Zon op
07:19
Zon onder
19:47
Nachtmodus
Foto: Michael Migos

Weidevogelproblematiek vraagt om ingrijpende maatregelen – Gratis artikel uit De Jager #4

Het is geen nieuws maar toch een urgente kwestie: het gaat slecht met de weidevogels in ons land. Wim Knol, ecoloog van de Jagersvereniging, pleit voor ingrijpende maatregelen om het tij te keren. Daar moet niet langer mee worden gewacht want de tijd dringt.

Wijzigt het huidige beleid niet, dan staat de grutto in 2026 op het punt van uitsterven, zo stelde de Jagersvereniging onlangs in het politieke debat over de toekomst van de weidevogels. Om aan dit rampscenario te ontsnappen zijn forse investeringen nodig in doeltreffend agrarisch weidevogelbeheer en moet er echt werk worden gemaakt van predatorenbeheer. Door dat laatste kunnen we ervoor zorgen dat er op de korte termijn meer weidevogelkuikens vliegvlug worden. Daarmee wordt tijd gewonnen om de noodzakelijke veranderingen in het weidevogellandschap te realiseren.

 De koning onttroond?

Onder weidevogels verstaan we een groot aantal vogelsoorten die vooral in graslanden broeden. De bekendste soorten zijn grutto, kievit, scholekster, tureluur, kemphaan, watersnip en wulp. Maar ook veldleeuwerik, graspieper, slobeend, zomertaling, kuifeend, kwartelkoning en patrijs worden onder de weidevogels geschaard. Sommige soorten zoals kievit, patrijs en scholekster broeden ook op akkers. De scholekster broedt zelfs op daken van flats. Niet van harte trouwens. Het oorspronkelijke biotoop van veel weidevogels bevond zich in natte en droge heidevelden, hoogveengebieden, in uiterwaarden of op de kwelders.

Door geleidelijke ontginning van deze gebieden in de loop van vele eeuwen en het ontstaan van licht bemeste, drassige graslanden hebben ze een overstap gemaakt van arme heide naar een rijke weide. Dat leverde een weidevogelpiek op vlak voor het begin van de ruilverkavelingen in de jaren zestig. Zeer kritische weidevogels van drassige graslanden, zoals kemphaan en watersnip, zijn als broedvogel in Nederland vrijwel verdwenen door ontwatering, frequent maaien en afname van bloemrijke weiden. De grutto, Kening fan ‘e greide, is de volgende weidevogel die gedecimeerd dreigt te raken, ondanks zijn verkiezing tot nationale vogel in 2015. Minstens 70% van alle grutto’s in de wereld broedt in Nederland. Rond 1960 waren er nog 120.000 broedparen, in 2011 circa 40.000 en in 2015 nog zo’n 30.000. In Friesland, het bolwerk van de grutto, lijkt de koning van de weide af te stevenen op een troonafstand.

Geschatte aantal geringde grutto kuikens op dag 17 (groen) en uitgevlogen kuikens op dag 35 (oranje). De blauwe lijn geeft aan hoeveel grutto’s er jaarlijks moeten uitvliegen om de stand op peil te houden (referentie 2011). Schatting 2015 ontbreekt.

 

Vergroten van nest- en broedsucces

Intensieve landbouw is niet de enige oorzaak! In de graslanden waar grutto’s nog wel tot broeden komen is het nest- en broedsucces een drama, ook bij nestbescherming. Naar schatting 63% van de eieren komt uit. Ondanks vervolglegsels wordt geschat dat van de 90.000 geboren gruttokuikens er op dag 17 nog maar 11% over is (9850 kuikens). Daarvan worden er uiteindelijk naar schatting 4000 vliegvlug (dag 35).

Om de stand op peil te houden (referentiejaar 2011) moeten er jaarlijks minstens 13.000 uitvliegen. Er is dus een jaarlijks tekort van 9000 vliegvlugge kuikens. Hoewel de grutto oud kan worden en enige tijd heeft om voor succesvolle nakomelingen te zorgen, vergrijst de populatie snel. Ook is de trektocht naar de winterverblijven in West-Afrika niet zonder gevaar. Een uitgevlogen grutto is nog geen broedende grutto. Het vergroten van nest- en broedsucces is op korte termijn desleutelfactor. Iedere grutto telt!

Gemiddeld landelijk aandeel van de predatie op nesten en kuikens van grutto en kievit (Altenburg en Wymenga, 2011).

Gratis verder lezen in dit artikel dat verscheen in De Jager #4 kan via de link hieronder:

  • Delen:


Gerelateerd nieuws