Zon op
06:18
Zon onder
21:09
Nachtmodus

Wat kunnen voorjagers leren van: Kees Tinga, hoofdinstructeur geleidehonden KNGF

In deze driedelige serie gaan we op zoek naar praktische tips voor voorjagers. Wat kunnen we leren van instructeurs in andere disciplines van de ‘hondensport’? In de eerste aflevering Kees Tinga, werkzaam voor KNGF Geleidehonden.

Kees Tinga (1958) trad in 1988 in dienst bij het KNGF als geleidehondeninstructeur. Inmiddels is hij bij de in Amstelveen gevestigde organisatie opgeklommen tot hoofdinstructeur. Sinds 2007 accrediteert hij voor de International Guide Dog Federation over de hele wereld blindengeleidehondenscholen. In zijn vrije tijd traint hij jachthonden. Ook is hij als keurmeester betrokken bij jachthondenproeven. De ideale persoon dus om te vragen welke tips hij, op basis van zijn jarenlange expertise in het trainen van werkende honden, heeft voor voorjagers.

Als jochie ging je al mee drijven, hoorde ik.
‘Vorig jaar kreeg ik een gouden speld, omdat ik al veertig jaar lid ben van de Jagersvereniging. Ik ging vaak mee met een buurman, die jaagde in de Wieringermeer. Later ging ik drijve in de Noordoostpolder. Op mijn 22ste heb ik mijn
jachtdiploma gehaald. Sindsdien jaag ik, en daar hoort een hond bij.’

Vergelijk de training van jachthonden van toen eens met nu.
‘Het is allemaal sterk geprofessionaliseerd. Het niveau van de training ligt veel hoger. In het verleden hing de jachthond er in zekere zin maar een beetje bij. Waar ik al jaren voor pleit, is dat mensen – en dat geldt in feite voor elke hondenbezitter – goed bij zichzelf te rade gaan waarvoor ze hun hond willen gebruiken, alvorens een pup aan te schaffen. Op een van de jachtcursussen zei een docent tegen mij: “Je moet altijd kijken waar de hond oorspronkelijk voor gefokt is”. Waar hij gekscherend aan toevoegde: “En uit welk land hij komt”. Maar die woorden snijden wel hout. Zelf heb ik “werkcockers”. Die komen uit werklijnen. Leuke, sociale honden. Maar je moet ze niet achter de kachel laten liggen, want dan raakt zowel je hond als jijzelf gefrustreerd.’

Het KNGF kiest overwegend voor Labrador en Golden Retrievers. Wat maakt deze apporterende rassen bij uitstek geschikt voor de jacht en voor het geleiden van blinden?
‘Hun sociale karakter. Sociaal naar soortgenoten en sociaal naar mensen. Plus de samenwerking met de baas. Daarmee bedoel ik: deels luisteren naar de baas en deels eigen initiatief tonen. Bij het KNGF kiezen we, vanwege temperament en neusgebruik, niet voor honden uit zuivere werklijnen. Vanuit het oogpunt van de hond is geleidewerk wat “saaier”, zou je kunnen zeggen, en bij temperamentvolle honden loop je dan de kans dat zij zich gaan vervelen.’

  • Delen:


Gerelateerd nieuws