Zon op
05:28
Zon onder
21:57
Nachtmodus
Foto: iStockphoto

Reactie Jagersvereniging op Kamerbrief minister Grapperhaus, 14 februari 2020 inzake e-screener

Datum: 17 februari 2020
Onderwerp: uw Kamerbrief van 14 februari 2020 inzake de e-screener

Excellentie,

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging heeft kennisgenomen van uw brief aan de Tweede Kamer d.d. 14 februari 2020 inzake de e-screener (uw kenmerk 2822515). De volharding waarmee u inzet op verzwaring van het toezicht op de legale wapenbezitters en de prominente rol die u daarin de e-screener toebedeelt baren ons zorgen. Kennelijk zijn wij er niet voldoende in geslaagd in het persoonlijk gesprek u van onze zorgen te doordringen. Vandaar dat wij ze nu op schrift zetten. Omdat we weten dat u op 20 februari met de Tweede Kamer over de e-screener spreekt ontvangen de leden van de Vaste Kamercommissie voor Justitie & Veiligheid een afschrift van deze brief.

Vooropgesteld dat elk vuurwapenincident ook volgens ons er een teveel is, lijkt het voorgenomen beleid inzake het toezicht op de legale wapenbezitter ten onrechte bepaald te worden door één schietincident: Alphen aan den Rijn (2011). Dit leidt helaas tot verkeerde keuzes die onschuldige en welwillende burgers onterecht benadelen. In 2011 ging de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) er nog van uit dat de schutter van Alphen onterecht een wapenverlof had gekregen omdat de politie over onvoldoende informatiebronnen beschikte. De OVV concludeerde dat de informatiepositie van de politie verbeterd zou moeten worden en dat het vanwege Alphen gerechtvaardigd zou zijn om de bewijslast om te keren. Die conclusie en aanbeveling waren onjuist, zo is inmiddels gebleken.

In 2016 en 2017 nam de Tweede Kamer op voorspraak van uw ambtsvoorganger de herziene Wet wapens en munitie aan. Alle betrokkenen waren daarbij nog steeds in de veronderstelling dat – vanwege Alphen – de informatiepositie van de politie verbeterd zou moeten worden. Daartoe werd mogelijk gemaakt dat er een escreener als hulpmiddel aan het instrumentarium toegevoegd zou worden.

Nadrukkelijk werd bediscussieerd en besloten dat zo’n e-screener uitsluitend een hulpmiddel mag zijn, en dat de politie altijd zelf een breed afgewogen oordeel zou maken bij het al dan niet toekennen van een wapenverlof. Uw vigerende en voorgenomen beleid blijkt anders te zijn dan aan de Kamer toegezegd. Bovendien berust het op misvattingen. In 2019 wierp het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad namelijk een heel ander licht op de oorzaken van het schietincident in Alphen aan den Rijn: in tegenstelling tot de OVV concludeerde de Hoge Raad dat de politie in 2011 wél over álle toereikende informatie beschikte om tot een afgewogen oordeel inzake het wapenverlof van de schutter van Alphen te komen. De politie verzuimde echter om de haar ter beschikking staande informatie te raadplegen, waardoor zij over het hoofd zag dat de schutter een psychiatrisch patiënt was die bovendien eerder betrokken bleek te zijn geweest bij schietincidenten met luchtdrukwapens. Omdat de politie deze informatie in haar systemen over het hoofd zag, heeft ze de schutter ten onrechte een wapenverlof verstrekt. De Hoge Raad oordeelde dat de politie daardoor verantwoordelijk en aansprakelijk was.

Het vonnis van de Hoge Raad haalt de conclusie van de OVV in 2011 over de ontoereikende informatiepositie van de politie onderuit. De op die conclusie gebaseerde aanbevelingen van de OVV over uitbreiding van het informatieinstrumentarium en de omkering van de bewijslast zijn dientengevolge ongegrond. Toch borduurt u nu voort in de lijn van deze – ongegronde – aanbevelingen van de OVV. U blijft volharden in uw wens om de e-screener in te voeren met de motivatie dat de screening van wapenverlofhouders aangescherpt moet worden. Het geringe aantal incidenten met deze categorie burgers in de afgelopen 30 jaar en het oordeel van de Hoge Raad over het incident in Alphen geven echter geen enkele grondslag voor deze verzwaring.

Uit uw Kamerbrief blijkt bovendien dat u de e-screener een zwaardere rol toekent dan door uw ambtsvoorganger nadrukkelijk aan de Kamer is toegezegd: u stelt dat elke stap in het beoordelingsproces op zichzelf een grondslag voor weigering van een wapenverlof kan zijn. Dit betekent dat ook op basis van alleen een afwijkende score op de e-screener geweigerd kan worden. Dit is in strijd met de toezeggingen aan de Kamer, met de Wet wapens en munitie, en met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Die laatste beschermt mensen nadrukkelijk tegen
geautomatiseerde besluitvorming. 

Uit uw Kamerbrief blijkt tevens dat u de e-screener gebruikt om de bewijslast om te keren: ook wanneer een aanvrager alleen een afwijkende score op de e-screener heeft die niet bevestigd wordt door andere informatiebronnen (waaronder een gesprek met de aanvrager en met zijn referenten), wordt de bewijslast bij de aanvrager neergelegd. Mensen moeten dan door een psycholoog een gezondheidsverklaring laten opstellen, waarin de psycholoog verklaart dat er geen bezwaar is tegen het verstrekken van een wapenverlof. Op basis van een geautomatiseerde sleepnet-achtige procedure legt u hiermee – ten onrechte – de bewijslast bij de aanvrager.

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging is niet principieel tegen veranderingen in de procedures voor het aanvragen en verlengen van wapenverloven. Nederland borgt haar legale wapenbezit aanzienlijk strenger dan de meeste andere Europese landen en dat beleid is aantoonbaar effectief, maar we zien wel verschillende mogelijkheden voor verbeterslagen op het gebied van kostenefficiëntie, terugdringen van onnodige administratieve lasten en het verminderen van de werkdruk bij de politie. Verzwaring van de screening en omkering van de bewijslast zijn volgens ons echter niet aan de orde en wij weten ons daarin gesteund door het vonnis van de Hoge Raad. Wij verzoek u uw beleid op deze punten bij te stellen. We hopen de recent opgestarte constructieve dialoog hierover met u en uw mensen voort te kunnen zetten. Daarbij hopen en verwachten we dat u tegemoet kunt komen aan de in deze brief omschreven zorgen.

Met vriendelijke groet,
namens het landelijk bestuur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging,

Drs. L. (Laurens) Hoedemaker, directeur

  • Delen:


Gerelateerd nieuws