06:30
20:55
Nachtmodus

LNV in overleg met Jagersvereniging en stakeholders over verbetering jachtbeleid

Maandag 4 juli jl. organiseerde het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een zogeheten werkbijeenkomst met stakeholders om met elkaar te spreken over het toekomstige jachtbeleid. Deze samenkomst was een eerste aftrap voor een langer overlegtraject komende maanden en zelfs jaren. De minister voor Natuur en Stikstof wil langs deze weg tot gedragen invulling komen van een viertal acties, zoals zij die benoemde in haar eerdere Kamerbrief. Een breed palet van wettelijke partners en maatschappelijke organisaties nam constructief deel, zoals de Jagersvereniging, IPO, Provincies, LTO Nederland, FPG, Faunabeheereenheden, BIJ12 en Staatsbosbeheer, maar daarnaast bood men ook ruimte voor meer activistische geluiden, zoals van Stichting Faunabescherming.

Vier beoogde acties uit Kamerbrief
Bij het verschijnen van de al genoemde Kamerbrief ging de meeste aandacht uit naar het ad hoc voornemen van de minister om het aanstaande seizoen de jacht op het konijn in heel Nederland niet te openen en de jacht op het haas niet in de provincies Groningen, Utrecht en Limburg. Via een internetconsultatie is met ruim 3.000 ingediende zienswijzen breed, massaal en onderbouwd bezwaar aangetekend tegen dat voornemen. Gezien dit grote aantal reacties en de vele daarin genoemde inhoudelijke kritiekpunten en constructieve handreikingen, is LNV nog altijd druk met de verwerking van de zienswijzen. De minister zal deze serieus en zorgvuldig moeten betrekken bij haar definitieve besluitvorming. De werkbijeenkomst van afgelopen dinsdag stond uitdrukkelijk los van dit korte termijn proces en richtte zich op het viertal acties dat de minister voor komend jaar heeft benoemd in haar Kamerbrief:

  • Onderzoek naar de wijze waarop de door Faunabeheereenheden aangedragen dataverzameling afkomstig van de Wildbeheereenheden meegenomen kan worden in de tellingensystematiek;
  • Onderzoek naar de staat van instandhouding van de wildlijstsoorten op provinciaal niveau;
  • Impactanalyse naar de (mogelijke) gevolgen van de sluiting van de jacht op de wildlijstsoorten;
  • Inventarisatie van de oorzaken van de achteruitgang en de mogelijkheden voor verbeteren staat van instandhouding.

Proactieve inbreng vanuit Jagersvereniging
Na een korte toelichting van LNV op het beoogde proces, werden deelnemers tijdens de werkbijeenkomst in de gelegenheid gesteld om per actie hun eerste reacties, vragen, suggesties en opmerkingen in te brengen. Vervolgens was er de mogelijkheid om daarover ook het gesprek met elkaar aan te gaan. Namens de Jagersvereniging hebben directeur Willem Schimmelpenninck van der Oije en manager public affairs Daan Keij input en feedback gegeven. Naast vele andere aandachtspunten hebben zij de onderstaande zaken benadrukt.

Data van WBE’s en FBE’s
Ten aanzien van de tellingensystematiek is onderstreept dat het inderdaad essentieel is om nu eindelijk tellingen en andere aanwezige data van FBE’s en WBE’s te betrekken. De Jagersvereniging heeft hier herhaaldelijk op aangedrongen en het is goed dat de minister hier nu werk van wil maken. Minstens zo belangrijk is het om dit traject nu aan te grijpen voor de noodzakelijke bredere verbetering van tellingen, dataverzameling en -verwerking. Het is hoog nodig om telprotocollen te actualiseren (bijvoorbeeld rekening houdend met dag/nachtactiviteit van wildsoorten), moderniseren (onder meer gebruik maken van nieuwere technologieën als warmtebeeld en gebruiksvriendelijke apps) en standaardiseren (onder alle bij tellingen betrokken partijen).

Tellingen moeten ook gerichter worden, dus niet gebaseerd op bijvangsten van tellingen die gericht zijn op totaal andere diersoorten. Voldoende, representatieve meetpunten, met oog voor fysisch geografisch onderscheid en vaststelling of het gebied bejaagbaar dan wel bejaagd is, vergen tevens aandacht. Alleen met dit soort noodzakelijke verbeteringen kunnen zinnige, laat staan verstrekkende conclusies worden verbonden aan cijfers. De instelling van een onafhankelijke nationale autoriteit faunagegevens, zoals de Jagersvereniging eerder al heeft voorgesteld, zou kunnen bijdragen aan draagvlak en objectieve borging. Tot slot zou dit alles zodanig vorm moeten worden gegeven dat ook tellingen en de bejaagbaarheid van andere wildsoorten (zoals benoemd in de Benelux-overeenkomst) kunnen worden betrokken.

Staat van instandhouding
Wat betreft onderzoek naar de staat van instandhouding (SvI) van wildsoorten is het allereerst zaak om in algemene (landelijke) zin tot een gedragen, uitgekristalliseerde en beproefde beoordelingsmethode te komen. Zeker voor algemeen voorkomende soorten is dit nu nog tamelijk onontgonnen terrein, waarover zowel ecologisch als juridisch (ook internationaal) discussie bestaat. Vervolgens is het ook maar de vraag wat een beoordeling van de SvI op provinciaal niveau, voor zover dat op dat schaalniveau echt mogelijk is, toevoegt. Wildsoorten houden zich niet aan provinciale grenzen, maar zijn gericht op geschikte leefgebieden.

Impactanalyse
De actie “impactanalyse naar de (mogelijke) gevolgen van de sluiting van de jacht op de wildlijstsoorten” is om te beginnen op zijn minst onhandig geformuleerd. Centraal moet staan de breed maatschappelijke en ook economische waarde die jacht en alle (vrijwillige) werkzaamheden daaromtrent met zich meebrengen. Dit is al vaker onderzocht en overigens ook benoemd in de parlementaire geschiedenis van het jachtbeleid. Bovendien gaat het ook om de vraag welke bredere consequenties het volgen van een beoordeling dat de SvI van een soort in het geding zou zijn, zal hebben. Zo ligt het in lijn der verwachting dat maatschappelijke opgaven als woningbouw, aanleg en onderhoud van infrastructuur, aanleg van natuur, voedselproductie, verkeersveiligheid etc. in het gedrang komen.

Oorzaken achteruitgang
Tot slot kent ook de actielijn “inventarisatie van de oorzaken van de achteruitgang en de mogelijkheden voor verbeteren SvI” vele relevante aspecten. Allereerst moet tot de scope ook behoren de oorzaken van vooruitgang en stabiele populaties, zoals vele jagers daar met grondgebruikers en -eigenaren met succes veel werk in steken. Nut van dit onderzoek is in ieder geval dat de aandacht gericht kan worden op werkelijke drukfactoren van wildpopulaties. Wat betreft jacht is reeds herhaaldelijk aangetoond dat dit geen drukfactor van belang is. Sterker nog, bezien vanuit het bredere begrip van jacht (onder meer al het biotoopverbeterende werk dat jagers verrichten) is de invloed daarvan op populaties eerder positief te noemen. Voor zover in bepaalde gebieden sprake is van populatiedaling is het goed om echte knelpunten en oplossingsrichtingen in kaart te brengen.

Vervolg en opstelling Jagersvereniging
Zoals al vermeld was deze werkbijeenkomst een aftrap voor een uitvoeriger overlegtraject. LNV gaat aan de slag met de nu opgehaalde eerste reacties en stelde uitdrukkelijk ook het vervolgproces samen vorm te willen geven.

Al met al is de Jagersvereniging voorzichtig positief over dit initiatief en zal zij proactief en constructief willen bijdragen. In feite had dit traject al eerder moeten worden ingezet, zodat twee jaar geleden ontstane onduidelijkheden en discussies (Rode Lijst, het nog boven de markt hangende, onterechte voornemen omtrent komend jachtseizoen etc) voorkomen hadden kunnen worden. In het kader van beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is het goed dat nu alsnog dialoog wordt gezocht. Voorzichtigheid komt voort uit de formulering en scope van de genoemde acties; zoals hiervoor omschreven vergen die aandacht. Ook zal er in een vervolgtraject oog moeten zijn voor wat deelnemende partijen concreet kunnen en willen bijdragen, waarbij het gezamenlijke uitgangspunt dient te blijven dat jacht en faunabeheer nuttig en noodzakelijk zijn.

Tot slot bevestigt het nu gestarte traject dat het voornemen van de minister ten aanzien van het aanstaande jachtseizoen op zijn minst zeer voorbarig was, zoals de Jagersvereniging al uitgebreid heeft onderbouwd in haar zienswijze. Zet de minister haar voornemen ondanks alle ingediende bezwaren door, dan betekent dat een valse start voor het meer zorgvuldige proces dat LNV nu voor ogen zegt te hebben. De Jagersvereniging verzoekt de minister daarom nogmaals dringend om dit jaar niet af te wijken van het reguliere jachtseizoen.

  • Delen:

Gerelateerd nieuws