temp.
19°
Zon op
05:23
Zon onder
21:58
Nachtmodus
Foto: Andrea Weber

Geoormerkt, langlopend onderzoek naar reeën – De Jager, mei 2018

Langlopende onderzoeken zijn in de wildbiologie zeldzaam geworden. Er is in ieder geval één uitzondering: in Zwitserland worden al 46 jaar reeën gevolgd nadat ze als kalf zijn geoormerkt. Het project ‘Rehkitzmarkierung Schweiz’ heeft tot dusverre gegevens van ongeveer 17.000 reeën opgeleverd. Van ruim 3500 dieren zijn ook de doodsoorzaak en het tijdstip van sterven bekend. Koos Boer noteerde de belangrijkste uitkomsten van het langlopende onderzoek.

*Dit artikel verscheen in De Jager, mei 2018. Vertaling en bewerking: Koos Boer.

Door gedurende een lange periode reekalveren te oormerken, kan worden onderzocht wat het effect is van bijvoorbeeld klimaatverandering of wegenaanleg op een reewildpopulatie. Op deze wijze kunnen sluipende veranderingen in een populatie aan het licht worden gebracht. In de loop van het project hebben honderden jagers reekalveren van een oormerk voorzien en hun waarnemingen doorgegeven.

Geboortetijdstip
De meeste kalveren werden in de tweede helft van mei tot en met begin juni gezet. Zij hebben dan nog de hele zomer en herfst voor zich om zo sterk mogelijk hun eerste winter in te gaan. Laat het voorjaar op zich wachten, dan wordt de geboorte uitgesteld. In berggebieden is het geboortetijdstip afhankelijk van de hoogtegrens. In het hooggebergte zet het voorjaar later in, waardoor de geboorte een tot twee weken later plaatsvindt. In gebieden tot 500 meter hoogte was de gemiddelde geboortedatum 24 mei en boven 1500 meter 7 juni. In ons laaggelegen land met zijn overwegend milde zeeklimaat komen de kalveren vrijwel allemaal in de maand mei ter wereld.

(Tekst loopt door onder foto)

In ons laaggelegen land met zijn overwegend milde zeeklimaat worden sommige kalveren al in april geboren. Foto: Michael Migos

Leeftijdsverwachting
Het onderzoek bevat ook gegevens over doodsoorzaken, zoals afschot. Ook dood gevonden stukken werden geregistreerd, maar vanzelfsprekend zijn lang niet alle gemarkeerde dieren geschoten of dood aangetroffen. Die sterven ergens in het verborgene. Het percentage terugmeldingen bedraagt ongeveer 20 procent van het totale aantal gemarkeerde dieren. Het sterftepercentage onder reeën is afhankelijk van leeftijd en geslacht, zo bevestigen de uitkomsten van dit onderzoek. In het eerste levensjaar is het sterftecijfer zeer hoog; daarnaast is de levensverwachting van geiten enkele jaren hoger dan die van bokken. Was de geslachtsverhouding onder de gemarkeerde kalveren 1:1, bij de doodgemelde stukken bedroeg die drie bokken op twee geiten.

Predatie
In het algemeen is de sterfte onder de kalveren gedurende de eerste levensweken zeer hoog. Bij nat en koud weer koelen de kleine lichamen snel af. De kalveren verbruiken dan meer energie dan de voeding oplevert. Door ondervoeding verzwakte kalveren vormen een gemakkelijke prooi voor predatoren, al was hun overlevingskans sowieso gering. Bij twee procent van de gemarkeerde kalveren kon worden vastgesteld dat ze door predatoren waren gedood. Omdat men deze gepredeerde kalveren zelden terug vindt, kan dat aantal aanmerkelijk hoger liggen. Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat vaak niet vastgesteld kan worden of het kalf gedood is door vos of varken of al dood was toen het werd aangesneden. Uit het onderzoek bleek dat niet alleen reekalveren worden doodgemaaid: ook oudere dieren waren slachtoffer van de maaimachine.

Trekbewegingen
Vergeleken met andere grofwildsoorten, die seizoensgebonden grote trekbewegingen kunnen maken, geldt het ree als plaatstrouw. Maar zo eenvoudig ligt het niet. In bergachtige gebieden hebben reeën specifieke benuttingsgebieden, afhankelijk van het seizoen. In de zomer verblijft het reewild bij voorkeur in de buurt van de hoger gelegen alpenweiden, terwijl het ’s winters de luwte van de lager gelegen dalen opzoekt. Eveneens werd vastgesteld dat ze tussen twee benuttingsgebieden heen en weer pendelen en soms verre trektochten ondernemen om tenslotte in de omgeving van hun geboortegrond terug te keren en te blijven. De langste afstand, 109 kilometer, legde een bijna vijfjarige reebok af, een vijfjarige geit tekende voor 91 kilometer.

De kalveren blijven bij het moederdier tot kort voor het moment dat deze opnieuw een kalf zetten. De verstoten kalveren van het voorgaande jaar moeten dan op zoek naar een eigen benuttingsgebied. Het grootste deel daarvan probeert zich in de omgeving van hun geboortegrond te vestigen. De terugmeldingen tonen aan dat de meeste dieren stierven binnen een straal van vijf kilometer van de plek waar ze geoormerkt werden. Een toenemend probleem voor het reewild, en dat geldt zeker ook voor ons land, vormt de toename van het aantal barrières in de vorm van lintbebouwingen en snelwegen. De onderzoeksgegevens lieten zien dat reeën in gebieden met weinig barrières verder wegtrekken dan in gebieden met veel obstakels.

Het markeren van een reekalf maakt het met een beetje geluk mogelijk om zijn lot gedurende meerdere jaren te volgen. Twee opmerkelijke voorbeelden:

Een oude geit
Jachtopziener Andreas Weber bracht in mei 1997 bij een geitkalf oormerk aan. In september 2015 werd de geit gevonden op twee kilometer van de plek waar ze was gemerkt. Met haar 18 jaar is ze tot nu toe het oudste gedocumenteerde ree uit het project. Al op jonge leeftijd bleek dat ze over een groot incasseringsvermogen beschikte, want ze overleefde de strenge winters van 1998 en 1999. Pas in 2003 kwam ze in beeld, op twee kilometer van de plek waar ze was gemerkt. Sindsdien werd ze niet meer uit het oog verloren. Deze geit zette tijdens haar bestaan waarschijnlijk 20 kalveren, waarvan er 14 werden gemerkt. Dit waren vier keer een bok- en een geitkalf, twee maal twee bokkalveren en één maal twee geitkalveren. Op 12-jarige leeftijd bracht ze voor het laatst kalveren ter wereld.

Uit het onderzoek blijkt dat reegeiten tot op hoge leeftijd kalveren ter wereld kunnen brengen. Foto: Michael Migos.

Stamboom
Nabij Luzern merkte Martin Stäger van 1992 tot 2016 592 kalveren. Hiervan werden 225 stukken terug gemeld. In zijn jachtveld van 2000 hectare werden gemiddeld 24 kalveren per jaar van een oormerk voorzien. Het maximale aantal bedroeg in een bepaald jaar 46 stuks, wat overeenkomt met een dichtheid van 2,3 kalveren per 100 hectare. In het jaar 2005 werd een vrouwelijk kalf gemerkt. Deze inmiddels 13-jarige geit houdt zich nog steeds in zijn jachtveld op. Tussen 2007 en 2015 werden 7 van haar 9 kalveren gemerkt. De meeste daarvan bracht ze met succes groot en konden in sommige gevallen later met hun eigen nakomelingen in het jachtveld geobserveerd worden. Omdat de geit en haar vrouwelijke nakomelingen nog leven is het denkbaar dat deze stamboom zich in de toekomst nog verder uit kan breiden. Dit kan ertoe bijdragen om meer over de voortplantingscapaciteit van een enkele geit te weten te komen.

  • Delen:


Gerelateerd nieuws