07:38
18:05
Nachtmodus

Bebouwingscontour jacht

De bebouwingscontour jacht onder de Omgevingswet is een door gemeenteraden vastgestelde begrenzing binnen de gemeentegrenzen, waarbinnen de jacht met het geweer niet is toegestaan. Deze contour, vastgelegd in het omgevingsplan, is gebaseerd op artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), met grondslag in de artikelen 2.24 en 2.25 van de Omgevingswet. De aanwijzing van deze contour dient ter bescherming van welzijn en veiligheid van mensen in bebouwde gebieden, conform Art. 11.71 lid 4 van het Bal. Hoewel deze regeling niet nieuw is en voortbouwt op eerdere wetgeving zoals de Wet natuurbescherming, wordt in de praktijk geconstateerd dat veel gemeenten geen expliciete bebouwde komgrenzen hebben vastgesteld.

Het is belangrijk te onderscheiden dat de bebouwingscontour jacht niet gelijkstaat aan de bebouwde kom aangeduid met blauwe verkeersborden volgens de Wegenverkeerswet. Voor de bepaling van deze contour moet volgens artikel 5.165a Bkl rekening worden gehouden met stedelijk gebied en lintbebouwing, zonder daarbij significante niet-bebouwde, landelijke gebieden te omvatten. De afbakening van verschillende bebouwde kommen reflecteert de verdeling van bevoegdheden tussen gemeentelijke en provinciale bestuurslagen.

Bij het vaststellen van de bebouwingscontour jacht zijn gemeenten niet gebonden aan een specifieke afstand, maar moeten ze rekening houden met gebieden die direct aan de contour grenzen. Hierbij wordt de feitelijke situatie en veiligheid als leidend beschouwd. Betrokken partijen moeten in de voorbereidingsfase van het omgevingsplan inspraakmogelijkheden krijgen, en bij een te ruime vaststelling van de contour kan een gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade, aangezien dit invloed heeft op de bepaling van jachtvelden.

Wat wordt bedoeld met de bebouwingscontour jacht onder de Omgevingswet?

Onder die wet is het aan de gemeenten om binnen de gemeentegrenzen een gebied aan te wijzen waar jacht met het geweer niet mag plaatsvinden. Deze door de gemeenteraad aan te wijzen begrenzing is de “bebouwingscontour jacht”. En dient aangewezen te worden in het omgevingsplan (Zie art. 5.165a Bkl). De grondslag voor artikel 5.165a is artikel 2.24 in samenhang met artikel 2.25, eerste lid, onder a, onder 2°, en derde lid, onder d, van de Omgevingswet.

Waarom moet er een dergelijke contour worden aangewezen?

In verband met het waarborgen van het welzijn en de veiligheid van personen die zich in de bebouwde kom bevinden is onder de Omgevingswet in Art. 11.71 lid 4 (Bal) bepaald dat uitoefening van de jacht met het geweer niet binnen de in het omgevingsplan aangewezen ‘bebouwingscontour jacht’ en onmiddellijk aangrenzende percelen mag plaatsvinden. Om redenen van veiligheid mag er dus geen jacht plaatsvinden direct bij of tussen bebouwing.

Is dit een nieuwe regeling?

Op zich niet. De regeling ten aanzien van het begrip “bebouwingscontour jacht” is bedoeld als een voortzetting van de bepalingen die we ook in artikel 3.21, derde lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) tegenkomen. Dit laatste artikel stelt dat het is verboden om de jacht uit te oefenen met gebruikmaking van het geweer “binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen”.

Wat is dan het verschil?

In principe zijn het alleen de bewoordingen die verschillen met de regeling onder de Wnb die ook al bestond onder de Flora- en Faunawet (Jachtbesluit). In de praktijk blijkt echter dat veel gemeenten zo’n bebouwde kom niet hebben vastgesteld.

Het is dus niet hetzelfde als de gemeentelijke bebouwde kom die wordt aangeduid met blauwe borden?

Nee. Niet persé. Ten eerste is het belangrijk om te onderkennen dat ons recht meerdere bebouwde kommen kent. Iedere bebouwde kom heeft haar eigen regels voor de bepaling van de grens en de gevolgen van het passeren van de grens. Dus het is van belang om uit te vinden met welke bebouwde kom we te maken hebben? De grens van deze bebouwde die wordt aangeduid met de bekende blauwe borden is de grens van de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Dat is voor de meeste mensen wel duidelijk. Maar het is dus niet de enige “bebouwde kom grens”. Een dorp of stad heeft niet één bebouwde kom, maar meerdere kommen waarvan de grens en de bevoegdheid tot vaststelling van die grens afhankelijk is van het wettelijke kader.

Waarom zijn er verschillende bebouwde kommen?

In het algemeen kan men stellen dat het een afbakening van bevoegdheden/regelingen is om te duiden wie er over bepaalde zaken mag beslissen. Dat is vaak een afbakening die ziet op de grens tot waar de gemeente het bevoegd gezag is en vanaf waar vervolgens de provincie het bevoegd gezag is.

Hoe bepaalt de gemeente de bebouwingscontour jacht?

Uit artikel 5.165a. Bkl blijkt dat voor het bepalen van de bebouwingscontour jacht aangesloten moet worden bij het begrip “stedelijk gebied en de lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen”. Uit deze omschrijving komt naar voren dat het niet de bedoeling is dat de bebouwingscontour in belangrijke mate ook niet-bebouwd gebied met een landelijk karakter van het gemeentelijke grondgebied omvat. In de Memorie van Toelichting is daarover het navolgende bepaald: “Bij de vaststelling van de bebouwingscontour jacht houdt de gemeenteraad rekening met het belang van veiligheid. De gemeenteraad heeft daarbij enige beoordelingsruimte.

Uit de tekst van artikel 5.165a, waar dat bepaalt dat de bebouwingscontour moet aansluiten bij het stedelijk gebied en de lintbebouwing, en uit de omschrijving van het begrip ‘stedelijk gebied’ in de bijlage bij de Omgevingswet blijkt echter dat het niet de bedoeling is dat de bebouwingscontour in belangrijke mate ook niet-bebouwd gebied met een landelijk karakter van het gemeentelijke grondgebied omvat, waardoor het gebruik van het jachtgeweer in de gemeente feitelijk onmogelijk zou worden gemaakt.”

Onder de Wnb heeft een rechter als volgt geoordeeld over de aanwijzing van een bebouwde-kom-grens: “Omdat het begrip ‘bebouwde kom’ is in de Wnb niet is gedefinieerd is de rechtbank van oordeel, dat de aard van de omgeving zou moeten bepalen of een perceel of gebied al dan niet binnen de bebouwde kom valt en niet de plaats van het bekende blauwe verkeersbord. Zo wordt het begrip ‘bebouwde kom’ bij omgevingsvergunningen voor bouwen of bestemmingsplannen, ook uitgelegd. Van belang is waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt. Een gemeenteraad kan alleen maar een gebied als ‘bebouwde kom’ aanwijzen als er in dat gebied daadwerkelijk een gebouw staat of binnen korte termijn gaat komen.”

Welke afstand dient de gemeente in acht te nemen bij de bepaling van de bebouwingscontour?

Zowel onder de Omgevingswet als in de Wet natuurbescherming wordt geen afstand aangegeven die bij het gebruik van het geweer in acht genomen dient te worden. Daarom is onder de Omgevingswet, evenals als nu onder de Wnb, het gebruik van het geweer niet toegestaan op “terreinen die onmiddellijk aan die bebouwingscontour grenzen”. Uitgangspunt daarbij is dat het gebruik van het geweer alleen is voorbehouden aan vergunninghouders. Een dergelijke vergunning wordt door de politie alleen verstrekt aan personen die een opleiding hebben afgerond die aan uitzonderlijk strenge wettelijke eisen voldoet. De politie controleert ook heel minutieus of een vergunninghouder geen gevaar voor de samenleving kan leveren alvorens de vergunning te verstrekken.

Wat wordt bedoeld met “terreinen die onmiddellijk aan die bebouwingscontour grenzen”?

Deze bepaling is bewust zo geformuleerd dat vooraf niet abstract hoeft vast te staan wat er precies onder die aangrenzende terreinen dient te worden verstaan. Er dient dus steeds aan de hand van de ratio van de onderhavige bepaling en aan de hand van de feitelijke omstandigheden in een specifieke situatie bezien te worden of er wel of niet veilig gebruik van het geweer gemaakt kan worden. Kortom de feitelijke situatie is van doorslaggevend belang waarbij er beoordeeld te worden of er sprake is van een plaats waar ernstig rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van personen, zodat het welzijn en de veiligheid van die personen in het geding zou zijn indien ter plaatse of in de directe nabijheid zou worden gejaagd.

Moet de gemeente bij het aanwijzen/vaststellen van de contour partijen de mogelijkheid tot inspraak bieden?

Ja. Voor een zorgvuldige voorbereiding van dit deel van het omgevingsplan is het voor een gemeente in principe verplicht om de faunabeheereenheid of de wildbeheereenheid al in een vroeg stadium bij de vaststelling van de bebouwingscontour jacht te betrekken. Daarnaast hebben deze partijen, net als alle anderen, onverminderd het recht om hun zienswijze te geven op het ontwerp-omgevingsplan, zoals bepaald in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Wat zijn de gevolgen voor de gemeente als ze de contour te ruim vaststellen?

In dat geval handelt de gemeente als bestuursorgaan onrechtmatig. En is zij tot schadevergoeding verplicht. De schade wordt veroorzaakt door het feit dat oppervlaktes van velden die binnen de contour zijn gelegen ook niet meetellen bij de vaststelling of een jachtveld groot genoeg is om met gebruik van het geweer te faciliteren (artikel 11.77, derde lid, aanhef en onder e, van het Bal). Jagers mogen dus het geweer niet gebruiken om grondgebruikers en grondeigenaren met gronden binnen de contour te helpen met het voorkomen van gewasschade.