06:30
20:55
Nachtmodus

Is een Europese Vuurwapenpas noodzakelijk bij het jagen in het buitenland?

 

Na invoeren van het Europese Vuurwapenpas en het wegvallen van de binnengrenzen in de Europese Unie (EU) is het reizen met een wapen een stuk eenvoudiger geworden. Ten minste als het gaat om het vervoeren van een wapen naar een jachtuitnodiging, tijdens een jachtreis of het bezoeken van een wedstrijd. De Europese Vuurwapenpas (EVP) is het ‘vervoersbewijs’ voor de daarop vermelde wapens. Via dit EVP toont u aan dat u deze wapens in het land van herkomst legaal voorhanden mag hebben. U heeft dit bewijs altijd nodig wanneer u met uw wapen op pad gaat binnen de landen van de EU 1), dus ook naar België.

Daarnaast moet u aantonen wat de reden is dat u met een wapen op reis bent. U kunt dat doen door een schriftelijke uitnodiging voor de jacht of wedstrijd of bevestiging van de afspraak met de wapenhersteller. Het EVP dekt dus het vervoer van de wapens wanneer u deze zelf vervoert en ook weer mee terug neemt. Wanneer het gaat over vervoer door derden, dan zijn er andere papieren noodzakelijk.

1) Er is een aantal landen dat aanvullende eisen stelt, zoals Groot Brittannië en Zweden. Controleer voordat u op reis gaat of uw documenten in orde zijn.

 


Een boer is grondgebruiker van enkele percelen landbouwgrond. De eigenaar heeft tot voor kort zelf de jacht gehad op deze percelen. Nu is hij van plan het jachtrecht te verhuren aan iemand met wie de boer al jaren in onmin leeft. Kan de boer dit tegenhouden?

De eigenaar kan het jachtrecht niet zonder meer verhuren. Hij heeft daarvoor toestemming nodig van de grondgebruiker. Als de grondgebruiker deze toestemming niet verleent, dan is de eigenaar niet bevoegd het jachtgenot te verhuren, tenzij dit in de (grond)pachtovereenkomst is bepaald.

Artikel 3.23, lid 1, onderdeel d, sub 1, Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.04 Grondgebruiker en jachtverhuur (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Mag een jager het geweer van een andere jager gebruiken? Hoe werkt dat?

Het is in Nederland in principe niet toegestaan om een wapen te hanteren (vast te houden) dat niet op de eigen jachtakte staat. Er zijn echter situaties waarin het wenselijk is dat gebruik wordt gemaakt van wapens die op de naam van iemand anders zijn geregistreerd. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer zoon of dochter gaat studeren en in een studentenhuis gaat wonen. Het verdiend dan vaak de voorkeur om het wapen veilig bij de jagende ouders thuis op te slaan. Wanneer er voldoende wordt geoefend, door beide gebruikers kan het ook een oplossing zijn om bijvoorbeeld samen te doen met één kogelbuks voor het afschot van grofwild.

De overheid staat het medegebruik van wapens toe, mits aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan. De Circulaire Wapens en Munitie vermeld daarover het volgende:

8.4. Gemeenschappelijk gebruik van wapens

Het is niet ongebruikelijk dat verlof- of jachtaktehouders gemeenschappelijk gebruik willen maken van één of meerdere vuurwapen(s). Tegen het gemeenschappelijk gebruik van vuurwapens is geen bezwaar wanneer dit het toezicht en de controle op de naleving van wapenwettelijke voorschriften niet in gevaar brengt.

Daarom moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. Slechts één verlof- c.q. jachtaktehouder (A) is bevoegd het wapen thuis te bewaren (voorhanden te hebben). Dit houdt in dat de andere verlof- c.q. jachtaktehouder (B) die het wapen op zijn verlof respectievelijk jachtakte vermeld heeft staan, het wapen – alvorens hij dit gaat gebruiken voor het doel waarvoor hem een verlof respectievelijk een jachtakte is verleend – eerst bij A moet ophalen om het na gebruik terstond weer bij A terug te brengen;
  2. De verschillende verloven c.q. jachtakten moeten ten aanzien van het gemeenschappelijk wapen onderling naar elkaar verwijzen en moeten aangeven wie van de verlof- c.q. jachtaktehouders bevoegd is het wapen thuis te bewaren;

Een wapen dat vermeld staat op twee verloven of jachtakten telt bij de A-houder (dit is dus degene die het wapen voorhanden heeft op het moment dat het wapen niet gebruikt wordt voor de beoefening van de schietsport of de uitoefening van de jacht door de B-houder) mee voor het maximum aantal wapens dat hij of zij (op grond van artikel 43 van de RWM) voorhanden mag hebben. Bij de B-houder (dit is dus degene die het wapen leent van de A-houder en na gebruik terstond weer bij A terug brengt) telt het wapen niet mee voor de bepaling van het maximum aantal wapens dat hij of zij voorhanden mag hebben. Het aantal wapens dat met gebruikmaking van deze constructie op een verlof c.q. jachtakte mag worden vermeld bedraagt maximaal 10 voor een verlof en maximaal 12 vuurwapens voor een jachtakte.

In het kort betekent dit dat een wapen door een ander gebruikt mag worden, mits dat op de akte is vermeld. Het wapen mag echter alleen opgeslagen worden bij de A-houder. De medegebruiker (B) mag het wapen voor de jacht bij de A-houder ophalen en moet het terstond na de jacht weer bij de A-houder terugbrengen. De B-houder mag het wapen dus nooit in huis bewaren (ook niet in de kluis!)!!!

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 4.02 Medegebruik wapen (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Welke formulieren en contracten heeft een jager nodig?

Op deze website vindt u diverse standaardcontracten en formulieren om bijvoorbeeld een jachtakte aan te vragen en de huur van jachtvelden te regelen.

Deze vindt u hier.


Welke afstand tot de bebouwing moet in acht worden genomen bij het jagen?

In de Wet natuurbescherming wordt geen afstand aangegeven die tijdens de jacht tot bebouwing aangehouden moet worden. Artikel 3.21 lid 3 van de Wet natuurbescherming stelt dat het is verboden de jacht uit te oefenen met gebruikmaking van het geweer binnende bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen.  De jager wordt te allen tijde geacht de veiligheids- en weidelijkheidsregels in acht te nemen. U moet dus altijd met uw rug naar de bebouwing toe gekeerd zijn tijdens het schieten en ook rekening houden met de mensen die er wonen.

Artikel 3.21 lid 3 Wet natuurbescherming, weidelijkheidsregels

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 10.12 Bebouwde kom  (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)

 


Aan welke eisen moet een jachtveld voldoen, om er met een geweer te kunnen jagen?

Het jachtveld moet een aaneengesloten oppervlakte hebben van ten minste 40 ha per jachthouder. In dat veld moet een cirkel kunnen worden getrokken met een straal van ten minste 150 meter. Ook water waarvan u het jachtrecht heeft gehuurd mag meegerekend worden bij de oppervlakteberekening. Een water breder dan 10 meter vormt alleen een scheiding, indien u het jachtrecht hiervan niet bezit. Een autosnelweg vormt een scheiding in een jachtveld.

Artikel 3.26 lid 1 onderdeel b Wet natuurbescherming, Artikel 3.12 Besluit natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 8.01 Afmetingen jachtveld (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Onder de Flora- en faunawet was bepaald dat er bepaalde cirkels in het jachtveld getrokken konden worden, is dit in de Wet natuurbescherming gewijzigd?

Nee, dit is niet gewijzigd. Net als onder de Flora- en faunawet moet een jachtveld aan een aantal eisen voldoen voordat men er met een geweer mag jagen. Zo’n jachtveld moet minimaal 40 ha. groot zijn en er moeten cirkels met een straal van 150 meter in kunnen worden getrokken. Ook de regels voor zogenaamde “uitlopers” zijn niet gewijzigd. In dat geval mag men een cirkel met een straal van 150 meter trekken zo dicht mogelijk tegen de uitloper aan. Vervolgens mag men tot 350 meter van het middelpunt van deze cirkel de uitloper bejagen, voor zover dat deel van het veld in een rechte lijn over eigen veld vanuit het middelpunt van deze cirkel bereikbaar is.

Artikel 3.12 Besluit natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 8.04 Cirkels (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Voor welke periode mag een jager een jachthuurovereenkomst afsluiten?

Voor een periode tussen zes en twaalf jaar. De Wet natuurbescherming staat toe dat een jachthuurovereenkomst wordt afgesloten voor minimaal 6 jaar en maximaal 12 jaar. Huurder en verhuurder mogen deze periode zelf invullen.

Artikel 3.23 lid 1, onderdeel d Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag  6.01 Duur jachthuurovereenkomst  (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Wat kan een jager regelen als de verhuurder van de jacht het contract niet met hem wil voortzetten?

Elk beding of optie tot verlengen is nietig, aldus artikel 3.23 lid 2 Wet natuurbescherming. Na afloop van de overeenkomst is de verhuurder vrij om aan u of een ander te verhuren.

Artikel 3.23 lid 2 Wet natuurbescherming

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.13 Optie (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Is het zo dat een jachthuurovereenkomst automatisch eindigt wanneer een (de) verhuurder overlijdt?

Een jachthuurovereenkomst eindigt niet automatisch bij het overlijden van de verhuurder. De rechten en plichten gaan over naar de erven. Het is echter wel toegestaan om in de overeenkomst op te nemen dat deze eindigt bij overlijden van de verhuurder of huurder.

Artikel 7:229 Burgerlijk Wetboek

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 6.05 Jachthuurcontract en overlijden (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Is uw vraag voldoende beantwoord? U kunt het bureau van de Jagersvereniging altijd bellen of mailen voor meer informatie.

De Jagersvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook, ontstaan door het gebruik van de gepresenteerde informatie.