Zon op
06:34
Zon onder
20:41
Nachtmodus

Onderzoeksproject ‘Succesvolle kruidenrijke akkerranden’ – Gratis artikel uit De Jager – september 2018 #9

Wim Knol: ‘Een rijk jachtveld, daar doe je het voor’

Wat is het effect van bloemrijke akkerranden op de biodiversiteit? Hoe bereik je dat zoveel mogelijk soorten profiteren van deze akkerranden? En wat kunnen jagers, boeren en agrarische natuurverenigingen leren van de opgedane kennis? Vragen die centraal staan in het eerste praktijkgerichte onderzoek dat Fonds De Eik financieel ondersteunt.

Stichting de Eik heeft tot dusverre fondsen geworven voor onderzoek door promovendi aan de bijzondere leerstoel Faunabeheer aan Wageningen Universiteit. En met succes: het leverde baanbrekende onderzoeken op naar onder meer eenden, ganzen, wilde zwijnen en ecoducten. Fundamentele kennis die echter niet in de praktijk toepasbaar is. Stichting de Eik heet nu Fonds de Eik en is ondergebracht bij SBNL Natuurfonds. De Eik richt zich nu op praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek van het faunabeheer. De Jagersvereniging draagt daarvoor onderzoeksprojecten aan. Wim Knol, ecoloog van de Jagersvereniging, geeft een toelichting.

Tekst loopt door onder de foto. 

Waarom is er na het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek door promovendi nu gekozen voor een andere benadering?

Wim Knol: ‘In dat type onderzoek bleek de stap naar de beheerpraktijk toch wel te groot. Goed dat we weten waarom de brandgans nu broedvogel is in Nederland, maar dat helpt niet bij het beheer van de ganzen. Fonds de Eik gaat zich richten op actuele beheervraagstukken. Over beheer van de fauna maar ook over geschikte omstandigheden voor de fauna. Het is belangrijk dat dit een wetenschappelijke basis heeft. Daar hoort ook kennis uit de praktijk en experimenten bij.’

Fonds De Eik heeft aan de Jagersvereniging gevraagd om met ideeën te komen. Welke ideeën voor onderzoeken heeft dat opgeleverd?

‘Onder andere actuele beheerkwesties als gevolg van toenemende populaties. Denk bijvoorbeeld aan de zwijnenexplosie in Noord-Brabant en Limburg. Hier kun je niet zomaar de opgedane ervaringen met het zwijnenbeheer op de Veluwe één op één toepassen in de nulstandgebieden. De oprukkende zwijnen in de nulstandgebieden vragen om een andersoortig beheer dat ook effectief moet zijn. Voor de ganzen geldt ook iets dergelijks. Ganzen komen op andere nieuwe plekken voor en ook het gedrag wordt soms minder voorspelbaar. Hoe speel je daarop in?’

Ook de effecten van wilddichtheden zijn een thema, begreep ik.

‘Ja, denk bijvoorbeeld aan aanrijdingen met wild. Wat is de relatie tussen dichtheid en aanrijdingen met reewild. Maar ook: wat is de relatie tussen de dichtheden van grofwildpopulaties en biodiversiteit? We beginnen nu pas te ontdekken dat dit niet altijd positief is maar dat er een kritische balans is.’

Tekst loopt door onder de foto. 

Richten de onderzoeksprojecten zich alleen op successoorten?

‘Nee, het wordt ook steeds belangrijker om meer te weten over de biotoop van wild. Aan de ene kant zie je door de intensivering van de landbouw dat soorten van het boerenland veranderen: ganzen nemen toe, terwijl veel kleinwildsoorten afnemen. Dat roept de vraag op wat je voor hazen, fazanten of patrijzen in het landelijk gebied kunt doen. Boeren gaan de komende jaren steeds meer op zoek naar aanpassing in de bedrijfsvoering. Levert kringlooplandbouw ook wat op voor het wild?  Er zijn natuurlijk al heel veel verschillende vormen van biotoopbeheer. Eén die momenteel erg veel wordt toegepast, bijvoorbeeld door jagers en agrarische natuurverenigingen, is de aanleg van kruidenrijke akkerranden. Dat klinkt heel simpel: naast een mais- of bietenperceel houd je een paar meter vrij en zaait daar kruidenrijke mengsels in. Maar in de praktijk leiden die kruidenrijke akkerranden vaak tot een teleurstelling.’

Hoe komt dat?

‘Het vraagt niet alleen kennis, vaardigheid en de keuze van het juiste mengsel. Het gaat er ook om dat de akkerranden voor de biodiversiteit een grote rol spelen. Hoe bereik je dat? Een metertje zonnebloemen naast de mais lukt altijd wel, maar voor patrijzen levert dat niets op. Hoe zorg je ervoor dat niet alleen het wild maar ook insecten en bijvoorbeeld akkervogels profiteren van de akkerranden? Hoe doe je dat en met welke mengsels? Fonds de Eik heeft besloten dit onderzoeksproject te ondersteunen, omdat jagers, boeren en agrarische natuurverenigingen behoefte hebben aan meer kennis over het inzaaien van kruidenrijke akkerranden. Daarnaast is een bloeiende akkerrand ook nog eens een visitekaartje van het landelijk gebied.’

Tekst loopt door onder de foto. 

    

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

‘Om de wetenschappelijke kant goed te borgen is samenwerking gezocht met de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Henk Siepel en zijn studenten onderzoeken eerst wat er in Europa en Nederland al bekend is over akkerranden en zorgen voor de bewaking van het wetenschappelijk gehalte van het onderzoek. Aan de andere kant moeten er in de praktijk allerlei reproduceerbare proeven worden uitgevoerd: onder verschillende omstandigheden wordt gekeken naar wat wel en niet goed werkt. Niet alleen door experimenten maar ook door benutting van bestaande kennis. Maar ook of en hoe akkerranden passen in de bedrijfsvoering van een grondgebruiker. Voor dit onderzoek wordt nog een goede partij gezocht.’

Wat is de duur van dit project?

‘Het wordt een meerjarig project in het kader van “lerend beheren”. Drie lijnen komen hierin samen. Allereerst het benutten van bestaande wetenschappelijke kennis. Ten tweede het in kaart brengen van de projecten die jagers en boeren al zijn gestart en hoe we van de opgedane ervaringen kunnen leren. Daarvoor hebben we ook ‘Biotoopprojecten op de kaart’ in het leven geroepen. En ten derde het experiment dat we zelf uitvoeren, waarbij we akkerranden inzaaien onder verschillende condities. Tussentijdse resultaten komen beschikbaar voor mensen uit de praktijk. In totaal zal het project zo’n twee jaar duren.’

Probeer je niet het wiel opnieuw uit te vinden, er zijn toch al de nodige onderzoeken op dit gebied verricht, bijvoorbeeld in Engeland door de Game Conservancy?

‘Ons onderzoek voegt wel degelijk iets toe, omdat we in Nederland met een heel andere situatie te maken hebben. Anders dan in veel andere Europese landen hebben we te maken met een heel intensief grondgebruik, zwaar bemeste gronden en kapitaalintensieve gewassen. Iedere vierkante meter is in gebruik. Dat betekent dat de hoeveelheid ruimte die in ons land voor akkerrandenbeheer beschikbaar is vele malen kleiner is dan in de meeste landen. Ook is vaak sprake van andere grondsoorten. Kortom, ik denk dat dit onderzoek echt maatwerk gaat opleveren voor de Nederlandse situatie.’

Tekst loopt door onder de foto. 

Waarom zouden jagers hun portemonnee moeten trekken voor dit onderzoeksproject?

‘Jagers zijn verantwoordelijk voor een redelijke wildstand binnen hun jachtveld, maar die verantwoordelijkheid daargelaten: wat is er nu mooier dan te jagen in een veld waar heel veel variatie is? Het gevoel dat je in een rijk veld rondloopt met uiteenlopende wildsoorten heeft zoveel meerwaarde dat je daar graag een bijdrage aan zou willen leveren.’

Zeker als die ertoe bijdraagt dat de patrijs weer een alledaagse akkervogel wordt.

‘Daar zijn inderdaad goede voorbeelden van. Denk aan de patrijzenprojecten in de Achterhoek, waar het aantal patrijzen fors is gestegen, dankzij de samenwerking tussen jagers, boeren en vogelaars die zich inzetten voor de aanleg van akkerranden. Dit laat zien dat biotoopverbetering geen bodemloze put is, maar een investering in een rijk jachtveld. Daar doen we het voor.’

 

  • Delen:


Gerelateerd nieuws