temp.
Zon op
08:46
Zon onder
16:21
Nachtmodus
Foto: Boudewijn Olthof

Verbod lokmiddelen: antwoord op enkele veelgestelde vragen – Update 23/08

Het totaalverbod op lokmiddelen bij de uitvoering van de landelijke vrijstelling van 17 augustus jongstleden viel veel jagers rauw op het dak. Het leverde ook bij onze leden vragen op. Waar wringt nu precies de schoen? Hoe kon dit gebeuren, acht maanden nadat de wet Natuurbescherming is ingevoerd? Welk risico hebben jagers in de tussentijd gelopen? En had de Jagersvereniging dit kunnen voorzien?

 1. Wat klopt er nu precies niet? 

Naast de eigenlijke Wet heb je ook het Besluit en de Regeling. Iedere Wet in Nederland heeft dat. Het Besluit is de uitwerking van de Wet en de Regeling moet je zien als een soort praktische uitleg over hoe je om moet gaan met de inhoud van de Wet en het Besluit.

Wat betreft deze discussie gaat het in het Besluit mis. Daar worden namelijk “lokvogels” en “lokgeluiden” genoemd als “methoden om dieren te vangen en te doden”. In de Regeling wordt voor bejaging onder het landelijke vrijstellingsregime een beperkte lijst met middelen en methoden om te vangen en te doden opgesomd, waar lokvogels, lokfluiten en lokvoer niet bij staan.

De Jagersvereniging is altijd van mening geweest dat lokkers, lokfluiten en lokvoer geen “middelen of methoden om te vangen en te doden” zijn. Het zijn hulpmiddelen, die niet gereguleerd behoeven te worden. Staatssecretaris Van Dam heeft dat ook herhaaldelijk aangegeven.

We hebben vanaf het allereerste begin bij de totstandkoming van deze nieuwe Wet, Besluit en Regeling ieder inspraakmoment aangegrepen om te pleiten voor duidelijke en aansluitende regelgeving op dit punt.

2. Wat is er precies gebeurd in de periode tussen 1 januari en 16 augustus?

Op woensdag 16 augustus werd duidelijk dat het gebruik van lokmiddelen niet (meer) is toegestaan bij de uitvoering van de landelijke vrijstellingsregeling. Zodra we die mededeling van het ministerie van Economische Zaken kregen, startten wij met het informeren van onze leden.

In de periode van 1 januari 2017 (toen de Wet Natuurbescherming in werking trad) tot woensdag 16 augustus, konden de lokmiddelen volgens breed gedeelde interpretatie van het Besluit en de Regeling Natuurbescherming (de twee onderdelen die extra toelichting geven op de Wet) gebruikt worden bij de landelijke vrijstellingsregeling. Jagers konden dus in deze periode zonder problemen gebruik maken van lokvoer, lokfluiten en lokvogels.

De Jagersvereniging constateerde op 1 januari al wel dat de Wet, het bijbehorende Besluit, de daarbij horende Regeling en de uitspraken van de Staatssecretaris niet goed op elkaar aansloten en dat dit in de toekomst mogelijk tot discussie zou kunnen leiden. We hadden in deze periode echter voldoende stevige onderbouwing voor het mogen gebruiken van lokvoer, lokfluiten en kunstlokkers. Omdat wij toekomstige problemen voor onze leden wilden voorkomen, hebben we in de afgelopen acht maanden herhaaldelijk bij het ministerie er op aangedrongen de tekst van het Besluit te repareren.

Op vrijdag 11 augustus jongstleden bereikte ons voor het eerst het bericht dat provinciale ambtenaren van mening waren dat lokmiddelen níet gebruikt zouden mogen bij de landelijke vrijstelling. Daar voegden ze aan toe dat ze hierop wilden gaan handhaven. We hebben vervolgens op woensdag 16 augustus nogmaals duidelijkheid gevraagd aan het ministerie van Economische Zaken. Die duidelijkheid hebben zij uiteindelijk gegeven: lokmiddelen zijn verboden bij bejaging onder het landelijke vrijstellingsregime.

3. Wat heeft de staatssecretaris gezegd over de lokmiddelen?

Staatssecretaris Van Dam heeft herhaaldelijk aangegeven dat hulpmiddelen die niet in de Vogelrichtlijn zijn genoemd, zoals lokvoer, lokkers en lokfluiten, niet gereguleerd hoeven te worden. Dat zou betekenen dat die hulpmiddelen zonder specifieke ontheffing of vrijstelling mogen worden gebruikt.

Van Dam: ‘In de motie op stuk nr. 183 van de heren Dijkgraaf en Geurts wordt de regering verzocht om het gebruik van hulpmiddelen te reguleren via het derde lid van het Besluit en niet via het tweede lid. Die motie ontraad ik, omdat dat niet nodig is: hulpmiddelen hoeven niet te worden gereguleerd. Alleen middelen die in de richtlijnen worden genoemd, moeten worden gereguleerd. Dat gebeurt in het eerste of tweede lid, ook als het hulpmiddelen zijn. Het is niet nodig om verder te gaan. Daarom ontraad ik die motie.’

De Europese (Vogel)richtlijn verbiedt het gebruik van “verminkte, levende lokvogels” en “bandopname-apparatuur”. Die zouden dus in het Besluit gereguleerd moeten worden. In tegenstelling tot de uitspraken van Van Dam zijn in het Besluit echter “lokvogels”, “lokgeluiden” en “lokvoer” opgeschreven als “methoden om te vangen en te doden”. Dat gaat veel verder dan de richtlijn en bovendien zijn het geen “middelen of methoden om te vangen of te doden”, maar hulpmiddelen.

4. Hoe kan het dat een FBE als Zuid-Holland toch een bericht uitdoet dat lokmiddelen toegestaan zijn en dat jagers op pad kunnen?

Ongeveer de helft van de provincies, waaronder Zuid-Holland, heeft in lijn met de uitspraken van Van Dam het gebruik van lokkers, lokvoer en lokfluiten specifiek opgenomen in het faunabeheerplan over de landelijke vrijstelling. De uitspraak van het ministerie van 16 augustus jl. geeft echter aan dat dit niet kan. Vanwege deze tegengestelde signalen raden we onze leden nu af lokmiddelen te gebruiken bij de uitvoering van de landelijke vrijstelling, omdat we niet willen dat ze het risico lopen geverbaliseerd te worden.

Overigens is in Zuid-Holland voor bepaalde soorten ook een ‘zomerontheffing’ ingesteld. De soorten in die ontheffing (zoals de Canadese gans) mogen wel met lokmiddelen bejaagd worden, omdat dit niet onder de landelijke vrijstellingsregeling valt.

5. Maar liepen jagers in de eerste acht maanden van dit jaar dan niet het risico om hun jachtakte kwijt te raken?

Nee, omdat staatssecretaris Van Dam aangegeven had dat hulpmiddelen die niet in de richtlijnen genoemd waren niet gereguleerd hoefden te worden en gebruikt konden worden. Wet, Besluit en Regeling sloten weliswaar niet lekker op elkaar aan, maar gaven volgens breed gedeelde interpretatie voldoende zekerheid over het mogen gebruiken van lokmiddelen bij de landelijke vrijstelling.

6. Wat gaat er nu gebeuren?

Wij gaan alles op alles zetten om de teksten te laten repareren. Het gaat hier over de LANDELIJKE vrijstellingslijst en dus moet de reparatie ook op LANDELIJK niveau gebeuren. Dat kan alleen als de teksten in Wet, Regeling en Besluit naadloos op elkaar aansluiten. En die reparatie moet door het ministerie van Economische Zaken worden gemaakt.

Deze reparatie kunnen wij niet alleen bewerkstelligen. Het probleem is op dit moment voor de boeren het grootst. Mais en fruit rijpt af en jagers kunnen niet op een efficiënte en weidelijke manier de soorten van de landelijke vrijstellingslijst bejagen.

Ook de boerenorganisaties zullen dit probleem dus aan moeten kaarten. Schade wordt immers niet vergoed omdat de soort – theoretisch gezien – ‘gewoon’ geschoten mag worden.

Kamervragen
Op dinsdag 22 augustus stelde Helma Lodders (VVD) Kamervragen aan staatssecretaris Van Dam over dit onderwerp: Kamerstuk 2017Z10968

  • Delen:


Gerelateerd nieuws