Zon op
05:59
Zon onder
21:31
Nachtmodus

Op welke plaatsen mag een jager zijn geweer gebruiken en hoe dient hij deze te vervoeren?

Vervoer vuurwapen
Tijdens het vervoer dienen wapen en munitie zodanig te zijn ingepakt dat deze niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend. Bij voorkeur dient het wapen in een geweerfoedraal gedaan te worden en afsloten in de kofferbak. Het wapen dient ontladen en ontspannen te zijn en in een eventueel aanwezige patroonhouder mogen zich geen patronen vinden. Het vervoer van vuurwapens is beperkt tot het vervoeren tussen de woning en plaatsen waar de houder van de jachtakte bevoegd is tot jagen (jachtveld), of plaatsen waar hij uit anderen hoofde bevoegd is de vuurwapens te gebruiken (schietbaan), de erkende wapenhandelaar of (na daaraan voorafgaand verzoek of toestemming van de zijde van de politie) naar het bureau van politie, langs de weg binnen het tijdsbestek welke daar redelijkerwijze voor zijn geboden. Het wapen en de munitie worden niet onbeheerd in een middel achtergelaten. Een bruikleenwapen dient op de dag van gebruik door de lener bij de eigenaar te worden opgehaald en direct na gebruik dezelfde dag te worden teruggebracht voor opslag bij de hoofdhouder.

Dragen vuurwapen
Onder het dragen van een vuurwapen verstaat men dat het wapen gereed is voor onmiddellijk gebruik. Het wapen is dan niet meer ingepakt. Het is de houder van een jachtakte verboden een geweer te dragen op gronden waarop hij niet tot het gebruik van een geweer is bevoegd. Binnen een jachtveld mag een wapen gebruiksgereed worden vervoerd. Dit kan daarmee ook in een auto zijn.


Aan welke eisen dient een wapenkluis te voldoen?

In de circulaire Wapens en Munitie wordt aangegeven dat als deugdelijke bergplaats voor wapens en/of munitie uitsluitend aangemerkt: een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast/wapenkluis of een andere kluis die qua uitvoering en inbraakwerendheid daarmee gelijkgesteld kan worden. Er zijn dus geen specifieke eisen kwaliteitseisen waaraan een wapenkluis dient te voldoen. Gebleken is dat kluizen met uitwendige scharnieren of (hang)sloten nogal eens worden afgekeurd door de politie.

Wanneer u een wapenkluis koopt, koop er dan een die speciaal voor dit doel is gemaakt en let erop dat u voldoende ruimte heeft voor het opbergen van al uw wapens met toebehoren zoals richtkijkers en extra lopen en er een apart afsluitbaar deel is voor alle verschillende munitie, zoals verschillende korrelgrote van hagelmunitie.
De Kluis moet deugdelijk zijn verankerd in de vloer of muur van de woning tenzij de kluis van dusdanig gewicht is (minimaal 200 kg) dat het zo goed als uitgesloten is dat de kluis bij een inbraak kan worden meegenomen. Het plaatsen van de kluis in een schuur of garage die niet via de woning te bereiken is, wordt meestal niet goedgekeurd. De Politie kan bij u thuis komen controleren of uw wapens en munitie op de juiste wijze worden bewaard. Als dit niet het geval is, kan uw jachtakte worden ingetrokken.


Waar staat dat een jager verplicht is kadastrale nummers en/of een kadastrale kaart aan te leveren van zijn jachtveld en zo ja, waar is het te vinden dat de korpschef verplicht is hiervan een administratie bij te houden?

Een jager is niet verplicht kadastrale nummers en/of kadastrale kaarten aan te leveren bij de politie (uitspraak Arrondissementsrechtbank te Middelburg /95/523, 8 juni 1995). Wel moet duidelijk zijn welke gronden in de jachthuurovereenkomst/grondgebruikersverklaring zijn bedoeld.

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.12 Kadastrale kaarten (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Mag een jachthouder aan anderen een zogenaamde “gastverklaring” verstrekken?

Ja. Een jachthouder mag, als hij tenminste een jachtakte heeft, aan anderen toestemming verlenen om het aan hem toekomende genot van de jacht met het geweer in diens gezelschap uit te oefenen. Deze toestemming kan schriftelijk worden gegeven, bijvoorbeeld volgens het model dat de Jagersvereniging daarvoor heeft opgesteld.  Ook de zogenoemde “buiten gezelschapsverklaring” is mogelijk.

Een jachthouder met jachtakte kan volgens artikel 3.20 lid 4 onder b. Wet natuurbescherming iemand toestemming verlenen om het genot van de jacht uit te oefenen buiten het gezelschap van de jachthouder. Wie zo’n toestemming als bedoeld in artikel 3.20 lid 4 onder b. heeft, mag volgens artikel 3.3 lid 3 onderdeel a Besluit natuurbescherming vervolgens ook zelf weer aan derden toestemming verlenen om in zijn gezelschap te jagen. Met deze gastverklaring toont een aanvrager van een jachtakte genoegzaam aan dat hij in de gelegenheid is om te jagen. Deze aanvrager voldoet daarmee aan een van de eisen voor de verlening van de jachtakte die zijn genoemd in artikel 3.28, lid 2 onderdeel c van de Wet natuurbescherming.  De andere voorwaarden betreffen het hebben van het jachtdiploma en de verzekering. Het aantal gastverklaringen dat een jachthouder kan uitgeven, wordt niet beperkt door de oppervlakte van het jachtveld.

De formulieren voor het uitgeven van deze toestemming vindt u op onze site: www.jagersvereniging.nl/downloads/formulieren-jachtakte-wet-natuurbescherming/

Artikel 3.20 lid 4 onder a.  Wet natuurbescherming
Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.06 Gastjagersverklaring (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Welke rechten heeft een jager als gronden in zijn jachtveld worden verkocht?

Welke rechten heeft een jager als gronden in zijn jachtveld worden verkocht?

Gedurende de looptijd van een jachthuurovereenkomst gaat de eigendom van een aantal percelen in het jachtveld over naar een ander. Daardoor komt er ook een andere grondgebruiker die niet wil dat de jager de bij hem in gebruik zijnde percelen betreedt. Welke rechten heeft de jager? Kan na verkoop van de gronden de eventuele nieuwe grondgebruiker de jager de toegang op zijn gronden verbieden?

Koop (verkoop) breekt geen huur (Burgelijk Wetboek 7:226). Dat betekent dat de jachthuurovereenkomst gedurende de resterende looptijd in stand blijft. Alle rechten en plichten gaan over naar de nieuwe eigenaar en zo dient dan ook de (jaarlijkse) tegenprestatie aan de nieuwe eigenaar voldaan te worden.

Voor beheer en schadebestrijding, bijvoorbeeld ten aanzien van niet-wild soorten of wildsoorten buiten de geopende jachttijd, is echter te allen tijde toestemming van de huidige grondgebruiker vereist. De nieuwe grondgebruiker kan het betreden van de gronden ter uitoefening van de jachthuurovereenkomst niet verbieden.

Burgerlijk Wetboek 7:226

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.17 Toestemming grondgebruiker na verkoop gronden (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)

 

 


Hebben jachtgasten een schriftelijke uitnodiging nodig?

Nee, die hebt u niet nodig. Een jachthouder mag jachtgasten meenemen zonder schriftelijke uitnodiging. Ook een jachtaktehouder met een buiten gezelschaptoestemming (3.20 lid 4 Wet natuurbescherming) mag gasten meenemen indien dit in de toestemming is vermeld.

Artikel 3.20 lid 1 en 4 Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 10.14 Gastjager (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Mag iemand die in het bezit is van een jachtakte ook kleiduiven schieten?

Ja, dat mag. In de Wet natuurbescherming staat dat het de houder van een jachtakte is toegestaan gebruik te maken van geweren voor het uitoefenen van de jacht of het schieten van kleiduiven.

Artikel 3.26 lid 1 onderdeel b sub 5 Wet natuurbescherming
Artikel 44 Regeling Wapens en Munitie

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 11.01 Kleiduiven schieten (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)

 


Mag een jachtaktehouder Brenneke patronen of slugs in bezit hebben en gebruiken?

Regelmatig doet de vraag zich voor of een jachtaktehouder de zogenaamde Brenneke patronen of ‘slugs’ voorhanden mag hebben en gebruiken.

Daarvoor zijn de volgende punten van belang:

  1. In de CWM 2005 is in artikel B 2.5.2. bepaald dat een verlofhouder/jachtaktehouder die munitie voorhanden mag hebben ‘die bestemd is om met het desbetreffende wapen te worden verschoten’. Het desbetreffende wapen zijnde het wapen dat op het verlof/jachtakte is vermeld;
  2. In het Besluit natuurbescherming (artikel 3.13, 3.14 en 3.15) is aangegeven met welke munitie op welke soorten mag worden gejaagd;

Een Brenneke patroon is een kogelpatroon die afgeschoten wordt in een wapen met gladde lopen (hagelgeweer).

De Wet natuurbescherming staat toe dat jachtaktehouders hagelgeweren mogen gebruiken in kalibers van ten minste 24 en ten hoogste 12. En de CWM geeft aan dat jachtaktehouders patronen voorhanden mogen hebben die passen bij de op de akte vermelde geweren, in dit geval hagelgeweren in de kalibers 24 t/m 12.

In het kader van de schadebestrijding en beheer van populaties, geven de provincies ontheffingen voor het doden van bepaalde diersoorten. In deze ontheffingen worden ook de toegestane middelen benoemd. Zo zijn er verschillende provincies die bepalen dat bij het doden van bepaalde soorten naast hagelpatronen ook kogelpatronen mogen worden gebruikt.

 

Uit bovenstaande toelichting mag worden geconcludeerd dat jachtaktehouders niet alleen Brenneke patronen voorhanden mogen hebben voor de jacht in het buitenland, maar deze patronen ook mogen gebruiken in Nederland in het kader van beheer en schadebestrijding, wanneer de provincie dit aangeeft.
Overigens kennen deze patronen een aantal ballistische beperkingen (o.a. precisie op afstanden groter dan 50 meter), waardoor het gebruik er van niet grootschalig zal zijn.


Mag een jachtaktehouder meedoen aan schietwedstrijden?

De wet staat jagers toe om te oefenen. Op de jachtakte is vermeld dat: ”Het vervoer van de op deze jachtakte vermelde vuurwapens is beperkt tot het vervoeren tussen woning en plaatsen waar de houder van deze jachtakte bevoegd is tot jagen, of plaatsen waar hij uit anderen hoofde bevoegd is de vuurwapens te gebruiken, …”. Onder deze plaatsen valt ook de schietbaan.

Noch de wet noch de jachtakte schrijven voor welke vorm deze oefening kan of moet hebben, dat kan dus variëren van een individueel rondje kleiduiven, of het inschieten van de buks, tot het samen met de combinatie oefenen, of het deelnemen aan wedstrijden. Dat daarbij een competitie-element meespeelt is niet van belang: voor de jager gaat het om de oefening en hij dient daarvoor elke gelegenheid aan te kunnen grijpen.

 


Onder welke voorwaarden mogen ganzen bejaagd worden?

Voor alle vormen van beheer en schadebestrijding heeft u de schriftelijke toestemming nodig van de grondgebruiker of een doorschrijving hiervan. Zie de formulieren 2.2 en 2.3: www.jagersvereniging.nl/downloads/jachthuur/

Daarnaast zijn er per diersoort vaak nog aanvullende documenten nodig. Voor een duidelijk overzicht worden hierbij 3 categorieën ganzen onderscheiden. De landelijk vrijgestelde gans, exoten en verwilderde ganzen en overige ganzen.

Landelijk vrijgestelde ganzen

De Canadese gans staat op de landelijk vrijstellingslijst hetgeen inhoudt dat deze dieren het hele jaar mogen worden gedood, indien er binnen het werkgebied van de WBE op tenminste één perceel schade is of dreigt in het huidige of het komende jaar aan landbouw en/of fauna. Bij de bejaging hiervan mogen lokkers gebruikt worden (Artikel 3.15 en 3.16 Wet natuurbescherming).

 Exoten en verwilderde ganzen

Voor de bejaging van exoten en of verwilderde ganzen met het geweer is een provinciale opdracht vereist (artikel 3.18 Wet natuurbescherming). Een opdracht voor met name nijlganzen, Indische ganzen en verwilderde boerenganzen is er niet in elke provincie. Informatie hierover kunt u aanvragen bij de faunabeheereenheid van de bewuste provincie. Zie: www.faunabeheereenheid.nl/FAUNABEHEEREENHEDEN Indien er een opdracht is mogen er ook lokkers gebruikt worden.

Overige ganzen

Dit zijn m.n. de grauwe gans, kolgans en brandgans. Om deze ganzen te kunnen bejagen dient u te beschikken over een provinciale ontheffing (artikel 3.17 Wet natuurbescherming). Een dergelijke ontheffing of informatie hierover kunt u aanvragen bij de faunabeheereenheid van de bewuste provincie. Zie: www.faunabeheereenheid.nl/FAUNABEHEEREENHEDEN  Als u vervolgens een dergelijke ontheffing heeft mag u niet zonder meer lokkers gebruiken. Het lokmiddel dient namelijk omschreven te zijn in de ontheffing. Als hierover niets in staat mag u geen lokmiddel gebruiken.


Is uw vraag voldoende beantwoord? U kunt het bureau van de Jagersvereniging altijd bellen of mailen voor meer informatie.

De Jagersvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook, ontstaan door het gebruik van de gepresenteerde informatie.