Zon op
05:29
Zon onder
21:56
Nachtmodus
Foto: (c) Marte Visser

Principieel tegen, praktisch vóór – Column Jort Kelder, Buit 1 2018

De geur van een vers gebraden, gevulde eend. De textuur van hazenvlees, gans en fazant. En de triomfantelijke uitroep – ‘Ik heb er één!’ – nadat je kaken knarsend tot stilstand waren gekomen als zich weer een hagelkorrel tegen je glazuur had aangediend. De competitie met m’n broers beperkte zich niet tot de cijfers op school en de punten op het sportveld; ook het aantal kogeltjes op je bord telde mee in de broederstrijd. Vlees eten is voor mij prettig dampende nostalgie. Niet die dode beesten van de poelier, maar wel de zelf geslachte trofeeën die mijn oudste broer meenam als hij weer eens met de jagers was meegeweest.

Inmiddels weiger ik al bijna dertig jaar vlees te verslinden, steun de helden van Varkens in Nood en het Beloofde Varkensland en voel sympathie voor de Dierenpartij. Geen gebruikelijke opinie in kringen van jagers, die dierenrechtenactivisten toch vooral associëren met verwende stadsmensen of humorloze macrobioten. De voorwaarde die de redactie van dit blad aan mij stelt verbaast dan ook niet: ‘Als je principieel tegen de jacht bent, wordt het natuurlijk problematisch…’.

Over de jacht denk ik hetzelfde als over het koningshuis. Principieel tegen, praktisch vóór. Sommige tradities moet je niet vernielen, als de beoefenaren – of het nu gekroonde hoofden of bewapende kakkers zijn – zich maar een beetje gedragen. Hoe paradoxaal ook, een soeverein dient zijn volk, een jager de natuur. Dat de barbaarse vossen- of hertenjacht is ingeruild voor de slipjacht lijkt mij even terecht als onvermijdelijk. Of smaakt de rijk gevulde dis na zo’n kleurig uitgedoste shooting party ineens minder, als de prooi nu eens niet na een uitputtende drijfjacht is verscheurd door de meute?

U zult mij soft vinden, maar het lijkt mij een beschavingsideaal als wij mensen trachten iets minder te doden. Zeker als bloeddorst niet langer nodig is voor ons eigen naakte bestaan.

Dus wat te denken van het zo listig gemunte begrip ‘plezierjacht’? In mijn dagen bij Quote was ik daar geheel voor. Even plat als plezant, zo’n wit drijvend strijkijzer vol goed gevormd zeebanket. En na zes tv-seizoenen ‘Hoe heurt het eigenlijk?’ ben ik nog steeds voor ‘plezierjacht’, zij het dat de associatie nu meer gemaakt wordt met oude families, roestige Landrovers, kwispelende labradors en types die weigeren ‘eet smakelijk’ te zeggen als de gastvrouw haar vork beroert. Ik werd vegetariër omdat de bio-industrie mij tegenstond. De grootschaligheid, de dieronvriendelijkheid, de ziekte uitbraken; zo’n vervreemdende bedrijfstak steun ik niet met aankoop van hun kiloknallers.

Maar als meneer de boer of mevrouw de barones met een dubbelloops het veld intrekt om een maal voor zijn getrouwen bij elkaar te schieten – u doet maar. En als ’t echt niet anders kan, eet ik nog mee ook. Zoals die keer dat Leïla gravin de Marchant et D’Ansembourg mij en mijn camerateam na een geduchte draaidag op een dampende duif trakteerde. Met goed gecamoufleerde tegenzin werkte ik het beest weg en bedankte vrindelijk voor het maal. Waarna de gastvrouw tevreden een tweede duif op mijn bord deponeerde: ‘Omdat u er zo van houdt, meneer Kelder.’

Jort Kelder

Eenmalig columnist Buit
  • Delen:


Gerelateerd nieuws