Zon op
08:18
Zon onder
18:28
Nachtmodus
Foto: Anoeska van Slegtenhorst

Lente – Column Oswin Schneeweisz

Het is lente, dus even geen gezeur over hongerende grote grazers, uitstervende weidevogels en oprukkende varkenspest. Op zo’n mooie lentedag als vandaag wil je als jager maar een ding: het veld in. En dus trokken Nina (mijn nieuwe jachthond) en ik er maar eens vroeg op uit. Nu ja vroeg, de hemel kleurde al blauw en de eerste kieviten dansten in de lucht. Heerlijk, zo’n ochtend. Gezeten aan de rand van een omgeploegde akker, met een fraai uitzicht op mijn lokstalletje kraaien en Nina keurig naast mij wachtend, besefte ik weer waarom ik ooit jager ben geworden.

Plotseling zag ik Nina snuiven. Met haar neus in de wind zoog ze met grote halen de frisse ochtendlucht op. Binnen een oogwenk veranderde haar houding en anticipeerde ze op iets dat voor mij nog verborgen bleef. Met ogen vol ongeduld keek ze mij aan, alsof ze zeggen wilde: hé baas, gebruik je neus. Toen rook ik het ook: het zuchtje lentewind droeg onmiskenbaar de geur van een vos mee. Ik tuurde door het gaas van mijn hutje, maar Reintje liet zich niet zien en toch was hij in de buurt. Dat wist ik zeker. Het reukorgaan bedriegt nooit. Vergeleken met de neus (en zeker die van Nina) zijn ogen maar halfbakken zintuigen. Hoe vaak zie je niet wat je had moeten zien of zie je in het schemerlicht niet iets dat er in werkelijkheid niet is. Ogen bedriegen, de neus niet.

In de NRC las ik een artikel over de taal van de Jahai. Dat volkje jagers en verzamelaars (in de Maleisische deelstaat Perak) schijnt een giga-grote woordenschat te hebben voor geuren en kan deze geuren ook trefzekerder benoemen dan een naburige stam die leeft van tuinbouw. Onderzoekers concluderen nu dat het reukvermogen van jagers-verzamelaars superieur is in vergelijking met dat van volken met een sedentaire leefwijze. De taal van de Jahai heeft meer dan een dozijn werkwoorden om een breed scala basisgeuren te beschrijven. Een werkwoord kan verschillende geuren benoemen. Het werkwoord ltpɨt wordt bijvoorbeeld gebruikt om de geur van verschillende bloemen en rijp fruit te omschrijven, maar ook voor de geur van parfum, zeep, hout van de Aquilariaboom en de beermarter, een dier dat een popcorn-achtige geur verspreidt.

Hoe ver komen wij, jagers 2.0, eigenlijk in het herleiden en benoemen van geuren? Hoe vaak gebruiken wij onze neus bij het jagen? Het is een eigenschap die we gaandeweg zijn kwijt geraakt, net zoals al die andere zintuigelijke vermogens die we naarmate de evolutie voortschreed niet meer nodig hadden. Waaruit meer weer eens blijkt: evolutie is geen synoniem voor vooruitgang. Ik sluit mijn ogen en probeer vergeefs te ruiken: de rammelende hazen, de twee houtsnippen in het veld, de geur van jong eikenblad, de das die hier vannacht is langs gekomen, het aroma van nieuw leven. Deze lente ben ik jager/verzamelaar, in het diepst van mijn gedachten.

  • Delen: