Op 15 oktober begint in Nederland het jachtseizoen voor haas, fazant en houtduif, binnen de daarvoor geldende wettelijke voorwaarden en regionale beperkingen. Tegen die achtergrond blijkt dat de maatschappelijke inzet van jagers op brede steun kan rekenen wanneer duidelijk is welk belang daarmee wordt gediend. Nederlanders zien een belangrijke rol voor jagers bij dierenwelzijn, veiligheid, natuurbeheer, schadepreventie en duurzame benutting. Dat blijkt uit het Opinieonderzoek 2026 naar jacht, natuur en wildbeheer, uitgevoerd door Zest Marketing in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
Jager met jachthond in het veld. Foto: Jagersvereniging/Kelly Kutterik.
Het onderzoek onder ruim 3.000 Nederlanders bevestigt dat jacht en wildbeheer niet simpelweg kunnen worden teruggebracht tot ‘voor’ of ‘tegen’. De acceptatie hangt nauw samen met het doel en de noodzaak van ingrijpen. Juist op die terreinen leveren jagers dagelijks een concrete bijdrage aan de samenleving en het buitengebied.
Zo vindt 72 procent van de Nederlanders het aanvaardbaar om dieren te schieten wanneer zieke dieren de gezondheid van andere dieren bedreigen. Wanneer de veiligheid van mensen in het geding is, is 60 procent voorstander van ingrijpen. Ook ernstig dierenleed vormt voor een meerderheid een aanvaardbare reden voor afschot.
Steun voor duurzame benutting
Ook het benutten van wild voor consumptie kan rekenen op breed en stabiel maatschappelijk draagvlak. 59 procent vindt dat wild onder voorwaarden voor consumptie mag worden benut, tegenover slechts 6 procent die dit afwijst. Sinds 2015 schommelt de acceptatie hiervan tussen 54 en 61 procent.
Daarmee laat het onderzoek zien dat beschermen en benutten voor veel Nederlanders geen tegenstellingen zijn. Beschermen, beheren en verantwoord benutten kunnen volgens de onderzoekers naast elkaar bestaan.
Wild is het meest duurzame scharrelvlees en ook bewezen gezond
Bejaging bij schade en veiligheid
Ook wanneer wilde dieren aantoonbare gevolgen hebben voor landbouw, natuur of veiligheid, kiest een groot deel van de Nederlanders voor actief beheer.
Bij schade aan landbouwgrond door ganzen kiest 51 procent voor het verkleinen van de populatie door bejaging, tegenover 31 procent voor financiële compensatie. In natuurgebieden kiest 49 procent voor populatieverkleining door bejaging, 31 procent voor verjagen en 13 procent voor niet ingrijpen. Sinds 2021 is daarbij een verschuiving zichtbaar van verjagen naar bejaging.
Ook veiligheid is een breed gedragen reden om in te grijpen. 54 procent vindt het belangrijk dat op dieren wordt gejaagd om wildaanrijdingen te voorkomen. Het verkleinen van ganzenpopulaties rond vliegvelden om botsingen met vliegtuigen te verminderen vindt 63 procent toelaatbaar; slechts 7 procent vindt dat niet.
Bij aangereden wild zorgen jagers dat dier uit lijden verlost wordt. Foto: Jagersvereniging/Michael Migos.
Breed draagvlak voor het werk van jagers
De resultaten onderstrepen het brede maatschappelijke belang van het werk dat jagers in het veld verrichten. Zo steunt 72 procent hun inzet om maaislachtoffers onder jonge hazen en reeën te voorkomen, 70 procent hun bijdrage aan het verbeteren van het leefmilieu van dier- en plantensoorten, 64 procent populatiebeheer en 62 procent het voorkomen en bestrijden van schade aan land-, bos- en tuinbouwgewassen.
Opvallend is dat onbekendheid met deze taken niet automatisch tot afwijzing leidt. Nederlanders die minder weten over het bredere takenpakket van jagers nemen vaker een neutrale positie in. Het onderzoek vat dat samen als: “onbekend maakt vooral onbeslist.”
Uitkomsten vragen om ruimte voor verantwoord beheer
Wanneer verschillende functies van jacht gezamenlijk worden voorgelegd, vindt 56 procent voedselbenutting, bescherming van landbouwgewassen en kwetsbare soorten, biodiversiteit en verkeersveiligheid acceptabele redenen om te jagen. 35 procent neemt een middenpositie in en slechts 8 procent wijst deze redenen af. Dit beeld is sinds 2021 relatief stabiel.
Volgens de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging bevestigen de uitkomsten dat jacht en wildbeheer op aantoonbaar maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen wanneer doel, noodzaak en uitvoering helder worden uitgelegd. Dat vraagt om beleid dat jagers voldoende ruimte geeft om hun verantwoordelijkheid voor natuur, dierenwelzijn, veiligheid en schadepreventie in de praktijk waar te maken.
Jagers redden reekalveren voordat de boer maait. Foto: Jagersvereniging/Kelly Kutterik.
“Dit onderzoek bevestigt dat Nederlanders het werk van jagers beoordelen op de bijdrage die het levert aan de samenleving. Jagers staan het hele jaar door in het veld en zetten zich in voor gezonde wildpopulaties, dierenwelzijn, verkeersveiligheid, natuurbeheer en het beperken van schade. Als duidelijk is waarom ingrijpen nodig is, blijkt daarvoor breed draagvlak te bestaan. Dat onderstreept hoe belangrijk het is dat jagers ook beleidsmatig de ruimte krijgen om dat werk zorgvuldig en verantwoord te blijven doen.”
Laurens Hoedemaker
Directeur Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging
Het Opinieonderzoek 2026 maakt deel uit van een langjarige onderzoeksreeks. Sinds 2014 zijn zeven metingen uitgevoerd, waaraan in totaal ruim 17.000 Nederlanders deelnamen. De resultaten van 2026 zijn gebaseerd op circa 3.000 respondenten van 18 jaar en ouder.
Gerelateerd aan dit onderwerp
Minister stelt heropening hazenjacht opnieuw uit: Jagersvereniging start petitie
Minister Van Essen wil de heropening van de hazenjacht meenemen in een bredere stelselherziening, terwijl nieuwe telgegevens en hazenmyxomatose volgens de Jagersvereniging om sneller handelen vragen.
Daarom is een petitie gestart om de jacht in Groningen, Utrecht en Limburg opnieuw te openen en verantwoord beheer mogelijk te maken.
82% van de voorjaarstellingen voldoet aan het wildtelprotocol
In 2026 is 82% van de voorjaarstellingen volledig volgens het wildtelprotocol uitgevoerd, iets minder dan de 85% van vorig jaar. Alle WBE’s hebben een maatwerkrapportage ontvangen met resultaten en verbeterpunten om toe te werken naar 100% geldige tellingen.