Zon op
08:25
Zon onder
16:28
Nachtmodus

Hoe kom ik als boer of jager in contact met de lokale weidevogelbeschermers?

Via http://www.boerenlandvogelsnederland.nl/vrijepagina/landschapsbeheer-organisaties/ de betreffende provinciale organisatie bellen en vragen naar de dichtstbijzijnde vrijwilligersgroep. Soms staat er op de website van de provinciale organisatie een kaart met de werkgebieden van vrijwilligersgroepen. Dan kun je daar vaak ook contactgegevens vinden. In Friesland met de BFVW bellen (via https://www.friesevogelwachten.nl/nl/contact/ ) en vragen naar de dichtstbijzijnde vogelwacht.

Dit antwoord kwam tot stand in samenwerking met LandschappenNL, het samenwerkingsverband van alle provinciale Landschappen en provinciale stichtingen Landschapsbeheer. LandschappenNL richt zich op het ondersteunen van alle vrijwilligersgroepen die zich met weidevogels bezig houden, binnen maar ook buiten weidevogelkerngebieden. Het gaat om immers om behoud van biodiversiteit zin en betrokkenheid van burgers bij die biodiversiteit (en landschap) in zo breed mogelijke zin.

Verder lezen kan op de website van LandschappenNL, dossier boerenland- en weidevogels.


Wat is de beste manier van nestbescherming? Stokjes zetten? Hoe bescherm ik tegen het vertrappen door koeien?

A: Nestbescherming

  • Dat is afhankelijk van het type werkzaamheden of het type landbouwhuisdier, de soort weidevogel en de fase van het leg- en broedproces. zie ook Veldgids Bescherming van weidevogels op grasland en bouwland. Kievit, grutto, tureluur, scholekster, wulp, wilde eend, krakeend en kuifeend accepteren het plaatsen van nestbeschermers redelijk goed, zeker als de eieren al enige tijd bebroed zijn. Nesten van slobeend en zomertaling kunnen indien mogelijk het beste pas gezocht en beschermd worden als de vogels al aan het broeden begonnen zijn. Vinden in de legperiode leidt vaak tot verlaten van het nest. Zangvogels zoals veldleeuwerik en graspieper zijn ook vrij tolerant voor het vinden en beschermen van nesten.
  1. Op grasland
    • Rollen en slepen: opletten en er omheen werken/rijden
    • Emissiearme mestaanwending: afdekken met nestbeschermer (model Duitse helm)
    • Weiden: afhankelijk veedichtheid en type vee; nestbeschermer plaatsen of afrasteren met paal en schrikdraad (alleen bij melkvee dat aan schrikdraad is gewend, niet bij rantsoenbeweiding, stripgrazen en pure grazing); bij schapen met lammeren speciale nestbeschermers; geen nestbeschermers plaatsen bij paarden
    • Maaien: uitstellen van maaien of deel van het perceel niet maaien of eromheen maaien (en dan wel minimaal 50m2 laten staan)
    • Schudden, wiersen/rikken en ophalen van gemaaid gras: eromheen werken en zorgen dat er geen gras op de eieren komt te liggen.
  1. Op bouwland (vooral alle nesten in mandjes of op schotels plaatsen)
  • Bemesten: uitstellen van werkzaamheden of tijdelijk verleggen en terugzetten
  • Ploegen: uitstellen van werkzaamheden of tijdelijk verleggen en terugzetten
  • Eggen: uitstellen van werkzaamheden of tijdelijk verleggen en terugzetten
  • Inzaaien/poten: uitstellen van werkzaamheden of tijdelijk verleggen en terugzetten
  • Oogsten: (grauwe kiekendief vooraf uitrasteren en) omheen werken

 B: Kuikenbescherming

  • Kuikenbescherming vooral door realiseren van een veilig en insectenrijk opgroeibiotoop. Bij kievit, tureluur en scholekster kan dat bestaan uit lage, en soms ook deels structuurrijke vegetatie in combinatie met greppel plasdras, laat gemaaide, dan wel voorbeweide, dan wel extensief beweide vegetaties. Voor grutto en wulp bestaat dat vooral uit structuurrijk, kruidenrijk en insectenrijk niet gemaaid gras. Voor eendensoorten gaat het om de aanwezigheid van voldoende en voldoende brede sloten met een hoog slootpeil en rijke niet gemaaide oevervegetatie. Voor zangvogels gaat het om laat gemaaide kruidenrijke percelen met voldoende lange rustperiode tussen eerste en tweede keer maaien om een tweede broedsel mogelijk te maken of bouwlandpercelen met voldoende rust en insecten in het broedseizoen.
  • Indien er toch gemaaid gaat worden op percelen met kuikens kunnen er het beste er 24 uur van tevoren stokken met plastic zak worden geplaatst (circa 4 per ha). Daarmee worden de vogels zo verstoord dat ze hun kuikens naar een ander perceel leiden. Dan moet er wel ander niet gemaaid en voor kuikens geschikt perceel in de buurt aanwezig zijn. Bij het maaien kan het beste van binnen naar buiten worden gemaaid. Indien dat niet wenselijk of mogelijk is, kan het beste worden begonnen aan de kant zover mogelijk bij de kuikens vandaan. Goed blijven opletten tijdens het maaien is sowieso noodzakelijk. Gebruik van een akoestische wildredder is aanbevelenswaardig. Gebruik van een drone vlak voor het maaien kan een extra hulpmiddel zijn om te controleren of er nog vogels met nesten of kuikens of andere dieren aanwezig zijn op het perceel.

Dit antwoord kwam tot stand in samenwerking met LandschappenNL, het samenwerkingsverband van alle provinciale Landschappen en provinciale stichtingen Landschapsbeheer. LandschappenNL richt zich op het ondersteunen van alle vrijwilligersgroepen die zich met weidevogels bezig houden, binnen maar ook buiten weidevogelkerngebieden. Het gaat om immers om behoud van biodiversiteit in en betrokkenheid van burgers bij die biodiversiteit (en landschap) in zo breed mogelijke zin.

Verder lezen kan op de website van LandschappenNL, dossier boerenland- en weidevogels.


Waar vind ik meer informatie over de herkenning van de diverse weidevogels en hun eieren?

Dit antwoord kwam tot stand in samenwerking met LandschappenNL, het samenwerkingsverband van alle provinciale Landschappen en provinciale stichtingen Landschapsbeheer. LandschappenNL richt zich op het ondersteunen van alle vrijwilligersgroepen die zich met weidevogels bezig houden, binnen maar ook buiten weidevogelkerngebieden. Het gaat om immers om behoud van biodiversiteit zin en betrokkenheid van burgers bij die biodiversiteit (en landschap) in zo breed mogelijke zin.

Verder lezen kan op de website van LandschappenNL, dossier boerenland- en weidevogels.


Wat moet ik doen als ik een nest vind van een weidevogel?

– Laten liggen, zo nodig markeren (nodig indien terugvinden en/of beschermen gewenst is)
– Boer informeren over vondst en vragen naar geplande werkzaamheden
– Indien nodig direct bescherming uitvoeren
– Aansluiting zoeken bij een lokale weidevogelwerkgroep
– Nest registreren in database Boerenlandvogelmonitor van LandschappenNL (in Friesland: BFVW)
– Nest zo min mogelijk verstoren, maar wel uiteindelijk controleren voor uitkomstresultaat

Laten liggen, zo nodig markeren (nodig indien terugvinden en/of beschermen gewenst is)

LandschappenNL
Dit antwoord kwam tot stand in samenwerking met LandschappenNL, het samenwerkingsverband van alle provinciale Landschappen en provinciale stichtingen Landschapsbeheer. LandschappenNL richt zich op het ondersteunen van alle vrijwilligersgroepen die zich met weidevogels bezig houden, binnen maar ook buiten weidevogelkerngebieden. Het gaat om immers om behoud van biodiversiteit zin en betrokkenheid van burgers bij die biodiversiteit (en landschap) in zo breed mogelijke zin.

Verder lezen kan op de website van LandschappenNL, dossier boerenland- en weidevogels:

https://www.landschappen.nl/thema-dossier/natuur/dossiers/boerenlandvogels-weidevogels


Ik hoorde dat de populatie wilde eenden flink achteruit gaat. Waarom is de jacht op wilde eenden toch nog steeds toegestaan?

Het gaat niet goed of slecht met de wilde eend. Het is de meest algemene eendensoort in Nederland die overal voorkomt.

Die kwalificatie ‘het gaat slecht’ wordt bewust in het leven geroepen door mensen en organisaties die gebaat zijn bij dit type berichten. De aantallen wilde eenden zijn in Nederland op hetzelfde niveau als rond 1970. Daarna zijn ze gestegen en sinds twintig jaar weer gedaald. Zo gaat dat met vogelpopulaties.

In Europa zijn de aantallen nog steeds aan de stijgende hand en daarin wijkt Nederland wel af. Maar omdat wilde eenden in heel Europa met elkaar mengen heeft dat voor de populatie niet zoveel effect. In het najaar (jachtseizoen) komt een groot aantal eenden vanuit noordoost Europa naar Nederland.

Verder blijkt uit onderzoek dat jacht geen rol van betekenis speelt in de afname in de afgelopen 20 jaar. Dat lijkt raar, maar wat meer of minder volwassen eenden maakt niet zoveel uit, het gaat om de aanwas oftewel het nest- en broedsucces. De grote sterfte van wilde eenden vindt plaats onder de eieren en kuikens. Circa 90% hiervan gaat verloren. Predatie door vossen, kraaien, snoeken, ratten, reigers, ooievaars, bunzing en andere roofdieren speelt daarin de hoofdrol.

Als je het broedsucces van wilde eenden wilt vergroten dan is het plaatsen van eendenkorven, voorkomen dat nesten worden uitgemaaid en verlagen van de predatie het meest effectief. Iedereen kan daaraan bijdragen.


Vormt een spoorlijn een scheiding in het jachtveld?

Een spoorlijn (van welke omvang dan ook) vormt geen scheiding, maar mag, evenals een verharde weg, niet meegerekend worden bij de oppervlaktetelling.

Artikel 3.12 Besluit natuurbescherming


Wie is er verantwoordelijk voor landbouwschade?

In artikel 3.20 lid 3 van de Wet natuurbescherming staat het volgende: De jachthouder doet datgene wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van het in zijn jachtveld aanwezige wild te handhaven dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild te voorkomen.

Onder wild wordt hier verstaan, de 5 bejaagbare wildsoorten haas, konijn*, fazant, wilde eend en houtduif *. Voor de schade veroorzaakt door deze diersoorten is de jachthouder aansprakelijk.

Voor de schade veroorzaakt door alle andere diersoorten is niemand verantwoordelijk en aansprakelijk. Een jager moet daarom gezien worden als een “instrument” welke kan worden ingezet bij bestrijding van deze diersoorten om schade te voorkomen of te beperken.

* Naast het feit dat konijn en houtduif wild zijn, staan deze ook op de landelijke vrijstellingslijst hetgeen inhoudt dat deze dieren het hele jaar mogen worden gedood, indien er binnen het werkgebied van de WBE op tenminste één perceel schade is of dreigt in het huidige of het komende jaar aan landbouw en/of fauna. Artikel 3.15 Wet natuurbescherming. Door deze ruime mogelijkheid van bestrijden kan de jachthouder niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade veroorzaakt door houtduif en konijn.


Welke procedure dient er gevolgd te worden bij een aanrijding met een wild dier?

Op het moment dat iemand een dier aanrijdt, dient de politie te worden gebeld via het nummer 0900 8844 (algemeen politienummer). Ook als het dier niet blijft liggen. Dit betreft met name grofwild zoals reeën, herten en zwijnen. Geef aan de politie zo goed mogelijk door waar de aanrijding heeft plaatsgevonden en wacht de komst van de politie of de jager af.

Een jager komt meestal ter plaatse als er in de provincie een zogenaamde valwildregeling is. Hierbij zijn jagers aangewezen om deze dieren te mogen vervoeren en tevens gewonde dieren uit hun lijden te mogen verlossen. Is het gewonde dier gevlucht, dan zorgt de jager ervoor dat het gewonde dier wordt opgespoord. Dit wordt met een zweethond gedaan. Deze jagers mogen dit op aanwijzing van de politie overal doen en dus ook in het jachtveld van iemand anders. Een jachthouder die niet is aangewezen voor de valwildregeling mag dit in zijn eigen veld dus niet doen.

Het meenemen van aangereden dieren is onder voorwaarden mogelijk. In artikel 3.22 van de Regeling natuurbescherming staat dat aan iedereen vrijstelling wordt verleend voor het onder zich hebben van dieren*, maar uitsluitend als het betreffende dier kennelijk in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend. Dus als u een doodgereden ree langs de openbare weg vindt, mag u dat op grond van deze bepaling meenemen. Mag dat ook als u zelf het ree heeft doodgereden? Uit de toelichting bij de Regeling volgt dat dit is toegestaan zolang u het dier niet opzettelijk heeft gedood. Als u zich aan de geldende snelheidsbepaling op een bepaalde weg houdt en er steekt onverhoopt een ree over, dan kan u niet verweten worden dat u dat ree opzettelijk heeft aangereden. In dat geval is de vrijstelling voor u toepasbaar en mag u het dode dier meenemen. In het kader van een adequate valwildregistratie is het vanzelfsprekend wenselijk dat u bij de politie melding maakt van het valwild.

Let op als het een aanrijding betreft met een ree, edelhert, damhert of wild zwijn en het dier is niet dood. Een gewond of ziek dier mag men uitsluitend onder zich hebben als voor vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie en voor zover dat vervoer gebeurt door een door de politie aangewezen vervoerder. Verder geldt deze vrijstelling niet voor dode vogels. In de wet Natuurbescherming staat dat het verboden is om een vogel onder zich te hebben dat wordt genoemd onder de Vogelrichtlijn. Hierop bestaan twee uitzonderingen. Men mag de dode vogel in zijn bezit hebben als deze legaal verkregen is (via jacht, beheer of schadebestrijding) of als men de dood gevonden vogel – zolang men geen verwijtbare schuld heeft aan de dood van het dier – binnen drie dagen aflevert bij een preparateur.

* genoemd in bijlage 1, behorende bij artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming: boommarter, bunzing, damhert, edelhert, haas, hermelijn, konijn, ree, steenmarter, vos, wezel en wild zwijn.

 


Mogen jachtaktehouders ook kleiduiven schieten?

De wet staat jagers toe om te oefenen. Op de jachtakte is vermeld dat het vervoer van op deze jachtakte vermelde vuurwapens is beperkt tot het vervoeren tussen woning en plaatsen waar de houder van deze jachtakte bevoegd is tot jagen, of plaatsen waar hij uit anderen hoofde bevoegd is de vuurwapens te gebruiken. Onder deze plaatsen valt ook de schietbaan.

Noch de wet noch de jachtakte schrijven voor welke vorm deze oefening kan of moet hebben, dat kan dus variëren van een individueel rondje kleiduiven schieten, of het inschieten van de buks, tot het samen met de combinatie oefenen, of het deelnemen aan wedstrijden. Dat daarbij een competitie element meespeelt is niet van belang. Voor de jager gaat het om de oefening en hij dient daarvoor elke gelegenheid aan te kunnen grijpen.


Mag een jager het geweer van een andere jager gebruiken?

Het is in Nederland in principe niet toegestaan om een wapen te hanteren (vast te houden) dat niet op de eigen jachtakte staat. Er zijn echter situaties waarin het wenselijk is dat gebruik wordt gemaakt van wapens die op de naam van iemand anders zijn geregistreerd. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer zoon of dochter gaat studeren en in een studentenhuis gaat wonen. Het verdiend dan vaak de voorkeur om het wapen veilig bij de jagende ouders thuis op te slaan. Wanneer er voldoende wordt geoefend, door beide gebruikers kan het ook een oplossing zijn om bijvoorbeeld samen te doen met één kogelbuks voor het afschot van grofwild.

De overheid staat het medegebruik van wapens toe, mits aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan. De Circulaire Wapens en Munitie vermeld daarover het volgende:

8.4. Gemeenschappelijk gebruik van wapens

Het is niet ongebruikelijk dat verlof- of jachtaktehouders gemeenschappelijk gebruik willen maken van één of meerdere vuurwapen(s). Tegen het gemeenschappelijk gebruik van vuurwapens is geen bezwaar wanneer dit het toezicht en de controle op de naleving van wapenwettelijke voorschriften niet in gevaar brengt.

Daarom moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. Slechts één verlof- c.q. jachtaktehouder (A) is bevoegd het wapen thuis te bewaren (voorhanden te hebben). Dit houdt in dat de andere verlof- c.q. jachtaktehouder (B) die het wapen op zijn verlof respectievelijk jachtakte vermeld heeft staan, het wapen – alvorens hij dit gaat gebruiken voor het doel waarvoor hem een verlof respectievelijk een jachtakte is verleend – eerst bij A moet ophalen om het na gebruik terstond weer bij A terug te brengen;
  2. De verschillende verloven c.q. jachtakten moeten ten aanzien van het gemeenschappelijk wapen onderling naar elkaar verwijzen en moeten aangeven wie van de verlof- c.q. jachtaktehouders bevoegd is het wapen thuis te bewaren;

Een wapen dat vermeld staat op twee verloven of jachtakten telt bij de A-houder (dit is dus degene die het wapen voorhanden heeft op het moment dat het wapen niet gebruikt wordt voor de beoefening van de schietsport of de uitoefening van de jacht door de B-houder) mee voor het maximum aantal wapens dat hij of zij (op grond van artikel 43 van de RWM) voorhanden mag hebben. Bij de B-houder (dit is dus degene die het wapen leent van de A-houder en na gebruik terstond weer bij A terug brengt) telt het wapen niet mee voor de bepaling van het maximum aantal wapens dat hij of zij voorhanden mag hebben. Het aantal wapens dat met gebruikmaking van deze constructie op een verlof c.q. jachtakte mag worden vermeld bedraagt maximaal 10 voor een verlof en maximaal 12 vuurwapens voor een jachtakte.

In het kort betekent dit dat een wapen door een ander gebruikt mag worden, mits dat op de akte is vermeld. Het wapen mag echter alleen opgeslagen worden bij de A-houder. De medegebruiker (B) mag het wapen voor de jacht bij de A-houder ophalen en moet het terstond na de jacht weer bij de A-houder terugbrengen. De B-houder mag het wapen dus nooit in huis bewaren (ook niet in de kluis!)!!!

Bron: 101 vragen over jagen, vraag 4.02 Medegebruik wapen (uitgave Jagersvereniging en ministerie van LNV, 2007)


Is uw vraag voldoende beantwoord? U kunt het bureau van de Jagersvereniging altijd bellen of mailen voor meer informatie.

De Jagersvereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade van welke aard dan ook, ontstaan door het gebruik van de gepresenteerde informatie.