Site Logo

Edelhert

Het edelhert is een groot, sociaal levend zoogdier dat voorkomt in Nederlandse natuurgebieden zoals de Veluwe en de Oostvaardersplassen. Het dier leeft vooral in bosrijke omgevingen, is actief tijdens de schemering en wordt beheerd via populatiebeheer om ecologische en maatschappelijke doelen te bereiken.

Naamgeving

Edelhert (Cervus elaphus). E: Red deer, D: Rothirsch, F: Cerf élaphe

Uiterlijk

Schouderhoogte hert: 105–125 cm
Schouderhoogte hinde: 90–110 cm
Gewicht hert: 95–160 (max. circa 200) kg
Gewicht hinde: 55–80 kg

Het edelhert is de grootste in het wild levende hertachtige van Nederland. Volwassen mannelijke dieren, de herten, dragen een gewei dat ieder jaar wordt afgeworpen en opnieuw aangroeit. Hindes hebben geen gewei. De zomervacht is overwegend roodbruin, terwijl de wintervacht grijzer en donkerder is. Kalveren hebben de eerste maanden een gevlekte vacht.

Biotoop

Edelherten kunnen in uiteenlopende landschappen leven. Ze hebben behoefte aan voldoende rust, dekking en voedsel en voelen zich thuis in grote natuurgebieden met een afwisseling van bos, heide, grasland en andere open terreinen. Ook landbouwgronden kunnen onderdeel uitmaken van hun leefgebied.

De Oostvaardersplassen vormen een bijzonder leefgebied. Daar leven edelherten voornamelijk in een uitgestrekt open moeras- en graslandgebied.

Leefwijze

Edelherten zijn vooral actief tijdens de schemering en in de nacht. Overdag zoeken ze vaak rustige plekken op om te rusten en te herkauwen.

Het grootste deel van het jaar leven de vrouwelijke dieren in hinderoedels, bestaande uit hindes, kalveren en jonge dieren. Mannelijke edelherten leven buiten de bronst meestal apart, alleen of in groepen. Tijdens de bronst zoeken volwassen herten de hinderoedels op en proberen zij concurrenten op afstand te houden.

Voortplanting

Bronsttijd: september en oktober
Draagtijd: ongeveer 34 weken
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: meestal 1 kalf
Geboorteperiode: voornamelijk mei en juni

Tijdens de bronst laten mannelijke edelherten hun kenmerkende burlen horen. Hiermee maken ze hun aanwezigheid kenbaar en proberen ze andere herten op afstand te houden. Concurrenten kunnen elkaar uitdagen en soms met hun geweien bevechten.

Na een draagtijd van ongeveer acht maanden zondert de hinde zich af om haar kalf te krijgen. Het kalf blijft in de eerste levensperiode regelmatig verscholen in de vegetatie terwijl de hinde in de omgeving voedsel zoekt.

Edelhert in zijn leefgebied

Een jong edelhertkalf. De lichte vlekken in de vacht zorgen voor camouflage in de vegetatie en verdwijnen naarmate het kalf ouder wordt.

Voedsel

Edelherten zijn planteneters. Hun voedsel bestaat onder meer uit grassen, kruiden, heide, bladeren, jonge scheuten, knoppen, twijgen, boomschors en vruchten zoals eikels. Ook landbouwgewassen kunnen worden gegeten.

Het menu verandert gedurende het jaar. In het voorjaar en de zomer eten edelherten veel grassen, kruiden en jonge plantendelen. In herfst en winter vormen onder meer eikels, twijgen, knoppen en boomschors een belangrijker deel van het voedsel.

Voorkomen

De belangrijkste vrijlevende populaties edelherten in Nederland bevinden zich op de Veluwe en in de Oostvaardersplassen.

In het Weerterbos in Limburg leeft daarnaast een kleine populatie edelherten binnen een omrasterd gebied. Buiten deze gebieden worden incidenteel zwervende edelherten waargenomen, onder meer dieren die vanuit aangrenzende gebieden in Duitsland Nederland binnenkomen

Edelhert tijdens de bronst

Tijdens de bronst zoeken mannelijke edelherten de hindes op. Met burlen, imposant gedrag en soms gevechten met rivalen proberen zij concurrenten op afstand te houden.

Beheer

Het edelhert behoort niet tot de vijf wildsoorten waarop in Nederland de reguliere jacht kan worden uitgeoefend. Afschot vindt plaats in het kader van faunabeheer en populatiebeheer.

Sinds 1 januari 2024 valt dit beheer onder de Omgevingswet. De provincie is daarbij doorgaans het bevoegd gezag. Populatiebeheer vindt planmatig plaats op basis van een faunabeheerplan en de daarvoor geldende omgevingsvergunning.

Op de Veluwe is het beheer van edelherten vastgelegd in het Faunabeheerplan Grote Hoefdieren 2026–2032 van Faunabeheereenheid Gelderland. Bij het bepalen van het beheer wordt onder meer gekeken naar de omvang en ontwikkeling van de populatie, de kwaliteit van natuur en leefgebied, schade aan bossen en landbouwgewassen en verkeersveiligheid.

Ook in de Oostvaardersplassen worden de aantallen edelherten actief beheerd. Het aantal grote grazers wordt daar afgestemd op de gewenste ontwikkeling van het landschap, de biodiversiteit en de hoeveelheid beschikbaar voedsel. Voor edelherten wordt uitgegaan van een doelstand van ongeveer 500 dieren.

Onderzoek naar de genetische diversiteit van de edelherten in de Oostvaardersplassen liet in 2026 zien dat er weinig aanwijzingen zijn voor inteelt. Volgens de onderzoekers is een populatie van ongeveer 500 edelherten groot genoeg om voldoende genetische diversiteit te behouden. Wel wordt geadviseerd de genetische ontwikkeling van de populatie periodiek te blijven volgen.

Populatiebeheer kan worden ingezet in het belang van onder meer natuurlijke habitats en wilde flora en fauna, het voorkomen van ernstige schade en de openbare veiligheid, waaronder verkeersveiligheid. Een omgevingsvergunning voor populatiebeheer mag alleen worden verleend als aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan en het beheer geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie.

Literatuur en bronnen