Algemeen
Jachthonden spelen een onmisbare rol binnen de jacht en worden in de wet genoemd als jachtmiddel (artikel 11.71, lid 1 sub b Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). Zij helpen jagers bij het opsporen, apporteren en zorgvuldig afhandelen van wild. Door gerichte training, proeven en veldwedstrijden worden hun natuurlijke kwaliteiten ontwikkeld en behouden.
De samenwerking tussen jachthond en voorjager vormt de basis van verantwoord en weidelijk jagen. Dit sluit aan bij de wettelijke verplichtingen die rusten op iedere jager, namelijk het voorkomen van onnodig lijden. Dit uitgangspunt is vastgelegd in artikel 11.28 Bal.
Wanneer een dier is aangeschoten, dient het zo snel mogelijk te worden opgespoord en gedood om verder lijden te voorkomen. Dit is een kerntaak van iedere jager, zowel vanuit wetgeving als vanuit weidelijkheid. Daarbij speelt de jachthond een cruciale rol (artikelen 11.71 en 11.72 Bal). Mits goed opgeleid kan de jachthond:
- Snel en nauwkeurig (gewond) wild opsporen;
- Het dier lokaliseren in moeilijk begaanbaar terrein;
- Apporteren over water, rietvelden of ruige vegetatie;
- De jager in staat stellen zijn wettelijke zorgplicht na te komen.
Niet iedere jager bezit zelf een jachthond
De wet verplicht niet dat iedere jager een jachthond bezit, maar wel dat de jacht zorgvuldig wordt uitgevoerd. Er zijn daarom verschillende manieren om aan deze verplichting te voldoen:
- Het inzetten van een voorjager met hond (zie de database “voorjagers”);
- Jagen in samenwerking met een jachthondencombinatie;
- Deelname aan georganiseerde jachten waarbij hondenteams standaard aanwezig zijn.
Met de veranderde wetgeving op het gebied van dierenwelzijn is het belangrijk om kennis te nemen van het onderstaande.
Verbod op stroomhalsbanden
Het gebruik van stroomhalsbanden en andere elektronische correctiemiddelen die een hond pijn of schrik toedienen, is sinds 1 januari 2022 in Nederland verboden. Deze middelen veroorzaken onnodig dierenleed en zijn in strijd met de Wet dieren.
Hondentraining dient altijd op een diervriendelijke manier plaats te vinden, zonder het toebrengen van pijn of angst. Het maakt daarbij geen verschil of een stroomhalsband niet functioneert (bijvoorbeeld doordat de batterijen zijn verwijderd of het apparaat op andere wijze onklaar is gemaakt). Het bezit en gebruik valt onder een misdrijf waarop actief wordt gehandhaafd.
Couperen van oren en staart verboden
Het couperen van oren en staarten bij honden is verboden, tenzij sprake is van een medische noodzaak die door een dierenarts is vastgesteld. Cosmetisch ingrijpen is niet toegestaan. Deze maatregel is bedoeld om de lichamelijke integriteit en het welzijn van honden te beschermen.
Gecoupeerde honden mogen niet deelnemen aan veldwedstrijden of veldproeven, tenzij de medische noodzaak tot couperen kan worden aangetoond, bijvoorbeeld door middel van een verklaring van een dierenarts.
Gebruik van een alarmpistool bij trainingen
Bij sommige hondentrainingen, zoals jachthondentrainingen, wordt gebruikgemaakt van een alarmpistool. Dit valt onder de Wet wapens en munitie (categorie III), waarvoor in principe een vergunning vereist is.
Uitzonderingen gelden voor:
- Wapens zonder loop, of met een korte of volledig gevulde loop;
- Wapens die uitsluitend geschikt zijn voor knalpatronen met een kaliber van maximaal 6 mm;
- Wapens waarbij de patronen en gasuitlaat loodrecht op de loop of lengterichting van het wapen staan.
Het gebruik is alleen toegestaan voor een gerechtigd doel, door bevoegde personen (minimaal 18 jaar oud) en op locaties waar dit is toegestaan. Lokale regels en veiligheidsvoorschriften moeten altijd worden nageleefd. Controleer daarom vooraf of het gebruik ter plaatse is toegestaan.
Bescherming van wild tijdens het broedseizoen
Tijdens het broedseizoen is het verboden om wild te verstoren (artikel 11.54 Bal). Dit geldt ook voor activiteiten met honden in natuurgebieden en op het platteland. Loslopende honden kunnen broedende vogels en ander wild verstoren of verwonden.
Het is daarom belangrijk om honden aangelijnd te houden en op de paden te blijven waar dit verplicht is. Door hun natuurlijke drang tot opsporen en achtervolgen kunnen loslopende honden onbedoeld een verboden handeling verrichten, zoals het opsporen of verjagen van eenden of konijnen in een park. In de praktijk kan dit tot handhaving leiden.
Veldwedstrijden en hondenevenementen
Het organiseren van veldwedstrijden, trainingen en andere hondenevenementen in de natuur is aan strikte regels gebonden. Tijdens het broedseizoen zijn deze activiteiten vaak niet toegestaan, tenzij hiervoor een officiële ontheffing is verleend.
Organisatoren zijn verantwoordelijk voor het naleven van de natuurwetgeving en het voorkomen van verstoring van flora en fauna.