Rijk en provincies hebben nieuwe afspraken gemaakt over de uitvoering van het Aanvalsplan Grutto. De Jagersvereniging ziet daarin een belangrijke stap vooruit. In het plan wordt predatiebeheer duidelijk genoemd als onderdeel van goed weidevogelbeheer. Het Aanvalsplan Grutto werd in 2020 opgesteld om de achteruitgang van de grutto in Nederland te stoppen. De grutto is onze nationale vogel en een bekend symbool van het Nederlandse weidegebied. Nederland heeft bovendien een grote verantwoordelijkheid voor deze soort, omdat een groot deel van de Europese grutto’s in ons land broedt.
Het plan richt zich op kansrijke weidevogelgebieden. In die gebieden moeten de belangrijkste voorwaarden op orde zijn: genoeg ruimte, een open landschap, hogere waterpeilen, aangepast beheer door boeren, rust in het broedseizoen en goed predatiebeheer.
Afspraken richting 2035
Het nieuwe afsprakenkader vervangt het bestaande Aanvalsplan Grutto niet. Het maakt juist duidelijker hoe Rijk en provincies het plan de komende jaren willen uitvoeren. De afspraken lopen richting 2035.
De ambitie is groot. Het afsprakenkader richt zich op 35 Aanvalsplan Gruttogebieden. Per gebied wordt toegewerkt naar 1000 hectare goed leefgebied voor de grutto, binnen een groter zoekgebied van 2000 hectare.
Juist bij zo’n grote inzet moet het hele pakket kloppen. Alleen meer leefgebied is niet genoeg. Ook waterbeheer, openheid, rust, aangepast agrarisch beheer en predatiebeheer moeten samen op orde zijn.

Polder Arkemheen is een van de kansrijke weidevogelgebieden binnen het Aanvalsplan Grutto. In dit soort open gebieden komen leefgebied, waterbeheer, rust en predatiebeheer samen. Foto: Marijn van der Vlies
Predatiebeheer krijgt duidelijke plek
Voor de Jagersvereniging is vooral belangrijk dat predatiebeheer nu duidelijk onderdeel is van de gebiedsaanpak. Rijk en provincies spreken af dat provincies predatiebeheer mogelijk maken waar dat nodig is en waar het binnen de wet kan.
Daarbij gaat het om twee soorten maatregelen. Ten eerste preventieve maatregelen, zoals een goede inrichting van het gebied, openheid, rasters en sloten. Ten tweede actieve maatregelen, zoals vangmiddelen en afschot.
In het oorspronkelijke Aanvalsplan Grutto wordt al een brede groep predatoren genoemd, waaronder buizerd, ooievaar, zwarte kraai, bunzing, hermelijn, vos, steenmarter en verwilderde kat. In het nieuwe afsprakenkader wordt dit concreter gemaakt: daarin worden vos, steenmarter en zwarte kraai expliciet benoemd als hoofdpredatoren waarvoor provincies binnen de juridische kaders willen meewerken aan vergunningverlening voor beheer.

De vos is een van de hoofdpredatoren die in het afsprakenkader Aanvalsplan Grutto wordt genoemd. Predatiebeheer is daarom onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak voor herstel van de grutto en andere weidevogels. Foto: Andrew Balcombe
Dat is een belangrijke erkenning. Predatie is niet het enige probleem voor weidevogels. Maar in kwetsbare gebieden kan predatie wel veel invloed hebben op het broedsucces. Als er veel wordt geïnvesteerd in leefgebied, waterbeheer en aangepast maaien, maar de predatiedruk blijft te hoog, kan een groot deel van die inzet verloren gaan.
Stelselherziening en uitbreiding wildlijst
Goed predatiebeheer vraagt om maatwerk én uitvoerbare regels. Het gaat erom de druk van predatoren te verlagen op plekken waar weidevogels kwetsbaar zijn. Zo krijgen maatregelen voor leefgebied, waterbeheer en aangepast maaien meer kans van slagen.
Dat vraagt om duidelijke vergunningen, goede afspraken en samenwerking tussen provincies, boeren, agrarische collectieven, terreinbeheerders, wildbeheereenheden en andere betrokken gebiedspartijen. Juist hier is de rol van jagers en wildbeheereenheden relevant: zij beschikken over gebiedskennis en kunnen bijdragen aan zorgvuldig, gebiedsgericht predatiebeheer.

Jagers en wildbeheereenheden beschikken over gebiedskennis die belangrijk is voor zorgvuldig en gebiedsgericht predatiebeheer. Foto: Robert-Jan Asselbergs
De Jagersvereniging ziet het afsprakenkader als een stap in de goede richting. De erkenning van predatiebeheer is belangrijk, maar uiteindelijk telt vooral of beheer in de praktijk ook uitvoerbaar wordt. Daarvoor zijn werkbare regels, duidelijke vergunningen en betrokkenheid van jagers en wildbeheereenheden noodzakelijk.