Zon op
05:25
Zon onder
21:48
Nachtmodus
Foto: Rijkswaterstaat

Vrij verkeer van wild een feit? – Artikel De Jager 2, 2020

Met de aanleg van talloze ecoducten, faunapassages en natuurstroken zijn er het afgelopen decennium nieuwe doorgangen gecreëerd voor kleine en grote dieren. Bedoeld om het door wegen, kanalen en spoorwegen opgeknipte Nederlandse landschap te ontsnipperen. Was het de investering waard?

Tekst: Douwe Anne Verbrugge*

Rijkswaterstaat zette in 2005 het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) in dat eind 2018 is afgerond. Soms bleek de natuur geholpen met slechts een plank over een beekje, soms – met megaprojecten zoals het onlangs opgeleverde 20 meter brede ecoduct Koekendaal over de A18. En succes is er. Van de ringslang tot de das: ze weten nieuwe wegen in te slaan. Alleen de edelherten en wilde zwijnen op de Veluwe laten zich vooralsnog niet dwingen, blijkt uit onderzoek van ecoloog Joost de Jong.

Bijna 70 ecoducten
‘Het heeft zijn vruchten afgeworpen. In Nederland zijn bijna 70 ecoducten aangelegd. Daarvan is ongeveer de helft binnen het programma gerealiseerd, dat wil zeggen door Rijkswaterstaat en ProRail’, vertelt Adam Hofland die als landelijk programmacoördinator bij het MJPO betrokken was. 176 knelpunten waren beschreven, waarvoor 288,5 miljoen euro beschikbaar was. Hofland: ‘Er waren bijna 600 maatregelen nodig om deze knelpunten op te lossen, variërend van het aanleggen van een ecoduct tot het plaatsen van een raster. Hiervan was aan het einde van het programma in 2018 ongeveer 85% uitgevoerd. Een deel wordt nu nog opgepakt.’

Hotspot
Een van die 176 knelpunten was de N299 bij het Limburgse Brunssum. Raymond Simons, secretaris van de WBE Brunssummerheide en Schinveldse bossen, is blij dat een ecoduct sinds twee jaar een verbinding maakt tussen de Brunssummerheide en het Natura2000- gebied Brandenberg. ‘De N299 die dit gebied doorkruist was een hot spot qua aanrijdingen met dieren. Het valwild is drastisch teruggelopen. We krijgen nauwelijks nog meldingen om langs te komen. Het helpt dat er ook wildrasters en wildspiegels zijn geplaatst. Bijkomend voordeel is dat de kans op inteelt is verkleind. De twee gebieden waren sinds 1970 van elkaar gescheiden door de provinciale weg.

Foto: Rijkswaterstaat

Tierelier
Ook Gerrit Jan Spek van de Vereniging Wildbeheer Veluwe is zeer tevreden: ‘De ecoducten functioneren als een tierelier. De discussie die er voorheen nog al eens was over de kosten en de baten, is verstomd. Zeker bij de aanleg van een nieuwe snelweg, vallen de kosten voor een ecoduct in het niet. En als je beseft wat voor een dodelijke barrière snelwegen vormen voor heel veel dieren, is het niet meer dan logisch dat hierin wordt geïnvesteerd. Als ze die dingen maar breed genoeg maken, en niet het minimum aantal meters als maximum hanteren. Een goede doorstroming vergroot de biodiversiteit. Wie kan daar nu op tegen zijn?

Genetische variatie
Joost de Jong, docent Ecologie en Wildbeheer aan de WUR (Wageningen University & Research), promoveerde afgelopen jaar onder meer op onderzoek naar de genetische variatie van populaties edelherten en wilde zwijnen op de Veluwe. Daarbij richtte hij zich ook op de fragmentatie van hun leefgebied en de effecten van ecoducten. De Jong: ‘Voorafgaand aan mijn onderzoek, hield ik het voor mogelijk dat de grote dieren zich verspreidden over de gehele Veluwe. Maar dat valt dus reuze tegen. De genetische data laten zien dat er bij zowel zwijnen als edelherten vrij forse genetische verschillen bestaan tussen verschillende deelpopulaties. De aanleg van ecoducten en het verwijderen van hekken en rasters hebben de genetische uitwisseling tot nu toe niet heel veel vergroot. Dat kan natuurlijk veranderen.’

De Jong onderzocht op de Veluwe de Genetische variaties van de verschillende populaties over de afgelopen decennia. ‘Als je het puur genetisch bekijkt en je zou een wild zwijn van de Zuid-Veluwe verplaatsen naar de noordkant van de Veluwe, zie ik in mijn genetische kaarten een overduidelijk verschil. Vergelijk het met een Nederlander op vakantie in Spanje: als je goed oplet, pik je ze er zo uit!’

Foto: Bas Worm

Vaste trekroutes
De onderzoeker van de WUR legt uit dat ecoducten en andere faunapassages wel werken in gebieden waar de aanleg van een rijksweg of provinciale weg de vaste trekroutes van edelherten doorkruisen. ‘Ik heb begrepen dat de herten bij wijze van spreken popelend langs de weg stonden te kijken of het ecoduct nu eindelijk klaar was! Maar de moeite die in het recente verleden is gedaan om een natuurlijke corridor te creëren van de zuidwesthoek van de Veluwe naar het midden van de Veluwe, blijkt vooralsnog vergeefse moeite. Het is voor de edelherten een doolhof van wegen, bossen en dorpjes. De herten hebben generaties lang “opgesloten” gezeten. Ze zijn niet gretig genoeg te migreren en daar is blijkbaar geen noodzaak voor.

Ook wildbeheer heeft hier geen effect op. Ze blijven op de plek waar zij zich veilig voelen, alhoewel kleine veranderingen wel waarneembaar zijn. Door de aanleg van een ecoduct richting de uiterwaarden van Renkum worden daar ’s nachts wel edelherten waargenomen. Maar ze lopen vanaf de uiterwaarden diezelfde nacht weer terug over het ecoduct. Heel langzaam verkennen ze de boel en trekken ze verder; het gaat slechts om een kleine uitbreiding van hun leefgebied.’

Spanning
Een ecoduct waar edelherten wel gretig gebruik van maken is dat over de A28 (Hierdense Poort). Het in 2013 geopende ecoduct vormt een verbinding tussen de Veluwe en het gebied dat naar de Veluwse randmeren leidt. Volgens Erik Nagelhoud, voorzitter van de WBE Noordwest-Veluwerand, is het ecoduct misschien wel iets te succesvol. De verwachting was dat hooguit 12 tot 15 edelherten zich zouden vestigen in het gebied tussen de A28 en de randmeren. Nagelhoud: ‘Maar inmiddels hebben zo’n 25 edelherten hier hun vaste verblijf. En als het donker wordt, trekken tussen de 10 en 60 edelherten– dat wisselt erg sterk – vanuit de Veluwe het ecoduct over. In de vroege ochtend keren ze terug.’

Nagelhoud meldt dat de twee landgoederen en de tuinen van particulieren die zich vlak in de buurt van het ecoduct bevinden, veel last hebben van de edelherten. ‘Als de dieren vanuit de Veluwe over het ecoduct komen, moeten ze eerst door een kilometer lange en woningluwe corridor van 200 meter breed. Maar in de gebieden grenzend aan de corridor richten ze veel schade aan. Er groeit geen bloemetje meer in de tuinen van de mensen die er wonen en geen struik blijft overeind. Als ’s nachts een groot aantal edelherten het gebied betreedt, geeft dat spanning tussen mens en natuur.

Nieuwe barrières ontsluiten
Overigens sluit onderzoeker Joost de Jong niet uit dat er inmiddels meer genetische uitwisseling is tussen de verschillende populaties edelherten en wilde zwijnen. ‘Alleen is dat nog niet gemonitord. Er moet dan wel een sterke uitwisseling plaatsvinden om de genetische status van de populaties te verbeteren. Zoals je bij een oud huis de ramen een tijd lang wagenwijd moet openzetten om de muffe lucht eruit te krijgen. Vooralsnog is er in sommige deelpopulaties nog steeds sprake van vrij sterk ingeteelde populaties. Of daar negatieve consequenties aan verbonden kunnen worden is lastig te bepalen.

Tot nu toe is er niets zichtbaar dat op ongezond gedrag wijst. Ook wildbeheerders constateren geen afwijkingen of afwijkend gedrag. Integendeel, de populaties zijn enorm vruchtbaar. Ze leven in een relatief stressloze omgeving: er heerst een vrij mild klimaat en er is door toegewijd wildbeheer een redelijk goed voedselaanbod. Eventueel zouden dieren vatbaarder kunnen zijn voor ziektes. Daarom is het dus absoluut niet verkeerd om er alles aan te doen om de leefgebieden met elkaar in contact te brengen en ontsnippering tegen te gaan. Monitoring is daarbij essentieel.

Het is en blijft belangrijk om te onderzoeken of dieren de ecoducten gebruiken en er uitwisseling plaatsvindt. Het is belangrijk te achterhalen of inteelt dan daadwerkelijk afneemt. Maar monitoring is ook nodig om bij nieuwe barrières meteen actie te ondernemen om op de juiste locaties – daar waar veel wildbewegingen plaatsvinden –faunapassages te realiseren.’

Foto: Luc Hoogenstein

Naardermeer
In tegenstelling tot de Veluwe is het beschermde natuurgebied Naardermeer het afgelopen jaar pas voorzien van eco-doorgangen. Luc Hoogenstein, ecoloog en boswachter bij Natuurmonumenten in de Gooi- en Vechtstreek, was nauw betrokken bij de aanleg van negen bijzondere faunapassages in zijn werkgebied. De passages zijn namelijk aangelegd onder het treinspoor dat door het Naardermeer loopt. Dat de faunapassages niet eerder zijn aangelegd heeft vooral te maken met ‘de techniek’. Hoogenstein: ‘ProRail vond het best spannend allemaal. Het is ook niet niets, tunnels graven onder een spoor. Daar zijn heel wat berekeningen aan vooraf gegaan. Maar na twintig jaar vergaderen hebben we het mooi voor elkaar!’

Otters en boommarters
Hoogenstein vertelt dat er zeven grotere passages zijn gebouwd en dat ingenieursbureau Movares daarbij nog eens twee kleinere passages onder de spoorbielzen heeft aangelegd. ‘Na enkele dagen maakten ringslangen en boommarters al gebruik van die kleinere passages.’ Het treinspoor scheidt de zuid- en de noordkant van het Naardermeer. Met de aanleg van de zeven faunapassages, waaronder twee natte onderdoorgangen, kunnen reeën, vossen, ganzen met hun pullen maar ook de das en de otter migreren. ‘We hopen vooral dat de populaties dassen en otters gaan groeien nu zij een groter leefgebied krijgen.’

Export van ontsnippering
Adam Hofland meldt dat het MJPO-programma weliswaar is afgerond, maar dat bij de aanleg van nieuwe infrastructuur ontsnippering altijd op de agenda zal staan, geborgd door de Wet Natuurbescherming. ‘Om de opgedane kennis uit het MJPO te delen en in de praktijk toe tepassen werken provincies, aannemers, kennisinstellingen en natuurbeheerorganisaties samen in een Community of Practice. Ook het buitenland toont veel interesse in onze aanpak, want ook daar wordt meer en meer ontsnipperd.’

Robert-Jan Asselbergs

Verbinding Veluwe-Utrechtse heuvelrug
Toch zijn er nog wensen waar het gaat om faunapassages binnen de huidige infrastructuur. Bas Worm, vicevoorzitter van Vereniging Het Edelhert, is bijvoorbeeld teleurgesteld dat het nog steeds niet is gelukt om een ecoduct te bouwen (of gepland te krijgen) over de A1 ter hoogte van Terschuur. Worm: ‘De provincies Gelderland en Utrecht, maar ook alle natuurorganisaties zijn het erover eens dat het een verrijking is om de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug via ‘Robuuste Verbindingen’ met elkaar in verbinding te brengen. De meest logische route daarvoor vereist  een ecoduct over de A1. De locatie bij Terschuur ligt hierbij het meest voor de hand.

In het MJPO was dit ecoduct aanvankelijk ook opgenomen. Maar voormalig staatssecretaris Henk Bleker heeft in 2010 de ‘Robuuste Verbindingen’ van tafel geveegd en daarmee ook de aanleg van ecoducten die hiervoor nodig waren. Sindsdien lukt het maar niet om dit knelpunt opnieuw bij Rijkswaterstaat op het netvlies te krijgen. Dit terwijl de edelherten door de provincie Gelderland inmiddels worden toegestaan in de landgoederenzone ten noorden van de A1. Ook de provincie Utrecht is natuurgericht bezig. Zij heeft het gebied ten zuiden van de A1
aangeduid als doortrekgebied voor edelherten, en de Utrechtse Heuvelrug zelf als vestigingsgebied. Het enige wat dus nog ontbreekt om een compleet werkende verbinding te krijgen, is dat ene ecoduct.

Bij de tracéwijziging van de A1 tussen Hoevelaken en Barneveld, hebben wij daarom een zienswijze ingediend om opnieuw aandacht te vragen voor een te bouwen ecoduct bij Terschuur. Van Rijkswaterstaat hebben we hierop tot nog toe niets vernomen. Het MJPO heeft heel veel goeds gebracht maar hier laten ze in onze ogen een belangrijke steek vallen. We hopen dat er nog een reparatiemogelijkheid wordt gevonden.’

*Deze tekst verscheen in de tweede editie van dit jaar van De Jager

  • Delen:


Gerelateerd nieuws