Zon op
08:31
Zon onder
18:13
Nachtmodus

Bosbranden en het effect op wild

Het klimaat verandert en met de droge hete zomers komen er in ons land ook steeds meer bosbranden voor. In de praktijk van het natuurbeheer is dit echter vaak nog een blinde vlek. Wat zijn de effecten van bosbranden op in het wild levende dieren en wat kunnen we doen om te voorkomen dat het bos in lichterlaaie gaat?

Tekst: Oswin Schneeweisz*

Het begon met een telefoontje en korte tijd later reden we over een mistig bospad. Dit was geen gewone mist. Dit was een vaalbruine deken die tussen de bomen hing en die, des te dieper we het bos in reden, transformeerde in een verstikkende rode gloed. De brandweer was inmiddels gealarmeerd en binnen een mum van tijd was het een komen en gaan van blusauto’s en waterwagens en dat ging nog de hele nacht zo door. Op onze route door het bos zagen we tientallen reeën en hazen in paniek wegvluchten. Was het niet voor het vuur, dan was het wel door de verstoring: het af- en aanrijden van brandweerlieden met zwaaiende alarmlichten, auto’s van hulpdiensten, ramptoeristen et cetera. De bluswerkzaamheden duurden tot vroeg in de ochtend, maar nog dagenlang waren we met enkele vrijwilligers bezig om alle vuurhaarden te blussen. De reeën lieten zich even niet meer zien. Op 13 augustus, vier dagen na de brand, maakte een extreme regenbui een einde aan de laatste hotspots.

Apocalyptisch

Bij ons brandje ging het om een relatief klein gebied, onvergelijkbaar met de apocalyptische branden die vorig jaar de natuurgebieden in Australië teisterden. De Australische ecoloog Christopher Dockman berekende dat daar maar liefst drie miljard dieren omkwamen in de vlammenzee of opgejaagd werden door de branden. Ze stierven in de vlammen, door inademing van rook of voedselgebrek: 2,5 miljard reptielen, 143 miljoen zoogdieren, 180 miljoen vogels en 51 miljoen kikkers. Daarmee is het volgens het WWF-rapport ‘een van de ergste rampen voor wilde dieren in de moderne geschiedenis’. De dieren die wel wisten te ontsnappen hadden niet veel kans. Er was gebrek aan voedsel, water en schuilplaatsen, of ze werden gedwongen om zich naar plekken te verplaatsen die al bezet waren.

Toenemend aantal

Dergelijke grote branden kennen we in ons land (gelukkig) niet, maar door droge en hete zomers is er ook in ons land sprake van een toenemend aantal bos- en heidebranden. ‘We zullen met vuur moeten leren leven’, zei aardwetenschapper Cathelijne Stoof enige tijd geleden in Trouw. Stoof deed onderzoek naar de brand in de Deurnese Peel van afgelopen voorjaar. ‘Eigenlijk hebben we in Nederland alleen maar verstand van stadsbranden’, zei Stoof, verbonden aan Wageningen Universiteit. ‘Maar vuur in een gebouw verschilt wezenlijk van een bos dat in de hens staat. Daarvoor zijn strategieën nodig als vuur met vuur bestrijden om de brand bij gebrek aan beschikbaar water onder controle te houden en het aanleggen van open stroken.’

Natuurbeheer

Op 20 april ontstond de brand in de Deurnese Peel. Deze smeulde onder de grond lang na. De bestrijding kon pas eind juni stoppen. Er brandde ruim 700 hectare af. In haar onderzoek deed Stoof enkele aanbevelingen. Zo wijst zij erop dat in veel beleidsplannen voor natuurbeheer te weinig rekening wordt gehouden met brandveiligheid. ‘Dankzij langere perioden van droogte krijgen we te maken met meer en intensieve branden. In de week dat de Peelbrand begon, ontstonden door de droogte en harde wind nog honderd andere natuurbranden in Nederland.’ Vaak wordt gedacht dat dergelijke branden alleen in veengebieden lang kunnen doorsmeulen, maar op zandgronden kan in de zomer, als de humus droog genoeg is, hetzelfde gebeuren. Stoof: ‘We moeten ons voorbereiden op meer grote branden.’

Lees verder in De Jager van mei 2021

  • Delen: