 25 juli bronstig, de meeste eind juli. In deze periode (eind juli/begin augustus) is fiepen daarom weinig zinvol: de kans is immers groot dat de bok al bij een bronstige geit staat. In de regel kun je daarom het beste tussen 25 en 30 juli de fiep ter hand nemen (of gewoon helemaal niet).

Deze geit heeft een kapotte linkervoorloper. Toch kreeg ze – in een rustige hoek van het veld – enkele jaren achter elkaar gewoon een kalf en werd ze dus ook steeds weer bevrucht. Dat geeft wel aan dat reeën, ook al staan ze te boek als ‘stressgevoelig’, toch taai kunnen zijn en zich ondanks een handicap langdurig kunnen redden.

  • Delen: