Zon op
08:35
Zon onder
16:23
Nachtmodus
Foto: Saskia Berdenis van Berlekom

Jagen is meer dan schieten – Algemeen Dagblad 

WAT DE POT SCHAFT In aflevering 22 van deze serie mag Rachel van Kommer mee op reejacht met twee jagers in de Lage Vuursche. Ze portioneren de achterpoot van een ree en maken hem daarna klaar.

Ik dacht dat ik het niet zou durven. Wat nou als we oog in oog komen te staan met zo’n prachtige ree? En er wordt geschoten? Maar gesterkt door de jagersboeken van Rien Poortvliet en het idee dat het gemiddeld 30 uur duurt voordat een ree geschoten wordt, ga ik het avontuur aan. Met jagers Reinier Enzerink (32) uit Amersfoort en landgoedeigenaar en jager George Muijsson (65) – beide jagers sinds ze lopen – mag ik vanavond op pad.


Voordat de jacht begint, willen de mannen mij in de woning van George op landgoed Splinterenburg in huize Princenhof laten zien hoe je de achterpoot van een ree portioneert. Het reeseizoen is maandag begonnen, dus deze ree komt uit de vriezer en is van afgelopen winter. Reinier snijdt het vlees soepel van het spierwitte bot. ,,Als jager moet je verstand hebben van het geweer, ecologie, anatomie, koken en meteorologie. Het gaat verder dan mensen denken.”

Herkomst

Reinier doet de reebiefstuk met boter en peper in de pan. ,,Meer heeft het niet nodig. Het is een misvatting dat ree alleen in de winter gegeten kan worden. Het seizoen is nu geopend. Lokaal wildvlees wordt ook steeds populairder.” Zowel George als Reinier eten alleen vlees dat ze zelf schieten. ,,We eten nooit supermarktvlees. Daarvan ken je de herkomst niet. Van ons eigen vlees weten we waarom en hoe het geschoten is.” George vult aan: ,,We schieten niet willekeurig elke bok of geit die we zien. Die kiezen we bewust omdat hij te veel bij de weg loopt en verkeersongelukken veroorzaakt, omdat hij er slecht uitziet of omdat er voldoende in een gebied zitten. Ik schiet vaker niet dan wel. Als jager ben je op de eerste plaats natuurliefhebber. In de lente rapen we reekalfjes vanwege de maaimachines en we tellen constant.”

“Het is een misvatting dat ree alleen in de winter gegeten kan worden.” Reinier Enzerink, jager (foto: Saskia Berdenis van Berlekom)

 

In de provincie Utrecht zijn tijdens de laatste telling 2.500 reeën geteld. Jaarlijks worden er ongeveer 270 gemeld aangereden, 700 geschoten en ruim 1.000 geboren. Na de Tweede Wereldoorlog waren er 5.000 reeën in Nederland, dat zijn er nu meer dan 100.000.

Reinier: ,,De ree heeft zich in het veranderende landschap goed aangepast. Maar op de vele wegen in Nederland nam in de loop van de tijd met de populatie reeën ook het aantal aanrijdingen met deze dieren sterk toe. Hoe meer reeën in een gebied, hoe meer aanrijdingen. Om daar de balans te bewaken, wordt op reeën gejaagd. En dat doen we met respect voor het dier.”

Botermals

We gaan aan tafel met Anneke, de vrouw van George, en ik neem mijn eerste hap ree. Het is botermals vlees. De smaak zacht, de structuur teder. De ambiance laat het eten nog beter smaken. Boven ons een kroonluchter van geweien, naast ons de kop van een ree. We praten over de vos die de weidevogels bedreigt, de overpopulatie ganzen die veel schade veroorzaakt, baasjes wiens honden loslopen en de reeën stress bezorgen. Of de dood, na een aanval. Mijn Rien Poortvlietboek komt meermaals van pas, de jagerstermen zijn prachtig en soms ingewikkeld. (‘Zweet is bloed’).

Na de koffie trekken we camouflerende jachtkleding aan en gooien we de buks over de schouder. We trekken de bossen in en gaan op een hoogzit (de kansel) zitten. Het is half 8 en ik voel mij één met de natuur. Het gefluit van de vogels, de ritselende blaadjes; mijn gehoor lijkt beter dan ooit. Rechts hoor ik een takje kraken. George en ik kijken gespannen toe: is het een ree? Soms droom ik weg, het andere moment denk ik iets in de struiken te horen. Het Blasergeweer van George tussen ons in, zo samen zwijgend hoog in de boom, ik kan de romantiek begrijpen. Toch weet ik niet hoe ik me zou voelen als hij het wapen oppakt. Dat komt er niet van.

We staren naar een burcht. De bewoner, een das of vos, laat zich niet zien. De zon is onder, het is fris. Er vallen spetters en ik heb een houten kont gekregen. Weg wil ik niet, want zo de natuur bespieden is prachtig. We rijden zonder buit terug. George raakt niet uitgepraat over alles wat leeft, bloeit en groeit. Ik geniet.

Verder lezen op de website van het Algemeen Dagblad

www.AD.nl
  • Delen:


Gerelateerd nieuws