FCI Rasgroep 10 - Windhonden
Rassen uit Rasgroep 10, de windhonden, werden van oudsher ingezet voor de jacht op zicht. In tegenstelling tot andere jachthonden gebruikten zij vooral hun ogen om wild te lokaliseren, waarna zij met grote snelheid de prooi achtervolgden, inhaalden en vaak zelf doodden. Deze honden werden al duizenden jaren gebruikt voor de jacht op onder andere hazen, vossen en zelfs groter wild, waarbij snelheid en wendbaarheid essentieel waren.
Het karakter van windhonden wordt gekenmerkt door een combinatie van gevoeligheid en zelfstandigheid. In huis zijn zij doorgaans rustig, zachtaardig en aanhankelijk, terwijl zij buiten een sterke jachtdrift tonen en snel reageren op beweging. Ze kunnen enigszins gereserveerd of terughoudend zijn naar onbekenden en hebben vaak een onafhankelijke inslag.
Wat betreft hun fysieke eigenschappen beschikken windhonden over een uitzonderlijk uithoudingsvermogen in combinatie met extreme snelheid. Hun slanke bouw, lange poten en krachtige spieren maken hen tot echte sprinters die in staat zijn om prooien over korte tot middellange afstanden met hoge snelheid te achtervolgen en te vangen.
In de huidige tijd is het gebruik van windhonden voor de jacht in Nederland echter niet meer toegestaan. Op grond van de geldende regelgeving, de Omgevingswet (OW) Besluit activiteit Leefomgeving (Bal) artikel 11.71 lid 1.b, is het verboden om “lange honden” in te zetten als middel voor de jacht. Lange honden zijn met name de Windhonden, die wild op zicht achtervolgen en vangen. Tegenwoordig worden windhonden daarom vooral gehouden als gezelschaps-, sport- of racehonden, waarbij hun oorspronkelijke jachtinstinct nog wel duidelijk aanwezig is.