Zon op
05:42
Zon onder
21:47
Nachtmodus

Samenwerking LTO, FPG, Jagersvereniging – naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Position Paper – LTO, FPG en Jagersvereniging

In samenwerking met LTO Nederland en Federatie Particulier Grondbezit (FPG) heeft de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging een Position Paper naar een duurzaam wildbeheer in Nederland opgesteld waarbij ze de politiek en de Nederlandse overheid oproepen om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken.

Lees hier het Position Paper van LTO, FPG en de Jagersvereniging ‘Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. LTO Nederland, De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Federatie Particulier Grondbezit roepen de politiek en de Nederlandse overheid op om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken. Diersoorten die in dusdanig groten getale voorkomen dat deze maatschappelijke, ecologische en economische schade veroorzaken zouden in de basis onder het jachtregime onder goedgekeurde wildbeheerplannen moeten worden beheerd. Deze diersoorten, met name ganzen, reeën, wilde zwijnen, edelherten, damherten en smienten, waren in 2016 samen goed voor ruim 19 miljoen van de 21 miljoen euro uitbetaalde schadevergoeding.

Faunaschade

Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet (2002) enorm toegenomen: van 6 miljoen euro in 2006 naar ruim 21 miljoen euro in 2016. CLM-onderzoek uit 2013 toont bovendien aan dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. De overheid vraagt steeds meer inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten steeds complexer en moeilijker uitvoerbaar. Boeren, grondbezitters en jagers vinden het de hoogste tijd voor verandering. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger, efficiënt en beter in lijn Europa.

De uitdaging

Jacht is integraal onderdeel van faunabeheer, met het oogmerk de soortenrijkdom te bevorderen en  schade door in het wild levende dieren te beperken. Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend en complex. De huidige wetgeving is vooral gebaseerd op specifieke Europese derogaties, waarbij deze bepalingen nu generiek worden ingezet op veelvoorkomende diersoorten waarvan de populatie zich over meerdere provincies of zelfs landen verspreid bevindt. Deze provinciaal versnipperde aanpak van landbouwschadepreventie en wildbeheer is kostbaar, bureaucratisch en in toenemende mate gejuridiseerd. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt. Dientengevolge lopen de schadecijfers op, neemt de soortenrijkdom af en moeten in toenemende mate drastische preventie- en bestrijdingsmaatregelen genomen worden. Evenwichtig populatiebeheer staat dus onder druk.

De oplossing

Wanneer de verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding dichter bij elkaar gebracht worden onder een eenvoudiger regime in een stelsel van heldere afspraken, zal de integratie van landbouw- en natuurbelangen beter en de schadepreventie  diervriendelijker en kostenefficiënter kunnen plaatsvinden. Boeren, jagers en terreinbeheerders kunnen op basis van een wildbeheerplan onder het jachtregime samen werken aan een voor alle partijen redelijke wildstand, waardoor de landbouwschade afneemt, de soortenrijkdom toeneemt en de administratieve lasten aanzienlijk lager zijn. Daar waar onverwachte schade dreigt kan aanvullend beheer onder vrijstellings- en ontheffingenregime plaatsvinden en zal voor boeren een vangnet in de vorm van een schadefonds gecreëerd moeten worden. Gezien de huidige omvang van populaties schadeveroorzakende soorten, en belemmeringen in nationale en internationale wet- en regelgeving moet de overheid medeverantwoordelijk zijn voor dit fonds.

Jagers, boeren en grondbezitters zouden daarom de volgende beleidswijzigingen doorgevoerd willen zien:

  • Alle vormen van jacht (inclusief beheer en schadebestrijding) vinden plaats op basis van wildbeheerplannen op WBE-niveau. Ten behoeve van de maatschappelijke inbedding en regionale coördinatie worden deze plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de maatschappelijk breed samengestelde faunabeheereenheden.
  • Wanneer ondanks de gezamenlijke inspanningen van jager en grondgebruiker nog faunaschade ontstaat, moet een consulent Faunaschade een bemiddelende rol tussen grondgebruiker, jager, terreinbeheerder en overheid spelen. Deze partijen zijn tevens gezamenlijk verantwoordelijk voor het instellen en onderhouden van een faunaschadefonds.
  • Voor het beheer van de wildsoorten die nu in groten getale voorkomen waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke, economische en natuurschade veroorzaken zou het eenvoudiger en integrale landelijke jachtregime de basis moeten vormen, waar en wanneer nodig aangevuld met het provinciale ontheffingenregime en provinciale opdrachten.

Wij vragen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede en Eerste Kamer der Staten Generaal om deze overweging mee te nemen in de behandeling van het voorstel voor de Aanvullingswet Natuur bij de Omgevingswet.

Lees hier het Position Paper van LTO, FPG en de Jagersvereniging ‘Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

***

Met de invoering van de Aanvullingswet Natuur gaan de regels uit de Wet natuurbescherming over in het stelsel van de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat alle wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van onze leefomgeving. De huidige Wet natuurbescherming biedt specifieke bescherming aan bepaalde flora en fauna. Dit gebeurt omwille van het belang voor het behoud van de biodiversiteit of de kwetsbaarheid van de soort. Daarbij omvat de Wet natuurbescherming bescherming van Natura 2000-gebieden, van in het wild voorkomende flora en fauna. Ook vallen de regels van jacht, populatiebeheer en schadebestrijding onder deze wet. De Wet natuurbescherming geeft uitvoering aan diverse Europese richtlijnen, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatlijn. De provincies hebben een centrale rol in de uitvoering van de wet.

Aanvullingswet natuur

De overheid heeft besloten dat de Wet natuurbescherming over zal gaan in het stelsel van de Omgevingswet. De nieuwe Aanvullingswet natuur zal voorzien in het beschikbaar stellen van regels en zal maatregelen treffen voor de bescherming van de natuur. De meest relevante regels uit de Wet natuurbescherming zullen via het Aanvullingsbesluit natuur in drie ‘pillaren’ van het bestuur geplaatst worden: het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit.

De Omgevingswet zal vanaf 1 januari 2021 in werking treden.



Gerelateerd nieuws