Zon op
08:20
Zon onder
18:26
Nachtmodus

De wasbeer en de wasbeerhond

 

Door hun kleine pootjes en dikke, grijze vacht wordt de wasbeerhond (ook bekend als de ‘marterhond’) regelmatig verward met een das, maar nog meer met een wasbeer.

Biotoop

‘Wasberen en wasbeerhonden zijn uitstekende zwemmers: wasberen kunnen daarnaast bijzonder goed klimmen. Wasberen en wasbeerhonden voelen zich – in tegenstelling tot vossen – niet erg thuis in open gebied. Wasberen verkiezen een biotoop met veel oude loofbomen, wasbeerhonden vinden hun ultieme stek in moerassige gebieden met veel water’, legt Mulder uit. Wasberen leven een solitair bestaan. Het is een echt nachtdier, die pas in het holst van de nacht actief wordt. Wasberen rusten uit hoog boven de grond, bij voorkeur in een holle boomstam. In tegenstelling tot wasberen, vormen wasbeerhonden onafscheidelijke paartjes: de mannetjes en vrouwtjes speuren graag samen naar voedsel. Na een draagtijd van twee maanden werpt de moer gemiddeld 8 tot 10 jongen, meestal in een verlaten vossen- of dassenbouw, terwijl wasbeervrouwtjes hun nest hogerop zoeken. Als de jongen oud genoeg zijn, gaan ze op zoek naar een nieuw leefgebied én een maatje voor het leven.

Uiterlijk

Door hun kleine pootjes en dikke, grijze vacht wordt de wasbeerhond (ook bekend als de ‘marterhond’) regelmatig verward met een das, maar nog meer met een wasbeer. Het meest opvallende verschil zit hem in de markeringen op de kop: wasberen hebben een doorlopend zwart masker, wasbeerhonden hebben twee zwarte vlekken en een lichte snuit. Ook de staart is anders: de staart van een wasbeerhond hangt omlaag en valt daardoor bijna niet op, terwijl de staart van een wasbeer lang is en opvallende kringen heeft.

Omdat beide soorten nachtactief zijn, is de kans om ze overdag in het veld te spotten klein. Een van de beste manieren om wasberen en wasbeerhonden te herkennen is aan hun pootafdrukken. De prenten van wasberen zijn het gemakkelijkste te herkennen: ze hebben opvallend lange vinger-achtige tenen. De pootafdrukken van wasbeerhonden lijken sterk op die van vossen of honden. De afdrukken zijn meestal even breed als lang en de kussens van de twee middelste tenen zijn vergroeid. Toch is het vrij simpel om de pootafdrukken van de wasbeerhond en de vos te onderscheiden. De prent van een vos heeft namelijk een karakteristiek ‘vossenbalkje’: dit is een afdruk van een harde bolling in het middenvoetkussentje van een vossenpoot. Bij de wasbeerhond ontbreekt deze. Het verschil tussen de pootafdruk van een wasbeerhond en een middelgrote hond is maar klein: vaak zijn de nagelafdrukken van een wasbeerhond net wat scherper.

De prenten van wasberen zijn het gemakkelijkste te herkennen: ze hebben opvallend lange vinger-achtige tenen.

Leefwijze

Wasberen en wasbeerhonden speuren ’s nachts naar kleine knaagdieren, amfibieën, insecten en vogels, maar zoeken ook naar vruchten, noten en knollen. De wasbeer zoekt zijn voedsel het liefste langs oevers, zodat hij daar gemakkelijk de giftige stoffen uit de huid van amfibieën kan wassen en harde noten kan weken. Wasberen zijn van nature vrij schuw maar passen zich ook goed aan. In Amerika staan ze bekend als ontzettend brutaal: ze plunderen kippenhokken en vuilnisbakken wanneer ze de kans krijgen. Daarin verschilt de soort sterk van de wasbeerhond. ‘Wasbeerhonden zijn ontzettend schuw. Als er een dorp in of naast zijn territorium ligt, dan blijft hij het liefste zo ver mogelijk van mensen weg’, vertelt Mulder. ‘Qua niche vallen wasbeerhonden en wasberen tussen dassen en vossen in’, vervolgt Mulder. Zorgt dat dan niet voor problemen? ‘Natuurlijk, incidenteel komt er wederzijdse predatie op elkaars jongen voor, al heeft dat nauwelijks invloed op de stand. De niches (biotoopeisen) verschillen dusdanig dat de soorten prima naast elkaar kunnen leven. Dieren kunnen bijvoorbeeld wel hetzelfde prooidier eten, maar het tijdstip waarop ze op jacht gaan of de manier waarop ze hun prooi vangen kan heel anders zijn. Zo zitten de soorten elkaar bijna niet in de weg.’

Uitgezet als jachtdier

Wasberen en wasbeerhonden lijken dan wel sterk op elkaar, toch zijn het geen verwante soorten. De wasbeer behoort tot de familie van de kleine beren (Procyonidae) en de wasbeerhond – zoals de naam al suggereert – behoort tot de hondachtigen (Canidae). Wasberen vinden hun oorsprong in Noord-Amerika, terwijl wasbeerhonden uit Oost-Azië komen. De soorten komen dus niet van oorsprong in Europa voor, maar zijn daar toch op dezelfde manier terecht gekomen: ze werden in de jaren vijftig door de Russen uitgezet als jachtdier. Van de wasbeer gaat ook het verhaal dat ze door Amerikaanse militairen zijn meegenomen naar Duitsland en vandaar zijn ontsnapt of losgelaten. In ieder geval breiden wasbeer en wasbeerhond zich vanuit Duitsland uit richting Nederland.

Wasberen en wasbeerhonden lijken dan wel sterk op elkaar, toch zijn het geen verwante soorten. De wasbeer behoort tot de familie van de kleine beren (Procyonidae)

Sinds de jaren negentig vertoeven wasberen en wasbeerhonden ook in Nederland. Wasbeerhonden worden met regelmaat in het noordoosten van Nederland gezien, terwijl meldingen van wasberen vooral uit Limburg komen, zo meldt de Zoogdiervereniging. De aantallen zijn in Nederland nog verwaarloosbaar klein, hooguit enkele tientallen. Beide soorten weten zich, ondanks de enorme aanwas in Duitsland, nog niet echt te vestigen.

Unielijst invasieve exoten

Het afschot van wasberen in Duitsland ligt verbluffend hoog: minstens 116.068 wasberen in 2015 en ruim 128.103 in 2016. Wasberen veroorzaken dan ook beduidend veel schade aan de biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Om deze reden is de soort op de EU-lijst met invasieve soorten geplaatst. Deze lijst verplicht lidstaten om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding en (economische) schade grotendeels wordt voorkomen. In Duitsland werden er tussen 2015 en 2016 in totaal 27.842 wasbeerhonden geschoten. Roofdierdeskundige en bioloog Jaap Mulder licht toe: ‘Ook dat klinkt als enorm veel, maar het blijkt nauwelijks invloed te hebben op de populatiegroei. Het afschot zou moeten verdrievoudigen om die enigszins af te remmen. Dat is niet alleen bijna onmogelijk, maar eigenlijk ook onnodig. De schuwe wasbeerhonden veroorzaken nauwelijks economische schade: ze blijven immers het liefst zo ver mogelijk bij de mens uit de buurt.’ Ecoloog Wim Knol van de Jagersvereniging kijkt daar anders tegenaan: ‘De wasbeerhond staat niet voor niets op de Unielijst. Het gaat natuurlijk niet alleen om economische schade, maar ook om effecten op de natuur of de volksgezondheid. Als je wacht tot die effecten optreden, ben je met exoten te laat. Tijdig beperken in aantal loont. Er zijn voldoende voorbeelden van exoten waarbij te lang is gewacht met ingrijpen. Kijk naar de nijlgans of halsbandparkiet. Bij predatoren speelt ook de predatiedruk een rol. Dat zijn de effecten van alle predatoren bij elkaar en die zijn soms vele malen groter dan die van de wasbeer of wasbeerhond afzonderlijk.’

 Vossenlintworm

Hoewel wasbeerhonden liever niets te maken hebben met mensen, kunnen ze wel de – voor de mens vervelende – vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) met zich meedragen. Vooralsnog was de vos in Nederland de enige drager van deze vervelende parasiet. ‘Hoewel de kans op besmetting met eitjes van deze parasiet reëel is, blijken mensen niet gevoelig voor de gevolgen hiervan. De mens vormt eerder een tussengastheer, al zou de worm op den duur wel voor leverproblemen kunnen zorgen,’ legt Joke van der Giessen, dierenarts-parasitoloog bij het RIVM, uit. De wasbeer kent daarnaast nog een eigen spoelworm: de Baylisascaris procyonis. Wanneer de mens in aanraking komt met de eitjes van deze parasiet kan dit tot een Larva migrans leiden, waarbij neurologische problemen kunnen optreden. ‘Deze worm is echter relatief zeldzaam en besmet gelukkig maar heel weinig mensen. In de afgelopen twintig jaar zijn er in heel Noord-Amerika slechts tien mensen besmet geraakt met de worm. Die kans op besmetting van wasbeer tot mens is zo klein, dat we ons daar eigenlijk geen zorgen over hoeven te maken’, stelt Mulder gerust. ‘In Nederland is er wel een enkele wasbeer gevonden die positief werd getest op deze worm. Het is nochtans niet met zekerheid bekend of dit een ontsnapt dier betrof of dat de wasbeer deel uitmaakt van de wilde populatie’, voegt van der Giessen toe. Wasbeerhonden kunnen daarnaast nog een andere, gevaarlijke rondworm dragen: Trichinella spiralis. Deze worm komt tevens voor bij – bijvoorbeeld – wilde zwijnen en kan zo niet alleen een gevaar vormen voor de zwijnenpopulatie, maar ook voor varkenshouderijen. ‘Trichinella vormt zo – via consumptie van slecht doorbraden wild – of varkensvlees van besmette dieren – een indirect gezondheidsrisico voor de mens’, verklaart van der Giessen.

Deze soortbeschrijving verscheen in De Jager #11 2017

  • Delen: