Zon op
05:23
Zon onder
21:58
Nachtmodus

Een verschil van dag en nacht

Onderzoek verschil dag- en nachtzichttellingen

Tellingen van wildsoorten worden voor verschillende doeleinden gebruikt zoals de onderbouwing van faunabeheerplannen. Al lange tijd voeren jagers de voorjaarstelling uit om een goede trend van de wildsoorten in hun veld te krijgen. Een trendtelling geeft aan hoe een soort zich ontwikkelt maar geeft geen absolute getallen. Deze telling wordt altijd uitgevoerd volgens hetzelfde protocol. Dit is belangrijk zodat alle tellingen betrouwbaar zijn en met elkaar vergeleken kunnen worden. Kortom, de tellingen zijn van belang voor het in stand houden, beheren en monitoren van de soorten in het jachtveld.

Er hebben echter de laatste decennia vele veranderingen plaatsgevonden in de natuur. Zo is het landschap erg veranderd door onder andere landbouwgebruik. Daarnaast heeft dit er ook voor gezorgd dat landschappen meer gefragmenteerd zijn geworden. Naast een verandering in het landschap zelf is er steeds meer menselijke activiteit in de natuurgebieden. Onderzoek aan 62 diersoorten uit 6 continenten toonde in 2018 aan dat de aanwezigheid van mensen ervoor zorgt dat dieren meer nachtactief worden. Deze bevinding gold voor alle continenten, leefgebieden en menselijke activiteiten.

In 2018 voerde de Jagersvereniging een verkennend onderzoek uit naar het verschil tussen dag- en nachtzichttellingen (Wersch, 2018). Hierin kwam naar voren dat er tot 300% meer dieren geteld worden met nachtzicht in vergelijking met normale dagtellingen. Ook krijgen we regelmatig anekdotische meldingen van jagers die zich verbazen over de hoge hazenstand na een avond met nachtzicht te tellen.

Wat willen we weten?

Middels het wetenschappelijk onderzoek naar het verschil tussen dag- en nachtzichttellingen wil de Jagersvereniging de verschillende manieren van faunatellingen nog beter bekijken. Het doel van het onderzoek is een beter beeld te krijgen van de wildstand op verschillende momenten van de dag geteld op beide manieren. Hiermee willen we ook proberen inzicht te krijgen in het verband tussen de beide tellingen zodat we eventuele onderschattingen beter kunnen duiden. Jagers weten het beste wat er hun veld gaande is en een duidelijke en gevalideerde telmethode moet hen de mogelijkheid geven dit ook duidelijk en betrouwbaar te documenteren.

Hoe ziet het onderzoek er uit?

In 2021 zullen we starten met een proefonderzoek naar het verschil tussen reguliere zicht- en warmtebeeldkijker tellingen. Deze tellingen zullen zowel overdag, in de schemer en ‘s nachts plaatsvinden. Voor het proefonderzoek zullen we ons richten op haas, konijn en ree. Voor alle soorten willen we meerdere landschapstypen, bijvoorbeeld landbouwgrond, uiterwaarden en duinlandschappen, in Nederland bekijken. Door dit te doen kunnen we ook onderscheiden waar de soorten veel en minder voorkomen. Het telprotocol dient als handleiding voor de deelnemers van het onderzoek.

Download het telprotocol

Om het verzamelen van de telgegevens makkelijker te maken is er een telformulier gemaakt. Dit formulier kunt u downloaden en meenemen in het veld. Op het telformulier kunt u per telmethode (zicht of warmtebeeld) en telmoment (ochtend, avond of nacht) het aantal dieren noteren die geteld zijn. Daarnaast is het mogelijk bijzonderheden te vermelden, bijvoorbeeld verstoring door recreanten, landbouwwerkzaamheden of dat het gewas te hoog is om dieren te kunnen waarnemen. Ook deze informatie is van groot belang voor het onderzoek.  Na elke telronde kunt u de gegevens via een online resultatenformulier aan ons toesturen. Wanneer dit formulier online staat zullen wij de deelnemers per mail op de hoogte brengen. Tot die tijd vragen hen u om de ingevulde telformulieren goed te bewaren.

Download het telformulier

Resultatenformulier

Na elke telmaand (mei, juli en september) vraagt de Jagersvereniging de deelnemers van het onderzoek om hun telresultaten terug te melden via een online formulier. Het is erg belangrijk dat de telresultaten allemaal via hetzelfde formulier verzameld worden.

Vul het resultatenformulier in

Veelgestelde vragen deelnemers onderzoek

Een gebied van maximaal 40 hectare is te klein. Ik tel gemakkelijk 200 hectare in een uur. Juist warmtebeeld geeft de mogelijkheid om in zeer korte tijd grotere oppervlakken af te speuren. Waarom de beperking tot microgebiedjes?

Om de gegevens van de verschillende tellingen onderling te kunnen vergelijken is het belangrijk dat iedereen op dezelfde manier telt. Daarom vragen we iedereen telkens 10 minuten vanaf een vast telpunt te tellen. Vanaf het telpunt noteert u alle waarnemingen binnen een straal van 300 meter. Zowel de zichtteller als de teller met een warmtebeeldkijker. Met een warmtebeeld kijker kunt u een groter gebied bestrijken, maar dan is de vergelijking met zichtwaarnemingen niet meer te vergelijken. Bovendien willen we een niet te grotere inspanning vragen dan een uur per telronde

In het voorbeeld hebben we daarom gekozen voor een telgebied van 40 hectare die niet in een keer is te overzien. In het telgebied is een telroute bepaald. Langs de telroute zijn vier vaste telpunten aangegeven. Vanaf elk telpunt telt u een gebied tot maximaal met een straal van 300 meter (normale zichttellingen). In het voorbeeld van 40 ha met vier telpunten vraagt het een inspanning van ongeveer een uur (4 x 10 minuten observeren + verplaatsingstijd naar de telpunten).

Waarom moet ik vanuit telpunten/plots tellen?

Om de gegevens van de verschillende tellingen onderling te kunnen vergelijken is het belangrijk dat iedereen op dezelfde manier telt. Daarom vragen we iedereen telkens 10 minuten vanaf een vast telpunt te tellen. Vanaf het telpunt noteert u alle waarnemingen binnen een straal van 300 meter. Zowel de zichtteller als de teller met een warmtebeeldkijker. Met een warmtebeeldkijker kunt u een groter gebied bestrijken, maar dan zijn de tellingen niet met de zichtwaarnemingen te vergelijken.

Wij hebben een gebied geselecteerd van ongeveer 50 ha. Dit gebied is prima bereikbaar en in zijn geheel goed te spotten met warmtebeeld. Kunnen wij nu dit gehele gebied aanmerken als telgebied, dus zonder telpunten?

Om de gegevens van de verschillende tellingen onderling te kunnen vergelijken is het belangrijk dat iedereen op dezelfde manier telt. Daarom vragen we iedereen telkens 10 minuten vanaf een vast telpunt te tellen. Vanaf het telpunt noteert u alle waarnemingen binnen een straal van 300 meter. Zowel de zichtteller als de teller met een warmtebeeldkijker. Met een warmtebeeldkijker kan je een groter gebied bestrijken, maar dan zijn de tellingen niet met de zichtwaarnemingen te vergelijken.

Moet het telgebied mijn eigen jachtveld zijn of mag het een gedeelte van mijn jachtveld zijn?

U hoeft niet in uw jachtgebied te tellen. Het telgebied moet een gebied zijn dat u goed kent en makkelijk voor u bereikbaar is. Het hoeft niet per se uw jachtveld te zijn. Dat mag wel, maar het kan bijvoorbeeld ook een natuurgebiedje of polder in uw buurt zijn.

Belangrijk is dat u kiest voor:

  • Duidelijke, in het veld en op de kaart herkenbare, gebiedsgrenzen (weg, sloot, spoorlijn, grens tussen twee terreintypen).
  • Een telgebied dat zoveel mogelijk in een homogeen landschap ligt.
  • Een goed te overzien telgebied vanaf wegen of paden. Het is niet de bedoeling de percelen tijdens de telling te betreden.

Verken het telgebied en let op toegankelijkheid, oriëntatiepunten, overgangen over water en dergelijke. Kies het telgebied met zorg, want de grenzen van een telgebied mogen niet meer worden gewijzigd.

Waarom met twee personen tellen die onafhankelijk van elkaar moeten observeren? Hoe stelt u zich dat voor?

Twee mensen moeten onafhankelijk van elkaar tellen omdat we het verschil tussen dag- en nachtzichttellingen willen vergelijken. Als u met elkaar communiceert over wat u ziet is dit verschil niet meer meetbaar omdat u dan dieren gaat zien die u anders niet zou zien.

Hoe dat in zijn werk zou gaan:

  • U telt tegelijk naast elkaar vanaf een telpunt hetzelfde gebied.
  • Tijdens het tellen spreekt u niet met elkaar.
  • U schrijft de tellingen afzonderlijk van elkaar op.
  • Als u niet dezelfde aantallen dieren telt is dit oké. We zijn juist geïnteresseerd in de verschillen tussen de beide methoden.

Heb ik een grondgebruikersverklaring nodig als ik ergens anders ga tellen dan in mijn eigen jachtveld?

U kunt tellen vanaf openbare wegen en wandelpaden. Daarom heeft u dus geen grondgebruikersverklaring nodig als u wilt tellen in een ander gebied dan dat van uzelf.

Waarom 3 telmomenten? (Mei, juni, september)

De grootte van de populatie kan verschillen in de loop van het seizoen. Om te kijken hoe groot dit verschil precies is willen we op meerdere momenten door het jaar verspreid tellen. Door dit proefonderzoek hopen we meer inzicht te krijgen in mogelijke fluctuaties in aantallen dieren door het jaar heen.

Waarom moet ik vooraf oriëntatiepunten bepalen?

Om de verschillende telmomenten te kunnen vergelijken en betrouwbare gegevens te verzamelen is het belangrijk dat er een gestructureerde manier van tellen plaatsvindt. De telronde moet daarom exact hetzelfde zijn en de punten waarop geteld worden gelijk. Om ervoor te zorgen dat deze continuïteit gewaarborgd wordt moeten de punten vooraf vastgelegd worden. Daarvoor is het handig om oriëntatiepunten te hebben voor in het donker zodat je met nachtzichtapparatuur niet daarbuiten gaat tellen. Dit is van belang omdat we geen appels met peren willen vergelijken.

Waar ik normaal tel, tel ik geen haas en konijn en soms ree, wel edelherten en wilde zwijnen. In dit bosgebied op de Veluwe tellen wij al met warmtebeeld en die gegevens worden gewoon meegenomen in het totaal. Heeft meedoen met deze proef dan wel toegevoegde waarde?

Om het telprotocol in de praktijk te beproeven hebben we gekozen voor haas, konijn en ree. Als deze niet in uw jachtveld voorkomen kunt u een ander gebied kiezen. Hoewel de gegevens die u verzameld zeker waardevol zijn, kunnen ze niet gebruikt worden in deze pilot.

Wat is het verschil tussen een telgebied en plots/telpunten?

Een telgebied is het gebied waarin je gaat tellen. Bijvoorbeeld een polder die u goed kent, uw jachtveld of een ander gebied. In het telgebied kiest u een vaste route met twee tot vijf vaste telpunten waar u stopt om te tellen. Uw telpunt is maximaal 300 meter lang. Dat is het gebied wat normaal met een daglichttelling overzien kan worden.

 

Organiseert de Jagersvereniging de coördinatie tussen wildbeheereenheden en tellers?

Dit onderzoek wordt door de Jagersvereniging gedaan. Individuele jagers kunnen zich aanmelden via het onderstaande formulier. U zult van ons de informatie en handleiding ontvangen. Deze tellingen zijn dus geen voorjaarstelling en zijn niet geïnitieerd vanuit de faunabeheereenheden of wildbeheereenheden.

Wilt u nu al het door mij gekozen telgebied weten en zo ja, hoe wilt u dat ontvangen?

We willen graag de locatie van het door u gekozen telgebied ontvangen. Dit kunt u doorgeven na de eerste telling via het online formulier (deze is momenteel nog niet beschikbaar).

Moet het telgebied binnen mijn eigen wildbeheereenheid liggen?

Het telgebied hoeft niet binnen uw eigen jachtveld of wildbeheereenheid te liggen. Zie antwoord vraag 4.

Moet de kaart in Google maps gemarkeerd worden of in FRS? 

In het formulier dat u na de eerste telling in mei invult kunt u een punt op de kaart doorgeven. Dit punt moet midden in het telgebied gezet worden. Deze tellingen worden niet via FRS gedaan. U krijgt een mail met een apart formulier dat u via onze website in kunt vullen.

Moet de ochtend, avond en nachttelling op dezelfde dag plaatsvinden?

Nee, de ochtend, avond en nachttelling hoeven niet op dezelfde dag gedaan te worden. Bij voorkeur wel binnen het tijdsbestek van 1 tot maximaal 2 weken in de maand waarin de telling moet plaatsvinden.

We gaan waarschijnlijk half mei beginnen met de tellingen. De gewassen op het land groeien nu hard. Het word lastig met lange gewassen om nog hazen en dergelijke te gaan tellen, zelfs met warmtebeeld. Wordt dit ook meegenomen in de einduitslagen?

De pilot van dit jaar heeft de focus om het telprotocol te beproeven en tot een (CBS) gevalideerde methode te komen. We gaan in mei, juli en september tellen. Uit ervaring weten we dat dit niet voor alle terreintypen de meest optimale telmomenten zijn, maar ook dat is in het belang van het onderzoek om dat te kunnen duiden.

In een groot deel van het jaar zijn er pasgeboren en kleine jonge hazen die je ook met warmtebeeld niet ziet. Wordt deze aanwas geschat?

Jonge) hazen die je niet ziet/telt worden niet meegenomen of geschat. We willen met het onderzoek in de eerste plaats de verschillen duiden tussen dag- en nachtzichttellingen en verschuiving van dag- naar nachtactief.

Ik begrijp dat per telgebied twee tellers tegelijkertijd actief zullen zijn. Kies ik zelf mijn medeteller?

Je kiest zelf je telgebied en met wie je samen gaat tellen.

In september ben ik hoogstwaarschijnlijk niet beschikbaar. Kan ik dan wel in mei en juli meedoen?

Als je in september niet mee kan doen is dat geen probleem. Je kan dat op het online formulier voor september aangeven dat de telling niet is uitgevoerd.

Is er gekeken naar de wettelijke basis voor het tellen in de nacht (opsporen van wild)?

Voor de tellingen raden we aan gebruik te maken van openbare wegen die ook ’s nacht vrij toegankelijk zijn. Wil je tellen in een gebied dat ’s nachts niet toegankelijk is, vraag dan toestemming/ontheffing van de eigenaar.

Het is voornamelijk akkerbouwgebied waar ik tel, in mei zijn de percelen nog goed te beoordelen echter over een maand zijn de velden dicht gegroeid en valt er heel weinig meer te zien. Hoe kies ik mijn perceel uit?

We gaan in mei, juli en september tellen. Uit ervaring weten we dat dit niet voor alle terreintypen de meest optimale telmomenten zijn, maar ook dat is in het belang van het onderzoek om dat te kunnen duiden. In het telprotocol wordt uitgelegd hoe je het beste je telgebied kan kiezen.

Ik heb het gevoel dat er vooral/alleen gekeken wordt naar vergelijking zichttellingen en warmtebeeld tellingen. Naar mijn mening moet ook meegenomen worden het voordeel van warmtebeeld voor tellingen in de nacht. Zeker in ons overbevolkte landje is de verstoring en daarmee de waarneming van dieren bij daglicht een ernstige handicap ten opzichte van waarnemingen bij duisternis. En dit geldt niet alleen momenteel bij de coronapandemie Wellicht is het een idee om naast de reguliere tellingen ook eens dezelfde telling te houden in plots met alleen warmtebeeld? En de uitkomsten ervan te vergelijken.

Naast het vergelijken van dag- en nachtzichttellingen (deze zullen simultaan uitgevoerd worden) zal per telgebied ook ’s nachts met de warmtebeeldkijker geteld worden. Ook uit eigen waarnemingen zien we verplaatsing van dag- naar nachtactief. Door in dezelfde telgebieden ook ’s nacht te tellen willen we dat beter kunnen duiden.

Aanvulling veelgestelde vragen

Staat uw vraag niet in de bovenstaande lijst? Laat het ons weten via het invulformulier hieronder. Wij zorgen dat de veelgestelde vragen zo snel mogelijk worden aangevuld.