temp.
25°
Zon op
05:37
Zon onder
21:34
Nachtmodus

Kraaienjacht met de camouflagehut

Kraaien en kauwen mogen het hele jaar worden bejaagd, omdat ze op de landelijke vrijstellingslijst staan. Kraaiachtigen kunnen namelijk schade aanrichten aan flora, fauna en aan de landbouw. Als echte cultuurvolgers, profiteren kraaien optimaal van de aanwezigheid van de mens in het landschap. Ze komen dan ook in het hele land voor, vooral aan de randen van dorpen en steden.

Het zwaartepunt van de kraaienjacht ligt in het vroege voorjaar en de nazomer. In het voorjaar vanwege de ingezaaide gewassen en de legsels van weidevogels. In de nazomer rijpen de gewassen af en vliegen de jonge kraaien uit. De jager moet in die periodes van het jaar paraat staan omdat kraaien dan lokaal flinke schade kunnen aanrichten aan de afrijpende oogst, zoals: fruit, graan, peulvruchten en maïs. In het voorjaar weten de kraaien al heel snel de legsels en jonge kuikens van de weidevogels en andere kwetsbare bodembroeders te vinden. En te plunderen.

Clearview-camouflagenet

Bij de kraaien- en kauwenjacht is een goede camouflage van het grootste belang. De grootste innovatie waar we tijdens de kraaienjacht gebruik van maken is het ‘clearviewnet’. Dit net is van dichtbij nagenoeg doorzichtig, maar overvliegende kraaien zien op grotere afstand een camouflagepatroon. Doordat de kraaienjagers zichzelf ook geheel in camouflage steken, ze dragen een gezichtsmasker, een camouflagejas en handschoenen, zijn ze voor de zwartrokken moeilijk te zien.

Als je voor het eerst vanuit zo’n hut met een clearviewnet gaat jagen, moet je er aan wennen om kraaien van grote afstand door het net aan te zien komen; het voelt gek om goed zicht naar buiten te hebben en toch verstopt te zitten. Het voordeel van zo’n net is ook dat je bij het opstaan voor een schot niet eerst nog hoeft te zoeken waar de kraai precies vliegt, zoals bij een dicht camouflagenet het geval is. Je kunt hierdoor sneller en beter schieten, en door het betere zicht wordt de jacht ook nog eens vele malen spannender.

Locatie, locatie, locatie

Bij het zoeken van een geschikte plek om je hut op te zetten, let je allereerst op de vluchtlijnen van de kraaien en de veiligheid. Waar vliegen ze en in welke richting kan ik veilig een schot afgeven? Om op te gaan in het landschap zoek je een plaats waar je hut zo weinig mogelijk opvalt. Het beste bouw je de hut bijvoorbeeld tegen een boerenwagen, een landhek, weidepaal, een stapel plastic balen, een sproei-installatie of een kleine bosschage in het polderlandschap. Op deze manier zien de kraaien niet ineens een vreemd bouwwerk in het veld waarvan ze zouden kunnen schrikken. Het is goed om de wind in de rug te hebben, aangezien kraaien graag tegen de wind invallen.

Een hut bouwen

Heb je de goede plaats gevonden, dan ga je de hut opbouwen. Hiervoor gebruik je de verstelbare stokken. Voor een tweepersoonshut zet je een rechthoek op van 60 x 160 cm. De voor- en zijkant wordt gemaakt door een clearviewnet van 7 meter dubbel te slaan en dat met klemmen aan de stokken te bevestigen. Zorg ervoor dat de bovenste 40-50 cm van de voorkant, uit een enkele laag bestaat. De achterwand en de zijwand maak je van een stuk ondoorzichtig camouflagenet, dat je hiervoor op maat gemaakt hebt. Hieroverheen trek je een volgend camouflagenet Op deze manier heb je een perfecte camouflagehut gefabriceerd. Je kunt aan de slag!

Lokstal

De camouflagehut kan echter nog zo prachtig in elkaar zitten, zonder een goede lokstal, zul je weinig succes hebben. De basis van de lokstal bestaat uit een 20-tal geflockte lokkraaien. Deze worden op een willekeurige manier over het veld voor de camouflagehut verdeeld, maar wel op de plek waar je de invallende kraaien graag zou willen hebben. De verste kraai staat dan ongeveer 25 meter van de hut en de lokkers zet je minimaal 2-3 meter van elkaar verwijderd. Zet ze niet dichter op elkaar, dat werkt niet zo goed. Het is belangrijk om de plaatsen waar je gaat zitten in de loop der tijd te variëren, evenals het aantal lokkraaien en het lokbeeld dat je presenteert. Je moet de kraaien verrassen en dat doe je niet door steeds op dezelfde plek te gaan zitten. Je kunt voor de broodnodige variatie ook nog allerlei hulpmiddelen gebruiken zoals zogenaamde cradles, zwiepers en bouncers.  Een goedgetrainde jachthond die rustig in de hut naast de jager blijft liggen tot er een apport gedaan kan worden is van grote waarde voor de kraaienjager. Een lokfluit kan twijfelende kraaien soms over de streep halen en kan ook worden gebruikt om de aandacht van in de verte vliegende kraaien te trekken. Maar je moet die fluit wel op de juiste manier weten te gebruiken. Er is vast wel een ervaren jager die u hiervoor tips kan geven.

Een goedgetrainde jachthond die rustig in de hut naast de jager blijft liggen tot er een apport gedaan kan worden is van grote waarde voor de kraaienjager.

Regelgeving

Bij de jacht op kraaien worden ook vaak kauwen geschoten. Kauwen vallen onder de kraaiachtigen en mogen onder dezelfde regelgeving bejaagd worden als de zwarte kraai. De zwarte kraai en kauw staan op de landelijk vrijstellingslijst, dat betekent dat deze dieren het hele jaar mogen worden gedood, indien er binnen het werkgebied van de WBE op tenminste één perceel schade aan landbouw of fauna is of dreigt in het huidige of het komende jaar (Artikel 3.15 Wet natuurbescherming). Doordat kraai en kauw op de landelijke vrijstellingslijst staan mogen alle toegestane middelen worden gebruikt. Dit betekent dat er ook gebruik mag worden gemaakt van lokvoer en lokkers. Dit mogen ook levende kraaien of kauwen zijn. Maar die moeten dan wel voorzien zijn van een gesloten pootring waaruit blijkt dat deze gefokt zijn.

  • Delen: