temp.
19°
Zon op
05:24
Zon onder
21:58
Nachtmodus

Rory Putman

Hoe is Rory Putman in aanraking gekomen met de jacht?
Zijn vader was kernfysicus, maar zelf had Rory Putman meer met natuur en wilde dieren. Elke schoolvakantie bracht hij door als assistent op de shooting estates in het Verenigd Koninkrijk. Daar groeide zijn fascinatie voor het wilde dier. Regelmatig verruilt hij zijn geliefde Schotse hooglanden voor een verblijf in ons land. Dat heeft alles te maken met zijn aanstelling als gasthoogleraar bij het departement Dier in Wetenschap en Maatschappij aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.  Recentelijk publiceerde hij zijn derde boek over het beheer van grofwild in Europa.

Welke verschillen ziet u qua jacht op grofwild in Europa?
Grof gezegd kun je stellen dat er in Europa drie verschillende categorieën zijn. De dieren zijn van niemand, ze zijn van de staat of ze zijn van de mensen. Mijn voorkeur gaat uit naar een systeem waarin de jager of beheerder een grote mate van zeggenschap heeft, maar waar de overheid wel controle uitvoert. In Noorwegen doen ze het goed. Daar heeft men een balans gevonden tussen publieke en private belangen in een systeem dat zowel vrijwillige input van de jagers kent als dwang van de overheid. Beheerders en landeigenaren maken samen een plan.

In Europa is het grofwild en zeker ook het reewild aan een flinke opmars bezig. Hoe verklaar je dat?
‘Dat heeft te maken met een aantal factoren. Er zijn in Europa grote gebieden leeg komen te staan door de trek van mensen van platteland naar stad, tegelijkertijd is in grote delen van Europa het areaal bosgebied flink toegenomen. We hebben dus zelf een perfecte situatie gecreëerd voor grofwild om uit te breiden. Tegelijkertijd is de druk van bovenaf afgenomen, want er komen in Europa steeds minder jagers en de jagers die er zijn worden steeds ouder.  Over dertig jaar zal de verhouding tussen noodzakelijk afschot en het aantal jagers zo scheef liggen dat er een disbalans ontstaat. Daarmee is meteen duidelijk dat het beheer in Europa drijft op de zogenaamde ‘recreatieve’ jager. Zelfs in Japan zie je een soortgelijke ontwikkeling. Door het gebrek aan jagers komt het beheer van herten in de knel. Door de overheid aangestelde, betaalde jagers moeten het gat nu dichten.’

‘Europese jager is onmisbare schakel in beheer van grote hoefdieren’

 De vraag is of dieren in het wild überhaupt beheerd moeten worden en zo ja, waarom?
‘Ja… maar dat is lang niet altijd omwille van het welzijn van het dier, maar vanwege de belangen van mensen. Laten we eerlijk zijn. Ik hoor nog vaak jagers vertellen dat ze beheren zodat de populatie gezond blijft en omdat natuurlijke predatoren ontbreken. Dat is natuurlijk wel een beetje waar en het klinkt leuk, maar nergens is bewezen dat natuurlijke predatoren een populatie dusdanig beheren dat die gezond blijft. De draagkracht van een gebied is in veel gevallen afhankelijk van de menselijke activiteit in dat gebied. Als we het aan de predatoren overlaten zouden de aantallen in de populaties waarschijnlijk nog te hoog blijven, omdat wij nu eenmaal bossen willen laten groeien, landbouw bedrijven en verkeerswegen en woonwijken aanleggen.’

In de grensgebieden met Duitsland en België is sprake van een toenemende migratie van wilde zwijnen. Momenteel wordt er in deze gebieden een nulstandbeleid gehanteerd. Wat is uw mening hierover?
‘Als zwijnen in een bepaald gebied niet welkom zijn moet je vanaf het begin van de kolonisatie  doortastende maatregelen nemen. Eigenlijk is in zo’n geval de nulstand hanteren de enige optie, want als je een paar zwijnen toelaat is het probleem binnen de kortste tijd niet meer in de hand te houden. Ik heb dat in het zuiden van Engeland gezien met de muntjak. Daar heeft men te lang gewacht met ingrijpen. Gevolg: de muntjakpopulatie heeft zich enorm uitgebreid. Als je ze eenmaal hebt kun je de kolonisatie alleen nog maar vertragen.’

Een ander belangrijk punt dat momenteel in Nederland speelt is beheer op hotspots: oftewel daar schieten waar de aanrijdingen zijn. Werkt dat?
‘Ik ben sceptisch. Bij soortgelijke projecten in Europa zie je dat de plek van het geschoten dier meteen weer wordt opgevuld door een ander dier. Het heeft veel meer zin om je af te vragen: Waarom is er op die bewuste plek een hotspot? Is er voedsel aan de andere kant van de weg? Zo ja, dan kun je elders een voedselbron plaatsen zodat de reeën daar naartoe trekken. Naast veel wegen in Europa is slechts een smalle groenstrook als afscheiding met het bos. Zo’n ree loopt uit het bos en heeft niet eens de kans om een auto te zien aankomen omdat hij al meteen op de weg staat. Bredere bermen helpt in zo’n geval misschien beter dan afschot. Laten we eens vaker kijken met de ogen van het dier in plaats met die van de jager’

Over Rory Putman
Rory Putman is gasthoogleraar bij het departement Dier in Wetenschap en Maatschappij aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Putman is een gerespecteerd wetenschapper (en jager) die in Southampton vijftien jaar lang een grote onderzoeksgroep leidde en momenteel werkzaam is als adviseur op het gebied van wildbeheer.

Dit interview verscheen eerder in De Jager #1 en 2 2015, auteur: Oswin Schneeweisz

  • Delen: