Site Logo

Stemmingsuitslag wolvendebat

  • politiek
  • 10 september 2026

Vorige week berichtten wij u dat de Tweede Kamer op 1 september uitgebreid debatteerde over het wolvenbeleid in Nederland. Aanleiding was een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die het makkelijker moet maken om in te grijpen bij zogenoemde probleemwolven. Tijdens het debat ging het echter al snel over een bredere vraag: hoe willen we in Nederland omgaan met de groei van de wolvenpopulatie en hoeveel wolven kan ons land dragen?

Op 8 september bracht de Kamer de tijdens het debat ingediende moties in stemming. Van de 20 moties werden er 13 aangenomen, 5 verworpen en 2 aangehouden.

Motie Grinwis (CU)
Een van de opvallendste moties die door de Kamer is aangenomen, is die van Pieter Grinwis (ChristenUnie) c.s. Grinwis wees er tijdens het debat op dat wolven zich niets aantrekken van landsgrenzen en dat Nederland en Duitsland grotendeels met dezelfde Centraal-Europese wolvenpopulatie te maken hebben. Een zo uniform mogelijke aanpak in beide landen, zeker in de grensregio’s, kan volgens hem bijdragen aan effectiever beheer en meer duidelijkheid voor betrokkenen.

De motie, mede ondertekend door Lohman (CDA), Flach (SGP), Den Hollander (VVD), Boomsma (JA21) en Vellinga-Beemsterboer (D66), verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van het Nederlandse wolvenbeleid actief aansluiting te zoeken bij de Duitse aanpak, waar mogelijk te streven naar harmonisatie van beheer- en preventiemaatregelen, en de Kamer uiterlijk begin 2027 te informeren over de mogelijkheden en beperkingen daarvan.
De motie sluit aan bij eerdere woorden van staatssecretaris Erkens tijdens het debat, die al aangaf de samenwerking met Duitsland (en Denemarken) te willen zoeken om tot een gezamenlijke, grensoverschrijdende aanpak te komen, met een kleiner aandeel wolven voor Nederland dan nu het geval is.

Wat houden de 13 aangenomen moties gezamenlijk in?
Deze dertien moties wijzen gezamenlijk een duidelijke koers: meer regie op individuele wolven en roedels, meer uniformiteit tussen provinciaal beleid, intensievere samenwerking met Duitsland en een verschuiving van schadevergoeding naar preventie. Bovenal zetten zij de stap richting actief wolvenbeheer. De staatssecretaris zal de Kamer begin 2027 nader informeren over de verdere uitwerking.

Overige aangenomen moties
Ook de overige twaalf aangenomen moties richten zich vooral op meer inzicht in het gedrag en de verspreiding van wolven, een betere bescherming van vee en een meer uniforme aanpak van de wolvenproblematiek. Lees ze hier onder per categorie: 

Landelijk kader en uniformiteit

Den Hollander c.s. (nr. 542) — onderzoek op welke onderdelen van het wolvenbeleid een landelijk uniform basiskader wenselijk is, met ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. De Kamer wordt uiterlijk in Q2 2027 geïnformeerd.
Vellinga-Beemsterboer c.s. (nr. 534) — een landelijk kader voor gebiedsgericht wolvenbeleid, dat provincies gebruiken als basis voor hun provinciale soortenmanagementplannen.

Transparantie
Ten Hove c.s. (nr. 541) — alle data met betrekking tot DNA-onderzoek naar wolven openbaar maken, in overleg met provincies en BIJ12.

Schadevergoeding, preventie en veebescherming
Kostić (nr. 538) — tegemoetkomingen voor vermijdbare wolvenschade vanaf 2027 stapsgewijs en proportioneel koppelen aan het naleven van een duidelijke preventienorm, en geld voor vermijdbare schade zoveel mogelijk verschuiven naar praktische ondersteuning bij preventie.
Vellinga-Beemsterboer c.s. (nr. 533) — onderzoeken hoe middelen in nationale en Europese regelingen zoveel mogelijk ingezet kunnen worden voor veebescherming in plaats van schadevergoeding.

Interventie en verjagen
Boomsma c.s. (nr. 537) — delen van Nederland aanwijzen als risicogebied of snelle wolf-interventiezone, waar de nadruk ligt op het voorkomen van interacties met mensen en van langdurige vestiging van roedels.
Boomsma c.s. (nr. 536) — een zo eenvoudig mogelijk protocol voor het verjagen van wolven en (preventieve) aversieve conditionering, inclusief beschikbaarheid van kennis, middelen en vergunningen.

Monitoring en roedels
Van der Plas c.s. (nr. 528) — een aanpak om wolven zo snel mogelijk individueel herkenbaar en volgbaar te maken, onder meer door ruim gebruik van zenderen. De Kamer wordt hierover voor januari geïnformeerd.
Van der Plas c.s. (nr. 526) — in kaart brengen welke roedels structureel betrokken zijn bij aanvallen op gehouden dieren (ook achter wolfwerende rasters), met een aanpak om probleemroedels gericht te beheren, inclusief afschot.

Educatie
Beckerman (nr. 530) — jaarlijkse gastlessen (bijvoorbeeld door Staatsbosbeheer) en voorlichtingsmateriaal over wolven voor scholen in regio’s met roedels.

Europees en biodiversiteit
Van der Plas c.s. (nr. 527) — zich in Europees verband inzetten dat de grensoverschrijdende wolvenpopulatie als geheel wordt meegewogen bij de beoordeling van de gunstige staat van instandhouding.
Van der Plas en Ten Hove (nr. 525) — integraal onderzoek naar het netto-effect van de wolf op de Nederlandse biodiversiteit en Natura 2000-doelen, inclusief de gevolgen voor begrazingsbeheer.

De volledige stemmingsuitslagen zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer.