temp.
Zon op
08:43
Zon onder
16:21
Nachtmodus
Foto: Robert Jan Asselbergs

LNV-minister Schouten beantwoordt Kamervragen PvdD over verwilderde katten

Antwoorden van minister Schouten (LNV )op de vragen die gesteld zijn door Kamerlid van Kooten – Arissen (PvdD) over het bericht dat ‘jagers in de afgelopen 3,5 jaar zeker duizend verwilderde katten doodschoten’.

1
Kent u het bericht “Moet de verwilderde kat afgeschoten worden”?

Antwoord
Ja.

2
Bent u op de hoogte van de in 2013 aangenomen motie-Thieme die de regering
verzoekt het afschieten van katten niet meer toe te staan?

Antwoord
Ja. Op 29 juli 2014 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma uw Kamer echter
laten weten dat het beheer van zwerfkatten een verantwoordelijkheid van de
provincies is, en dat zij niet in die verantwoordelijkheid wil treden. Ik onderschrijf
deze opvatting.

3
Bent u bekend met het feit dat ten tijde van bovengenoemde motie nog in zeven
provincies op katten werd gejaagd en jaarlijks tussen de 8.000 en 13.500 katten
werden afgeschoten, maar sindsdien de meeste provincies een verbod op
kattenjacht hebben ingesteld en diervriendelijke alternatieven toepassen?

Antwoord
Ja, het is mij bekend dat ten tijde van de indiening van de motie diverse
provincies ontheffing hadden verleend voor afschot van verwilderde katten.

4
Hoe beoordeelt u het feit dat de provincie Utrecht en Friesland ondanks alles
blijven vasthouden aan de zeer dieronvriendelijke kattenjacht, waarvan ook
huiskatten het slachtoffer zijn en doorzeefd met hagel teruggevonden worden
door hun diepbedroefde baasjes, zoals in 2015 nog door EenVandaag indringend
in beeld werd gebracht?

Antwoord
Zoals gesteld in antwoord op vraag 2 onderschrijf ik de lijn van toenmalig
staatssecretaris Dijksma om niet te treden in de verantwoordelijkheid van de
provincies ten aanzien van het beheer van zwerfkatten. Dat er soms ook
huiskatten worden afgeschoten, acht ik evenwel betreurenswaardig.
5
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is wanneer andere provincies ook
terugvallen in deze praktijk van barbaarse (huis)kattenliquidatie en dat dit zou
leiden tot volstrekt onnodig dierenleed voor de katten én immens verdriet voor
kattenbaasjes? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ik ben van mening dat afschieten van katten waar mogelijk vermeden dient te
worden, maar te rechtvaardigen is als andere alternatieven geen soelaas bieden.
Het is aan de genoemde provincies om de (on)mogelijkheden van alternatieven in
hun besluitvorming hebben mee te wegen.

6
Bestaat een betrouwbaar beeld van het aantal katten dat door jagers per jaar
wordt afgeschoten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u dat met de Kamer delen,
uitgesplitst per jaar en per provincie, voor de afgelopen vijf jaar?

Antwoord
Per 1 januari 2017 zijn jachtaktehouders wettelijk verplicht om hun afschot te
registreren. De provinciale faunabeheereenheden publiceren de afschotcijfers in
hun jaarverslagen. Deze zijn te vinden op website van de faunabeheereenheid van
de betreffende provincie.

7
Kunt u aangeven hoe een jager het verschil kan zien tussen een verwilderde kat
en een huisdier? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u het onderscheid, dat op grote
afstand zichtbaar moet zijn, met de Kamer delen?

8
Kunt u aangeven hoe en vanuit welke expertise een jager objectief en op (grote)
afstand kan beoordelen of er sprake is van in het bovengenoemde NRC-artikel
opgesomde criteria, namelijk een kat die geen eigenaar (meer) heeft, zelfstandig
aan voedsel moeten komen, geheel mensenschuw is (en niet alleen bang voor de
jager met hond en geweer) en in het algemeen agressief (en niet alleen tegen de
jager met hond en geweer)? Zo nee, waarom niet?

9
Kunt u het algemene objectieve afwegings- en beoordelingskader voor het
afschieten van verwilderde katten en de expertise van de kattenjagers in het veld
met de Kamer delen, of is het, zoals de Friese gedeputeerde in het NRC-artikel
uitlegt, “aan de jager zelf om in te schatten of het een verwilderd exemplaar
betreft”?

Antwoord 7, 8 en 9
Voor het verkrijgen van een jachtakte dient met goed gevolg een examen te
worden afgelegd, waarbij de geëxamineerden getoetst worden op vaardigheden in
onder andere het herkennen van diersoorten. Van een jachtaktehouder wordt
verwacht dat hij of zij goed op de hoogte is van wat er in zijn/haar jachtveld
rondloopt en dat deze over voldoende waarnemings- en beoordelingsvermogen
bezit om in het veld een verwilderde kat te onderscheiden van een huiskat.

10
Denkt u dat een ‘kattenhater’, zoals geïnterviewd in het NRC, die ervan overtuigd
is dat “de moeder van die kittens iedere dag vreten voor die jongen moet brengen
en dus het hele bos leegrooft” en nestjes kittens doodmaakt, een objectieve
inschatting kan maken of de kat die hij in het vizier heeft een verwilderd
exemplaar betreft? Zo ja, waarom?

Antwoord
Het inschattingsvermogen van de geïnterviewde persoon kan ik niet beoordelen.

11
Is er wetenschappelijk bewijs dat afschot van verwilderde katten enig effect heeft
op predatie en de biodiversiteit in de verschillende provincies? Zo ja, welk? Zo
nee, waarom wordt het jagers toegestaan om concurrenten in het jachtveld
zonder enige onderbouwing te liquideren?

Antwoord
Uit internationale studies blijkt dat verwilderde katten een negatieve invloed
hebben op de biodiversiteit. Een selectie van deze artikelen en referenties is te
vinden in de publicatie ‘Cat Wars: The Devastating Consequences of a Cuddly
Killer’ (Marra, P. en Santella, C, 2016).

Het gaat hier om afschot waarvoor binnen de geldende wettelijke kaders
toestemming is verleend door daartoe bevoegde instanties en hier is geen sprake
van ‘liquideren’ zonder onderbouwing.

12
Bent u bekend met het feit dat katten een territorium hebben en juist het
terugplaatsen van gecastreerde/gesteriliseerde katten ervoor zorgt dat eventueel
andere huis- en/of verwilderde katten het territorium innemen? Zo ja, zou daarom
de TNR-methode (Trap, Neuter and Return) niet landelijk ingevoerd moeten
worden, zodat zogenaamde ‘nieuwe aanwas’ voorkomen zal worden?

Antwoord
Welke aanpak het beste is, hangt af van de specifieke lokale problematiek. De
provincie is, in samenspraak met de gemeente(n), bij uitstek geschikt om hiervoor
de beste aanpak te bepalen. Een landelijke invoering van de TNR-methode acht ik
derhalve niet opportuun.

13
Klopt het dat niet alle provincies de TNR-methode toestaan binnen de
provinciegrenzen en soms alleen op bepaalde plekken, zoals de bebouwde kom in
de provincie Utrecht? Hoe beoordeelt u deze keuzes in het licht van de gestelde
problematiek?

Antwoord
Gegeven de in de wet neergelegde bevoegdheden, is het aan de provincies om te
bepalen welk beleid zij willen inzetten voor de aanpak van de problematiek van de
verwilderde katten.

14
Bent u bereid bij de provincies waar diervriendelijke oplossingen voor de
kattenoverlast succesvol zijn, zoals de NTR-methode in de provincie Flevoland, te
informeren naar de succesfactoren en de behaalde resultaten, en deze kennis met
de Kamer en de andere provincies te delen? Zo nee, waarom niet?

15
Bent u bereid om bij de verschillende provincies die overlast van katten
ondervinden, aan te dringen op actieve voorlichting van katteneigenaren, waarin
informatie wordt gegeven over chippen, registreren en castreren of steriliseren?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord 14 en 15
Via mijn bijdragen aan het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG)
bevorder ik de voorlichting aan katteneigenaren over chippen, registreren en
castreren of steriliseren. Provincies, en ook gemeenten, kunnen deze informatie
benutten. Ook onderschrijf ik het belang van het delen van best practices als
bijdrage aan het zoeken naar diervriendelijke oplossingen voor de problematiek
van verwilderde katten.

16
Bent u van mening dat het chipbeleid niet alleen een gemeentelijke
aangelegenheid zou moeten zijn en bent u bereid om een landelijke chipplicht
voor katten in te stellen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Zoals ook bij diverse gelegenheden schriftelijk aan uw Kamer is aangegeven, acht
ik de instelling van een landelijke chipplicht voor katten niet handhaafbaar.
Tijdens het VAO Dierenwelzijn van 20 februari 2018 heb ik aangegeven dat ik zal
onderzoeken welke knelpunten gemeenten ervaren bij het invoeren van een
chipplicht voor katten, zodat ik eventuele belemmeringen voor het invoeren van
een dergelijke plicht kan wegnemen. Het is mijn voornemen u eind dit jaar over
dit onderzoek te informeren.

17
Denkt u niet dat het veel effectiever zou zijn als u en de provinciebestuurders zich
zouden inzetten voor de inkrimp en omvorming van de intensieve landbouw naar
kleinschalig en biologisch, nu het een algemeen bekend en uitgebreid
wetenschappelijk onderbouwd gegeven is dat de intensieve landbouw, anders dan
de kat, wel een serieuze bedreiging vormt voor de weidevogels en de
biodiversiteit in het algemeen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
In de door mij afgelopen zomer uitgebrachte landbouwvisie heb ik als gewenst
toekomstbeeld geformuleerd dat een omslag naar kringlooplandbouw noodzakelijk
is. Dit toekomstbeeld wordt met de overheid en maatschappelijke partijen
uitgewerkt in resultaatgerichte afspraken.

18
Bent u bereid om (nogmaals) met de provincies Utrecht en Friesland, en met
provincies die overwegen kattenjacht opnieuw in te voeren, in gesprek te gaan
over de toepassing van diervriendelijke alternatieven om eventuele overlast van
katten op te lossen en daarbij aan te dringen op een (behoud van het) verbod op
kattenjacht?

Antwoord
Zoals ik in eerdere antwoorden al heb aangegeven ligt de bevoegdheid voor het
beleid ten aanzien van de verwilderde katten bij de provincies. Ik ben altijd bereid
om het gesprek aan te gaan met provincies, maar op dit moment zie ik daar geen
aanleiding toe.

19
Deelt u de mening dat gedecentraliseerde regelgeving op dit gebied de
rechtszekerheid van huisdierbezitters en hun katten in gevaar brengt? Zo nee,
waarom niet?

Antwoord
Die mening deel ik niet. Ook provinciaal en lokaal staan de huisdierbezitter
democratische wegen open om provincie en gemeenten aan te spreken op beleid
en uitvoering.

20
Bent u bereid de bovengenoemde motie-Thieme alsnog uit te voeren, zoals door
de fractie van Partij voor de Dieren meermaals is verzocht, door een landelijk
afschotverbod op katten in te voeren? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee,
waarom legt u een verzoek van een Kamermeerderheid naast zich neer?

Antwoord
Zoals in mijn antwoorden op vragen 2 en 4 verwoord ligt de verantwoordelijkheid
voor het beheer van zwerfkatten bij de provincies, en zal ik geen landelijk
afschotverbod op katten invoeren.

Een afschrift van deze brief heb ik gestuurd aan het IPO.

Carola Schouten
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Verder lezen op Rijksoverheid.nl

www.Rijksoverheid.nl


Gerelateerd nieuws