Zon op
08:00
Zon onder
16:45
Nachtmodus

Wie is er aansprakelijk bij een aanrijding met een wild dier?

In principe is er niemand verantwoordelijk voor in het wild levende dieren (die aan niemand toebehoren) en dus is het verhalen van geleden schade moeilijk. Aansprakelijk stellen kan echter altijd, maar een dergelijke aansprakelijkheidstelling ook leidt tot schadevergoeding is maar zeer de vraag. Bij het aansprakelijk stellen zal beoordeeld moeten worden of er sprake is van een wanprestatie, of de betrokkene een en ander redelijkerwijs had kunnen voorkomen.

Bij een aanrijding met wild dient u de politie in kennis te stellen van deze aanrijding, zodat zij de dienstdoende jager kan inseinen.

Onder voorwaarden is het wel mogelijk om een aangereden dood dier mee te nemen. In artikel 3.22 van de Regeling natuurbescherming staat dat aan iedereen vrijstelling wordt verleend voor het onder zich hebben van dieren*, maar uitsluitend als het betreffende dier kennelijk in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend. Dus als u een doodgereden ree langs de openbare weg vindt, mag u dat op grond van deze bepaling meenemen. Mag dat ook als u zelf het ree heeft doodgereden? Uit de toelichting bij de Regeling volgt dat dit is toegestaan zolang u het dier niet opzettelijk heeft gedood. Als u zich aan de geldende snelheidsbepaling op een bepaalde weg houdt en er steekt onverhoopt een ree over, dan kan u niet verweten worden dat u dat ree opzettelijk heeft aangereden. In dat geval is de vrijstelling voor u toepasbaar en mag u het dode dier meenemen. In het kader van een adequate valwildregistratie is het vanzelfsprekend wenselijk dat u bij de politie melding maakt van het valwild.

Let op als het een aanrijding betreft met een ree, edelhert, damhert of wild zwijn en het dier is niet dood. Een gewond of ziek dier mag men uitsluitend onder zich hebben als voor vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie en voor zover dat vervoer gebeurt door een door de politie aangewezen vervoerder. Verder geldt deze vrijstelling niet voor dode vogels. In de wet Natuurbescherming staat dat het verboden is om een vogel onder zich te hebben dat wordt genoemd onder de Vogelrichtlijn. Hierop bestaan twee uitzonderingen. Men mag de dode vogel in zijn bezit hebben als deze legaal verkregen is (via jacht, beheer of schadebestrijding) of als men de dood gevonden vogel – zolang men geen verwijtbare schuld heeft aan de dood van het dier – binnen drie dagen aflevert bij een preparateur.

* genoemd in bijlage 1, behorende bij artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming: boommarter, bunzing, damhert, edelhert, haas, hermelijn, konijn, ree, steenmarter, vos, wezel en wild zwijn.

 


Is uw vraag voldoende beantwoord? U kunt het bureau van de Jagersvereniging altijd bellen of mailen voor meer informatie.

De Jagersvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook, ontstaan door het gebruik van de gepresenteerde informatie.