Standpunt Wilde eend
Leden van de Jagersvereniging volgen de Weidelijkheidsregels, die respect voor natuur, dieren, mensen en omgeving bevorderen, met veiligheid en kennis.
Naar onderwerp
Rijksvastgoedbedrijf (RvB) wil dat jagers geschoten reeën op de defensieterreinen achterlaten in het veld. Reden hiervoor is dat volgens deze organisaties in de kadavers heel veel schaarse, natuurlijke voedings-stoffen liggen opgeslagen. De kadavers worden opgegeten doordat deze op het menu staan van andere dieren. Dit heeft volgens RvB een positief effect op de biodiversiteit in het gebied. Ook door de kadavers te laten liggen, vinden die voedingsstoffen hun weg terug de natuur in. Via het ontbindingsproces gaan voedingsstoffen dan direct de grond in.
De reewildpopulatie in balans brengen en houden met de ecologische en maatschappelijke draagkracht van het leefgebied is voor jagers de belangrijkste drijfveer voor bejaging van het ree. Het benutten van vlees maakt onderdeel uit van de beweegreden een dier als duurzame bron van voedsel voor de mens te bemachtigen.
De zorg voor het wild gaat verder dan het schot. Het dier wordt ter plaatse ontdaan van de ingewanden die als biomassa achterblijven. Hieraan kan de jager zien of het dier gezond was. Deze informatie is belangrijk en wordt geregistreerd. De jager neemt het vlees mee indien het geschikt is voor consumptie. Dit vlees gaat naar de poelier of de jager bereidt het zelf. Het achterlaten van een gezond stuk vlees past niet in de filosofie van de jacht.
Daarnaast is er geen onderzoek bekend, waaruit een positieve effect blijkt van het extra achterlaten van geschoten dode dieren als surplus op de enorme hoeveelheid kadavers en delen daarvan die jagers al in het ecosysteem brengen. Het argument om voedingsstoffen in de natuur houden lijkt ons bij verschralingsdoelstellingen en reduceren van stikstof erg ver gezocht en niet valide.
Jagers nemen namelijk niet alles mee uit de natuur. Zoals gezegd blijven de ingewanden van het dode dier (het ontweidsel) als biomassa achter. Ook beschadigde (door bijvoorbeeld een verkeersongeval) en spontaan gestorven dieren worden in de natuur als biomassa achter gelaten. Dit alles gebeurt op deskundige wijze, vaak op plaatsen waar het publiek niet direct met de kadavers worden geconfronteerd. De balans in de natuur en een bijdrage aan biodiversiteit (met name kadaver etende soorten) heeft daarbij natuurlijk onze aandacht.
Er zijn dan ook nog enorme hoeveelheden dieren die zijn aangereden en niet geregistreerd. Kortom er bestaat totaal geen noodzaak en onderbouwing om voor consumptie geschikte geschoten dieren in het veld als biomassa achter te laten.