Zon op
05:42
Zon onder
21:47
Nachtmodus
Foto: Eline de Jong

‘De jager die niet jagen wil’ – Reactie Jagersvereniging op uitzending Brandpunt

Amersfoort – Halverwege vorige week werd de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging door Brandpunt benaderd over de uitzending van dinsdagavond 2 mei 2017: ‘De Jager die niet jagen wil’. De Jagersvereniging heeft de uitzending vooraf niet gezien, maar ontving een schriftelijke samenvatting met vragen. Daarin zag zij dat neveneffecten van het niet-beheren van een diersoort worden benoemd, die niet alleen gelden voor edelherten op de Veluwe maar ook voor het beleid van andere wilde dieren. Naar aanleiding van de vragen die de redactie stelde, heeft de Jagersvereniging dan ook haar landelijke standpunten op het gebied van het beheer van wilde dieren verwoord en vrijdag jl. naar Brandpunt gestuurd.

Onze volledige reactie vindt u hieronder.

Over de situatie
De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging herkent de situatie dat door beleid en politieke keuzes de afgelopen jaren populaties van bepaalde diersoorten (gans, dam- en edelhert, ree, wild zwijn) een zodanige ontwikkeling hebben doorgemaakt dat andere belangen (biodiversiteit, land- en bosbouw, zwemwaterkwaliteit, verspreiding van dierziekten, vliegveiligheid, verkeersveiligheid) in het gedrang kunnen komen.

Jagers zijn er normaliter op gericht om diersoorten zodanig te bejagen dat enerzijds de populatie in stand blijft en anderzijds de soort niet zodanig in aantal toeneemt dat de dieren teveel schade toebrengen. In de wetgeving wordt dit samengevat onder de term ‘redelijke wildstand’. Wanneer dit principe leidend is, ligt de afweging tussen deze belangen bij de grondeigenaar en de jager. Goede faunabeheerplannen garanderen dan een verantwoorde bejaging van soorten. Echter, voor bovengenoemde diersoorten (gans, dam- en edelhert, ree en het wild zwijn) is in Nederland het provinciaal beleid leidend geworden.

Wat betreft deze specifieke casus van de edelherten op de Veluwe herkennen wij het feit dat grondeigenaren keuzes kunnen maken die implicaties hebben voor de buren van gebieden waar geen of beperkt beheer door jagers plaatsvindt (jachtvrije gebieden). De Jagersvereniging steunt de jagers en WBE’s in zoverre dat zij weet dat jagers altijd gericht zijn op het afwegen van diverse belangen en daarbinnen handelen. Door wetgeving en keuzes die grondeigenaren maken, zijn jagers nu soms verplicht een soort zodanig te bejagen dat het conflicteert met de gedragscode van jagers, de weidelijkheidsregels.

Ganzen en grote hoefdieren
De Amsterdamse Waterleidingduinen, Oostvaardersplassen en het Deelerwoud – en waar het om ganzen gaat: de discussie over het ‘ganzenakkoord’ van een aantal jaar geleden – staan elk op zich maar kennen enkele overeenkomsten.

Een van de overeenkomsten is dat er gekozen is om in delen van het gebied niet te jagen en populaties op te laten lopen. Daarbij gaat het om terreinen die niet volledig omrasterd zijn waardoor de dieren zich kunnen verplaatsen. (Oostvaardersplassen laat zich daarmee minder goed vergelijken, omdat dit een omrasterd gebied is.)

Dat zo’n keuze leidt tot neveneffecten voor de buren van deze gebieden, voor betrokken jagers en voor de dieren zelf, is inmiddels bekend. Kijk bijvoorbeeld naar de Waterleidingduinen waar een onnatuurlijk hoge populatie damherten heeft geleid tot een afname van de biodiversiteit. Wanneer – zoals in de AWD – de eigenaar van de grond vervolgens na jaren niet-jagen besluit om toch in te grijpen zien we onbegrip ontstaan bij (een deel van) de bevolking. De wijze waarop bejaging vervolgens plaats moet vinden en de aantallen is voor meerdere jagers niet de wijze waarop zij invulling willen geven aan weidelijke jacht.

Pleidooi Jagersvereniging: geef jagers de verantwoordelijkheid die zij verdienen
Jagers willen primair jagen om diersoorten te benutten, schieten om op te eten. Het principe van een redelijke wildstand is daarbij leidend. Daarnaast jagen de vrijwillige, professioneel opgeleide Nederlandse jagers om een aantal belangen te bewaken. Bijvoorbeeld om populaties te beheren ten behoeve van verkeersveiligheid of het welzijn van de dieren zelf, ook het beschermen van landbouwgewassen is een belangrijke drijfveer. De Jagersvereniging ziet het maatschappelijk draagvlak voor het jagen om te benutten de laatste jaren sterk toenemen. Daarom pleit zij ervoor om alle 48 diersoorten uit de Benelux-overeenkomst – waaronder de grote wildsoorten die op de Veluwe voorkomen – onder het beschermingsregime van de Nationale Wildlijst te brengen, in lijn met de internationale afspraken en dit op te nemen in de Omgevingswet.

De wet verplicht jagers om in hun jachtvelden – die samen 80% van het Nederlandse landschap beslaan – te streven naar een redelijke wildstand voor de diersoorten op de Nationale Wildlijst. Dat betekent dat kwetsbare wildsoorten door de jager worden beschermd en dat soorten waar er voldoende van zijn duurzaam kunnen worden bejaagd en geconsumeerd. Binnen het regime van de Nationale Wildlijst kan de Rijksoverheid sturen op haar internationale verplichtingen door de jacht op bepaalde wildsoorten landelijk te openen of te sluiten. Tegelijkertijd krijgen de jagers, samenwerkend in een landelijk dekkend netwerk van 300 lokale wildbeheereenheden, ruimte voor lokaal maatwerk: om te beschermen, te beheren en te benutten waarbij onduidelijke, soms conflicterende en soms overbodige regelgeving vermeden wordt.

Voor de edelherten op de Veluwe betekent dit dat de terreineigenaren en jagers afspraken maken over het beheer en op basis van een door de provincie goedgekeurd plan de herten bejaagd kunnen worden. Door het bejagen van onder meer de edelherten te gaan baseren op benutting van deze talrijke diersoort wordt recht gedaan aan het maatschappelijk draagvlak voor deze omgang met de Nederlandse natuur.

Via deze link kijkt u de uitzending van Brandpunt van 2 mei 2017 terug:

  • Delen:


Gerelateerd nieuws