Zon op
08:41
Zon onder
16:56
Nachtmodus

Hoedje

Jagers en prooidieren zijn te herkennen aan de pupillen. Bij zo’n kop (uit De Volkskrant van 15 augustus jl.) blijf je als jager onwillekeurig even hangen. Wat wordt hier bedoeld? Is er iets mis met mij? Een blik in de spiegel geeft weinig uitsluitsel: ik zie geen zogenaamde jagerspupil. Tja… koppen maken is ook een kunst. Het moet natuurlijk zijn: roofdieren en prooidieren. Gerustgesteld lees ik verder: ‘Geiten en andere prooidieren hebben horizontale pupillen – daarmee spotten ze de vijand. Het liggende streepje vangt licht uit de wijde omgeving, wat het dier een panoramische blik geeft. Roofdieren daarentegen hebben vaak verticale oogpupillen, zoals te zien is bij de huiskat. De biologen kwamen tot deze generalisatie nadat ze de ogen van 214 roof- en prooidiersoorten hadden geanalyseerd.’ De Wageningse hoogleraar experimentele zoölogie Johan van Leeuwen vind het ‘leuk onderzoek, maar niet wereldschokkend’. Ik vind het wel interessant, want de kop van het bericht roept bij mij een behoorlijk existentiële vraag op: ‘Waaraan herken je de jager?’

‘Aan zijn hoedje’, roepen de slimmeriken nu. Ja, zo ken ik er nog wel een paar. Een rondje afbeeldingen googelen geeft de volgende kenmerken: de jager is de man met het groene pakkie ‘an. Hij heeft een bierbuik, weinig tot geen haar op het hoofd, is de veertig ruim gepasseerd, kijkt dom de wereld in, draagt steevast een kijker op de buik en een geweer op de rug. Meesterlijk vind ik de karikatuur van de Duitse cartoonist Veit’s. Vrouw van jager toont hondje aan manlief. De jachthond staat erbij als opgepimpte poedel en terwijl het groene mannetje zijn hand voor de ogen slaat in een gebaar van opperste wanhoop zegt vrouwlief: ‘Echt mooi is hij geworden, onze Hector, daar zullen de jongens in het veld jaloers op zijn’. De cartoonist is er kennelijk nog niet van op de hoogte dat tegenwoordig ook steeds meer vrouwen jagen.

Je zou al de verschillende soorten jagers eens op een rijtje moeten zetten. We hebben de traditionele jager die bij wijze van spreken nog in zijn laarzen slaapt. Daar­­tegen­­over staat de stadse jager die zo nu en dan ontsnapt uit zijn stedelijke territorium. We hebben hakken-jagers (vrouwen), maar ook kostuum-jagers die zo vanuit hun werk het veld inrollen. We hebben jonge jagers in alle soorten en maten. We hebben boerenjagers, herenjagers en alles wat daar tussen zit. We hebben jagers die het met de paplepel kregen ingegoten en we hebben ook steeds meer instroom-jagers: zij die via het werken met de hond of door een verlangen naar een andere vorm van natuur­beleving de jachtwereld zijn binnengestroomd. Tijden veranderen en het groene mannetje is een cliché dat steeds meer in conflict komt met de werkelijkheid.

Oswin Schneeweisz

Oscwin Schneeweisz, columnist in vakmagazine De Jager, werpt een persoonlijke blijk op actuele onderwerpen uit de wereld van radio, krant, televisie en internet.


Gerelateerd nieuws