Site Logo

Wolf centraal in de behandeling van de begroting

  • politiek
  • 25 maart 2026

De wolf was nadrukkelijk onderwerp van gesprek in de begroting van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Op 24 maart heeft de Tweede Kamer gestemd over de LVVN-begroting, waarbij meerdere moties over het wolvenbeleid zijn behandeld. Twee moties – van Den Hollander en Ten Hove – zijn aangenomen. Deze richten zich op een juridisch houdbare aanpak van probleemwolven en op beter werkbare regels voor wolfwerende rasters. Een derde motie van Ten Hove en Van der Plas, die pleitte voor actief beheer inclusief afschot, is verworpen.

Opvallend is dat de Kamer daarmee voorlopig kiest voor een reactieve aanpak. Staatssecretaris Erkens is momenteel bezig met trajecten die door zijn voorganger zijn ingezet. Tijdens de begrotingsbehandeling gaf hij aan deze lijn voort te zetten. Concreet betekent dit dat hij doorgaat met de wetswijziging om de verlaagde beschermingsstatus van de wolf in nationale regelgeving te verankeren. Dit heeft hoge prioriteit. Zijn doel is om ruim vóór 4 juni (wanneer het debat Natuur plaatsvindt) het wetsvoorstel naar de Kamer te sturen, samen met een bredere brief over de omgang met de wolf in Nederland.

Daarnaast werkt het ministerie in het kader van de Landelijke Aanpak Wolven (LAW) aan een ruimtelijke visie. Deze visie moet richting geven aan de vraag welke gebieden geschikt zijn voor de wolf en welke niet, gezien de intensieve aanwezigheid van veehouderij, recreatie en ander menselijk gebruik. In dit kader hebben ook gesprekken plaatsgevonden met de Jagersvereniging. Naar verwachting kan het kabinet deze ruimtelijke visie in de tweede helft van 2026 met de Kamer delen.

Het rapport over hoeveel wolvenroedels Nederland aankan is nog niet klaar. In dit onderzoek wordt niet alleen gekeken naar ecologische factoren, maar ook naar maatschappelijke aspecten, draagvlak en economische impact. De resultaten worden vóór de zomer verwacht. Daarnaast heeft Staatsecretaris Erkens aangegeven dat hij samen met de EU wil onderzoeken of een gezamenlijke staat van instandhouding kan worden vastgesteld met Duitsland.

De heer Boomsma (JA21) merkt op dat dit verstandige stappen zijn, maar wijst erop dat de oud staatsecretaris Rummenie eerder onderzocht of Nederland als ‘klein land’ kan worden aangemerkt op basis van onderzoek van Linnell en Boitani. Daarbij werd gekeken naar samenwerking, niet zozeer met Duitsland, maar eerder met België en Luxemburg. Hij vraagt of dit traject wordt voortgezet.

Staatssecretaris Erkens bevestigt dat ook dit wordt meegenomen in de aangekondigde brief over de staat van instandhouding. Hij geeft aan dat samenwerking met Duitsland en andere landen op dit moment als de meest kansrijke route wordt gezien, maar sluit alternatieve benaderingen niet uit.

De Jagersvereniging steunt de koers die Erkens voortzet. Volgens de Jagersvereniging biedt een uitzonderingspositie bij de Europese Commissie, waarbij Nederland als ‘klein land’ wordt beschouwd, de meeste kans op effectief beheer. Daarnaast pleit de Jagersvereniging voor een gezamenlijke Europese aanpak om de juiste staat van instandhouding vast te stellen, gebaseerd op de volledige Europese populatie.