De energieafgifte van een kogelgeweer van het kaliber .243 varieert tussen circa 1600 en 2300 joules op 100 meter van de loopmond. De diameter van de kogel bedraagt 6,17 mm.
In artikel 3.15 lid 1 onder b van het Besluit natuurbescherming worden de minimale kalibers aangeduid die moeten worden gebruikt bij het afschot van grofwild, onderverdeeld in 2 categorieën:
1 Met betrekking tot dieren van de hierna genoemde soorten worden, onverminderd de artikelen 3.13, tweede, derde en vierde lid, en 14, derde lid, uitsluitend de volgende geweren en munitie gebruikt:
a. reeën: geweren met ten minste één getrokken loop en kogelpatronen voor getrokken loop waarvan de trefenergie ten minste 980 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt;
b. edelherten, damherten en wilde zwijnen: geweren met ten minste één getrokken loop en kogelpatronen van een kaliber van ten minste 6,5 millimeter voor getrokken loop waarvan de trefenergie ten minste 2.200 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt.
Voor afschot van edelhert, damhert en wild zwijn gelden cumulatieve vereisten. Er moet gebruik worden gemaakt van een geweer met een getrokken loop en kogelpatronen met een diameter van ten minste 6,5 mm én een trefenergie van tenminste 2200 joule op 100 meter afstand van de loopmond.
Met een kaliber .243 mogen dus wel reeën, maar geen edelherten, damherten en wilde zwijnen worden geschoten.
Uiteraard mogen ganzen en vossen eveneens met dit kaliber geschoten worden. Let u verder op de ontheffingsvoorwaarden, indien van toepassing.
Wat zijn de mogelijkheden met een kaliber .243?
Contact met onze leden-helpdesk
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, of wilt u graag persoonlijk advies? Neem dan gerust contact op met het bureau van de Jagersvereniging. Onze medewerkers helpen u graag verder per telefoon of e-mail.
Gerelateerde vragen
Welke procedure dient er gevolgd te worden bij de uitvoer van een wapen naar het buitenland?
Voor het uitvoeren van wapens en munitie naar het buitenland gelden verschillende regels. Welke toestemming nodig is, hangt onder meer af van het soort wapen en van de vraag of het wapen naar een land binnen of buiten de Europese Unie wordt uitgevoerd.
Uitvoer naar een land binnen de EU
Voor het definitief uitvoeren van wapens en munitie van categorie II en III naar een andere EU-lidstaat is in beginsel een consent tot uitgaan nodig. Dit consent wordt afgegeven door de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) van de Douane.
- Vraag bij de CDIU een consent tot uitgaan aan met het formulier ‘Aanvraag Consent voor wapens en munitie’.
- Vul op het aanvraagformulier de gegevens in van onder meer de verzender, de ontvanger, het land van bestemming en het betreffende wapen of de munitie.
- Voeg de documenten toe die volgens het aanvraagformulier voor uw situatie vereist zijn. De ontvangende partij moet in het land van bestemming gerechtigd zijn het wapen voorhanden te hebben.
- Wacht met de uitvoer totdat het consent door de CDIU is verleend.
- Het consent of de daarvoor geldende vergunning moet het wapen tijdens de uitvoer begeleiden totdat het wapen zijn bestemming heeft bereikt of het Nederlandse grondgebied heeft verlaten.
- Neem na de overdracht contact op met de afdeling Korpscheftaken van de politie voor de verwerking van de wijziging op uw wapenvergunning of jachtakte.
Uitvoer naar een land buiten de EU
Ook bij uitvoer naar een land buiten de Europese Unie kunnen zowel de Nederlandse Wet wapens en munitie als Europese exportregels van toepassing zijn.
Voor vuurwapens, onderdelen, essentiële componenten en munitie die vallen onder bijlage I van Verordening (EU) nr. 258/2012 is bij uitvoer uit de Europese Unie een uitvoervergunning vereist. Deze vergunning wordt eveneens aangevraagd bij de CDIU.
Voorafgaand aan de aanvraag kan toestemming nodig zijn voor de invoer in het land van bestemming en, wanneer het vervoer door andere landen buiten de EU plaatsvindt, voor de doorvoer door die landen.
Daarnaast kan voor bepaalde wapens of onderdelen een aanvullende vergunning gelden wanneer deze als militaire goederen worden aangemerkt. Controleer daarom vooraf bij de CDIU welke vergunningen in uw specifieke situatie noodzakelijk zijn.
Consent of uitvoervergunning aanvragen
Particulieren kunnen het ondertekende aanvraagformulier voor een consent per post of per e-mail indienen bij de CDIU.
Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU)
Douane Groningen / team Centrale Dienst voor In- en Uitvoer
Postbus 3070
6401 DN Heerlen
E-mail: cdiu@douane.nl
Telefoon: 088 – 151 21 22, keuze 2
Meer informatie en de actuele aanvraagformulieren vindt u op de website van de Douane:
Wapens en munitie – Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU)
Het aanvraagformulier voor een consent vindt u hier:
Aanvraag Consent voor wapens en munitie
Gemeenschappelijk gebruik wapens
Het is in Nederland in principe niet toegestaan om een wapen te hanteren (vast te houden) dat niet op bijlage van de eigen jachtakte staat. Er zijn echter situaties waarin het wenselijk is dat gebruik wordt gemaakt van wapens die op de naam van iemand anders zijn geregistreerd. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer zoon of dochter gaat studeren en in een studentenhuis gaat wonen. Het verdient dan vaak de voorkeur om het wapen veilig bij de jagende ouders thuis op te slaan. Wanneer er voldoende wordt geoefend, door beide gebruikers kan het ook een oplossing zijn om bijvoorbeeld samen te doen met één kogelbuks voor het afschot van grofwild.
De overheid staat het medegebruik van wapens toe, mits aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan. De Circulaire Wapens en Munitie vermeld daarover het volgende:
8.4. Gemeenschappelijk gebruik van wapens
Het is niet ongebruikelijk dat verlof- of jachtaktehouders gemeenschappelijk gebruik willen maken van één of meerdere vuurwapen(s). Tegen het gemeenschappelijk gebruik van vuurwapens is geen bezwaar wanneer dit het toezicht en de controle op de naleving van wapen wettelijke voorschriften niet in gevaar brengt.
Daarom moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Slechts één verlof- c.q. jachtaktehouder (A) is bevoegd het wapen thuis te bewaren (voorhanden te hebben). Dit houdt in dat de andere verlof- c.q. jachtaktehouder (B) die het wapen op zijn verlof respectievelijk jachtakte vermeld heeft staan, het wapen – alvorens hij dit gaat gebruiken voor het doel waarvoor hem een verlof respectievelijk een jachtakte is verleend – eerst bij A moet ophalen om het na gebruik terstond weer bij A terug te brengen;
De verschillende verloven c.q. jachtakten moeten ten aanzien van het gemeenschappelijk wapen onderling naar elkaar verwijzen en moeten aangeven wie van de verlof- c.q. jachtaktehouders bevoegd is het wapen thuis te bewaren;
Een wapen dat vermeld staat op twee verloven of jachtakten telt bij de A-houder (dit is dus degene die het wapen voorhanden heeft op het moment dat het wapen niet gebruikt wordt voor de beoefening van de schietsport of de uitoefening van de jacht door de B-houder) mee voor het maximum aantal wapens dat hij of zij (op grond van artikel 43 van de RWM) voorhanden mag hebben. Bij de B-houder (dit is dus degene die het wapen leent van de A-houder en na gebruik terstond weer bij A terugbrengt) telt het wapen niet mee voor de bepaling van het maximum aantal wapens dat hij of zij voorhanden mag hebben. Het aantal wapens dat met gebruikmaking van deze constructie op een verlof c.q. jachtakte mag worden vermeld bedraagt maximaal 10 voor een verlof en maximaal 12 vuurwapens voor een jachtakte.
In het kort betekent dit dat een wapen door een ander gebruikt mag worden, mits dat op de akte is vermeld. Het wapen mag echter alleen opgeslagen worden bij de A-houder. De medegebruiker (B) mag het wapen voor de jacht bij de A-houder ophalen en moet het terstond na de jacht weer bij de A-houder terugbrengen. De B-houder mag het wapen dus nooit in huis bewaren (ook niet in de kluis!)!!!
Lees verder
Aan welke eisen moet een wapenkluis voldoen?
In de Circulaire Wapens en Munitie 2019, bijzonder deel B onder punt 8.1 wordt aangegeven dat als deugdelijke bergplaats voor wapens en/of munitie uitsluitend wordt aangemerkt: een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast of wapenkluis, of een andere kluis die qua uitvoering en inbraakwerendheid daarmee gelijkgesteld kan worden. Er zijn dus geen specifieke kwaliteitseisen waaraan een wapenkluis dient te voldoen.
Wel is gebleken dat kluizen met uitwendige scharnieren of (hang)sloten geregeld worden afgekeurd door de politie. Wanneer u een wapenkluis aanschaft, kies dan voor een model dat speciaal voor dit doel is gemaakt. Let er bovendien op dat u voldoende ruimte heeft voor het opbergen van al uw wapens inclusief toebehoren, zoals richtkijkers en extra lopen, en dat er een apart afsluitbaar gedeelte is voor munitie. Hierin moeten de verschillende soorten munitie, zoals hagelpatronen met verschillende korrelgroottes, bewaard kunnen worden.
De kluis moet deugdelijk zijn verankerd in de vloer of de muur van de woning, tenzij de kluis van een dusdanig gewicht is (minimaal 200 kg) dat het vrijwel uitgesloten is dat deze bij een inbraak kan worden meegenomen. Het plaatsen van de kluis in een schuur of garage die niet binnendoor vanuit de woning te bereiken is, wordt meestal niet goedgekeurd. De politie kan bij u thuis controleren of uw wapens en munitie op de juiste wijze worden bewaard. Als dit niet het geval is, kan uw jachtakte worden ingetrokken.
Lees verder
Mag een jager het geweer van een andere jager gebruiken? Hoe werkt dat?
Het is in Nederland in principe niet toegestaan om een wapen te hanteren (vast te houden) dat niet op de eigen jachtakte staat. Er zijn echter situaties waarin het wenselijk is dat gebruik wordt gemaakt van wapens die op de naam van iemand anders zijn geregistreerd. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer zoon of dochter gaat studeren en in een studentenhuis gaat wonen. Het verdiend dan vaak de voorkeur om het wapen veilig bij de jagende ouders thuis op te slaan. Wanneer er voldoende wordt geoefend, door beide gebruikers kan het ook een oplossing zijn om bijvoorbeeld samen te doen met één kogelbuks voor het afschot van grofwild.
De overheid staat het medegebruik van wapens toe, mits aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan. De Circulaire Wapens en Munitie vermeld daarover het volgende:
8.4. Gemeenschappelijk gebruik van wapens
Het is niet ongebruikelijk dat verlof- of jachtaktehouders gemeenschappelijk gebruik willen maken van één of meerdere vuurwapen(s). Tegen het gemeenschappelijk gebruik van vuurwapens is geen bezwaar wanneer dit het toezicht en de controle op de naleving van wapenwettelijke voorschriften niet in gevaar brengt.
Daarom moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Slechts één verlof- c.q. jachtaktehouder (A) is bevoegd het wapen thuis te bewaren (voorhanden te hebben). Dit houdt in dat de andere verlof- c.q. jachtaktehouder (B) die het wapen op zijn verlof respectievelijk jachtakte vermeld heeft staan, het wapen – alvorens hij dit gaat gebruiken voor het doel waarvoor hem een verlof respectievelijk een jachtakte is verleend – eerst bij A moet ophalen om het na gebruik terstond weer bij A terug te brengen;
De verschillende verloven c.q. jachtakten moeten ten aanzien van het gemeenschappelijk wapen onderling naar elkaar verwijzen en moeten aangeven wie van de verlof- c.q. jachtaktehouders bevoegd is het wapen thuis te bewaren;
Een wapen dat vermeld staat op twee verloven of jachtakten telt bij de A-houder (dit is dus degene die het wapen voorhanden heeft op het moment dat het wapen niet gebruikt wordt voor de beoefening van de schietsport of de uitoefening van de jacht door de B-houder) mee voor het maximum aantal wapens dat hij of zij (op grond van artikel 43 van de RWM) voorhanden mag hebben. Bij de B-houder (dit is dus degene die het wapen leent van de A-houder en na gebruik terstond weer bij A terug brengt) telt het wapen niet mee voor de bepaling van het maximum aantal wapens dat hij of zij voorhanden mag hebben. Het aantal wapens dat met gebruikmaking van deze constructie op een verlof c.q. jachtakte mag worden vermeld bedraagt maximaal 10 voor een verlof en maximaal 12 vuurwapens voor een jachtakte.
In het kort betekent dit dat een wapen door een ander gebruikt mag worden, mits dat op de akte is vermeld. Het wapen mag echter alleen opgeslagen worden bij de A-houder. De medegebruiker (B) mag het wapen voor de jacht bij de A-houder ophalen en moet het terstond na de jacht weer bij de A-houder terugbrengen. De B-houder mag het wapen dus nooit in huis bewaren (ook niet in de kluis!)!!!
Bron: 101 vragen over jagen, vraag 4.02 Medegebruik wapen (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)