Naamgeving
Ree (Capreolus capreolus). E: Roe deer, D: Reh, F: Chevreuil
Uiterlijk
Schouderhoogte: 60–75 cm
Gewicht: 15–30 (max. 35) kg
Het ree is de kleinste in Nederland voorkomende hertachtige. In de zomer is de vacht overwegend roodbruin, in de winter grijzer tot grijsbruin. Het mannetje, de bok, draagt een gewei dat ieder jaar wordt afgeworpen en opnieuw aangroeit. Kalveren hebben in hun eerste levensmaanden een gevlekte vacht.
Biotoop
Reeën leven in uiteenlopende landschappen. Ze geven de voorkeur aan gebieden waar dekking en voedsel dicht bij elkaar te vinden zijn, zoals bossen met open plekken, bosranden en kleinschalige cultuurlandschappen met akkers, weilanden, houtwallen en struweel.
Ook in open landbouwgebieden komen reeën voor. Deze zogenoemde veldreeën leven onder meer in polder- en veenweidegebieden en kunnen grote delen van het jaar vrijwel volledig in open terrein verblijven.
Leefwijze
In het voorjaar en de zomer leven reeën grotendeels solitair. Reegeiten leven in deze periode met hun kalveren, terwijl volwassen bokken territoriaal gedrag vertonen. In de herfst en winter kunnen reeën zich verzamelen in groepen, zogeheten sprongen, bestaande uit geiten, bokken en jonge dieren.
Reeën zijn vooral actief in de schemering en vroege ochtend. Ze wisselen gedurende de dag perioden van foerageren af met rusten en herkauwen. Daarbij maken ze gebruik van dekking in bos, ruigte en andere begroeiing.

Een reegeit verzorgt haar kalf. In de eerste levensweken houdt het kalf zich veelal verscholen in de begroeiing. De geit zoekt haar jong regelmatig op om het te zogen en te verzorgen.
Voortplanting
Bronsttijd: juli en augustus
Draagtijd: ongeveer 9,5 tot 10 maanden, inclusief een periode van vertraagde embryonale ontwikkeling
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: meestal 2 kalveren, soms 1 of 3
Geboorteperiode: voornamelijk mei en juni
Na de bevruchting komt de ontwikkeling van het embryo enkele maanden vrijwel stil te liggen. Pas rond de winter wordt de ontwikkeling hervat. Door deze bijzondere voortplantingsstrategie worden de kalveren in het voorjaar geboren, wanneer de omstandigheden voor het grootbrengen van jongen gunstig zijn.
Voedsel
Het ree is een planteneter die zeer selectief voedsel zoekt. Het eet vooral voedselrijk en gemakkelijk verteerbaar plantmateriaal, zoals kruiden, bladeren, knoppen, jonge scheuten, twijgen, vruchten en paddenstoelen. Ook landbouwgewassen kunnen deel uitmaken van het menu.
Het voedselaanbod verandert met de seizoenen. In de winter eten reeën onder meer knoppen, twijgen, klimop en ander beschikbaar groen. In voorjaar en zomer bestaat het menu voor een belangrijk deel uit jonge kruiden, bladeren en scheuten.
Voorkomen
Het ree komt tegenwoordig in alle provincies van Nederland voor. Oorspronkelijk lag het zwaartepunt van de verspreiding vooral op de hogere zandgronden in het oosten en zuiden van het land, maar in de loop van de twintigste eeuw heeft het ree zich over vrijwel heel Nederland verspreid.
Faunabeheereenheden Nederland schat de huidige Nederlandse populatie op circa 110.000 reeën. Het gaat daarbij om een schatting: het exacte aantal in het wild levende reeën is niet vast te stellen. Aantallen en ontwikkelingen verschillen bovendien sterk per gebied.
Beheer
Het ree behoort niet tot de vijf wildsoorten waarop in Nederland de reguliere jacht kan worden uitgeoefend. Afschot van reeën vindt plaats in het kader van faunabeheer en populatiebeheer.
Sinds 1 januari 2024 valt dit beheer onder de Omgevingswet. De provincie is daarbij doorgaans het bevoegd gezag. Populatiebeheer wordt uitgevoerd op basis van een faunabeheerplan en de daarvoor geldende omgevingsvergunning. Bij vergunningverlening moet onder meer worden beoordeeld of het beheer noodzakelijk is vanwege een wettelijk belang, of er geen andere bevredigende oplossing bestaat en of het beheer geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie.
Redenen voor beheer kunnen onder meer liggen op het gebied van verkeersveiligheid, het voorkomen van ernstige schade aan bijvoorbeeld gewassen of bossen en de bescherming van wilde flora en fauna. Welke doelen en maatregelen gelden, wordt per provincie en gebied onderbouwd in het faunabeheerplan.
Verkeersveiligheid speelt bij het beheer van reeën een belangrijke rol. Faunabeheereenheden Nederland schat dat jaarlijks ongeveer tien procent van de Nederlandse reeënpopulatie betrokken raakt bij een aanrijding. Naast populatiebeheer worden daarom ook maatregelen toegepast die de kans op aanrijdingen moeten verkleinen.

Literatuur en bronnen
- Lange, R., Twisk, P., Van Winden, A. & Van Diepenbeek, A. (2003). Zoogdieren van West-Europa. 2e druk. Utrecht, KNNV Uitgeverij.
- Faunabeheereenheden Nederland – Ree.
- Informatiepunt Leefomgeving – beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit.
- Informatiepunt Leefomgeving – Omgevingswet.